Samen op Weg – november 2017

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Vrijheid! Daar wil ik het nu eens over hebben, na het lezen van 2 artikels in de krant.

Eerst is er de stelling van een politica met het woord “vrijheid” in haar partij, die stelt dat het huwelijksquotiënt moet worden afgeschaft, omdat het vrouwen weghoudt van de werkvloer. (Voor wie het niet kent, het huwelijksquotiënt laat gezinnen met één inkomen, of een laag tweede inkomen, toe een deel van het inkomen van de meerverdiener aan te geven aan de belastingen als inkomen van de andere). Ze werd door andere partijen snel teruggefloten, niet in het minst omdat vrouwen (en ook mannen!) die voor het gezin thuis blijven, alles behalve “niets” doen, maar gewoon (en onbetaald) niet buitenhuis werken. Vrijheid is voor mij in deze kunnen kiezen wie gedeeltelijk of helemaal of niet, thuisblijft voor de kinderen. Het huwelijksquotiënt is daar een aanzet voor.

Als er onder mijn lezers aan politiek doen, spreek haar aan a.u.b.!

Het tweede artikel is van de trotse moeder van Leonardo, een kindje met het syndroom van Down. Ik citeer enkele zinnen. “Er is een tweede deel aan het verhaal. Leonardo is gevoelig, intelligent, attent voor hoe wij ons voelen, vrolijk en ongelooflijk lief. Zijn wilskracht is voorbeeldig. In een maatschappij die altijd harder en complexer wordt, is hij een brok zachte eenvoud. […] Wij zien hoe zij de wereld ook mooier maken.” En verder: “Prenatale diagnose moet de mensen in staat stellen om te kiezen. Maar is de échte vrije keuze er nog wel? Als je vandaag een kind op de wereld zet dat het downsyndroom heeft, moet je je verdedigen.” De laatste zin is prachtig: “Als ik een van de laatste kinderen met down op de wereld gezet heb, ben ik blij dat er nog net niet genoeg druk was om het niet meer aan te durven”.

Het hele artikel is echt de moeite waard.

Ook Br. René Stockman wijdde een artikel over kinderen met Down (“Down goes further down.” Ook hij verwijst naar het artikel van de moeder van Leonardo. Beide artikels heb ik intussen op mijn blog geplaatst. (alain2015.wordpress.com)

 

In het boek Deuteronomium staat er ook iets over vrijheid, kiezen, leven en dood:

“Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek. Kies dan het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven”.

God laat ons vrij! Maar de keuze is zo belangrijk: het leven of de dood. Heel merkwaardig is dat een gemaakte keuze ons juist vrijer maakt. Paradoxaal misschien, maar eens de keuze gemaakt is, kunnen we vooruit, door alles in het werk te stellen om die keuze waar te maken. Als we niet kunnen kiezen, blijven we over en weer gaan tussen de twee mogelijkheden, en dat verlamt ons. Dat is zoals de ezel die honger en dorst heeft, maar zijn eten staat links, en het drinken wat verder, rechts. Hij kan niet beslissen waarmee te beginnen, en sterft uiteindelijk van ontbering.

Als we kiezen voor God, voor het leven, dan wordt het heel wat klaarder welke verdere keuzen we te maken hebben, en dat is juist de vrijheid van de kinderen Gods. Dat geeft energie, hoor. We hebben het jaren geleden mogen horen op de gezinsdag met Ria Grommen. Ik kan verwijzen naar het boek: “Moe van het moeten kiezen”? Op zoek naar een spiritualiteit van de zelfbeschikking: Over de mentale kies-pijn van de moderne mens. We leven in een tijd die enorme kansen en keuzes biedt: alles kan, alles mag. En toch zijn nooit eerder zoveel mensen depressief geweest.

Paus Franciscus zegt het volgende over zichzelf: “Ik ben vrij. Dat wil niet zeggen dat ik doe wat ik wil, neen. Maar ik voel mij niet opgesloten, in een kooi. In een kooi, hier in het Vaticaan, ja, maar niet spiritueel. Mij, er is niets dat mij bang maakt.” (vertaald uit: “Paus Franciscus, ontmoetingen met Dominique Wolton.”)

Kiezen is verliezen, maar wie kiest voor het leven, verliest dus de dood!

Paradoxaal genoeg is Jezus juist de andere weg opgegaan. Hij, het Leven zelf, is mens geworden, tot de dood op het kruis. Door Zijn verrijzenis heeft Hij de dood overwonnen, om ons het volle leven te geven. Wij mogen met Hem mee verrijzen. Dat kan ook nu al, door in donkere dagen op te kijken naar het kruis, en Hem te danken voor Zijn Liefde. Het is door het kruis dat Hij ons redt. Lof aan U, Heer Jezus!

Kies voor God, kies voor het leven, dan kunnen we met alle zussen en broers van Maria-Kefas u zeggen: “U hebt goed gekozen!”

Alain

 

Advertenties

Een brok zachte eenvoud

Onze zoon Leonardo is nu twee jaar. Hij heeft het syndroom van Down. Ik schrijf dit stukje met tegenzin, want ik wil onze zoon niet opvoeren om mijn punt te maken. Maar zolang hij niet voor zichzelf kan spreken, voel ik de verantwoordelijkheid het voor hem te doen.

Toen we ontdekten dat onze zoon down zou hebben, stortte onze wereld in. Ik weet niet of het anders kan, er is een rouwperiode waarin je afscheid neemt van alles wat je verwachtte van het leven, van dit ene kind. Tegelijkertijd werden we geconfronteerd met iets fundamenteels: wie zegt dat het volgende kind wél ons perfecte plaatje invult?

Iedereen is vrij een keuze te maken, maar net dat komt onder druk te staan. Want er is een tweede deel aan het verhaal. Leonardo is gevoelig, intelligent, attent voor hoe wij ons voelen, vrolijk en ongelooflijk lief. Hij zal wat later stappen en praten dan andere kinderen, maar zijn wilskracht om ergens te raken of te tonen wat hij wil, is voorbeeldig.

In een maatschappij die altijd harder en complexer wordt, is hij een brok zachte eenvoud. Door de omstandigheden ken ik ondertussen veel andere ouders met kinderen met down. Dat ik nooit iemand van hen hoorde zeggen dat ze hun kind liever niet gehad hadden, wat betekent dat? Dat wij collectief in een naïeve wereld gekatapulteerd werden vanaf de geboorte van onze kinderen? Of dat wij recht van spreken hebben, omdat we met onze kinderen samenleven en zien hoe zij de wereld ook mooier maken?

Vandaag hoor je zoveel mensen die de mond vol hebben van keuzevrijheid. Prenatale diagnose moet de mensen in staat stellen om te kiezen of ze bij slecht nieuws de zwangerschap voortzetten of niet. Maar is de échte vrije keuze er nog wel? Als je vandaag een kind op de wereld zet dat het downsyndroom heeft, moet je je verdedigen. Binnenkort is onze zoon misschien de laatste generatie met down (DS 2 november). En dat is jammer. Ik ben bang van een maatschappij waar er alleen nog een schijn van keuzevrijheid is. Waar de drang naar perfectie mensen die op papier voldeden, alsnog doet kraken. Hoe weerbaar zijn we nog als we alle defecten eruit filteren, voordat onze kinderen de kans krijgen om geboren te worden en zichzelf te bewijzen? Zijn de echte naïevelingen niet eerder de mensen die geloven dat de mens maakbaar is?

We hebben het vaak over sociale media die een ideaalbeeld ophangen van mensen die achter hun schermpjes niet altijd gelukkig zijn. Tegelijk maken we geen plaats voor wie ogenschijnlijk zwakker is. Als ik een van de laatste kinderen met down op de wereld gezet heb, ben ik blij dat er nog net niet genoeg druk was om het niet meer aan te durven.

Bron: De Standaard

Artikel van Br. R. Stckman – over Down

Down goes further down.

 

“Er worden almaar minder kinderen met het syndroom van Down geboren in Vlaanderen.  In 2016 waren het er 31, een vermindering met 30 procent”.  We konden het lezen in één van de Vlaamse kranten begin november.  Even verder lezen we: “Het syndroom van Down wordt in theorie vastgesteld bij 1 op de 800 zwangerschappen.  Als geen daarvan zou worden afgebroken, zou dat leiden tot een 80-tal kinderen met Down in Vlaanderen”.

Dit zijn de cijfers en deze zijn duidelijk, want in dezelfde tekst wordt nog eens aangegeven dat het dank zij het aanbieden van prenatale screening via de Nip-test het nu eenvoudig is geworden om de trisomie 21 zoals het syndroom van Down meer wetenschappelijk wordt genoemd vroegtijdig op te sporen.  De tekst besluit met een hoopvolle verwachting: “Ik schat dat er over een paar jaar in Vlaanderen minder dan tien kinderen met het syndroom van Down zullen worden geboren”.

 

Enige weken geleden zat ik met een aantal bezoekers in een restaurant in Rome.  Naast ons was de tafel gedekt voor een familie met vier kinderen.  Twee ervan zaten gekluisterd aan hun telefoon, opgesloten in hun virtuele wereld en in contact met hun ontelbare vrienden via facebook.  De twee anderen zorgden voor vreugde aan tafel en herhaaldelijk verlieten ze hun plaats om hun ouders te omhelzen en met kussen te overladen.  Wat was nu zo speciaal aan dit gezin?  De twee levendige kinderen hadden beiden het syndroom van Down en  hadden in hun eenvoudige spontaneïteit nog niet verleerd ten volle van dit familiegebeuren te genieten en er zelf met hun opgewektheid een positieve bijdrage aan te leveren.

 

Deze ouders hadden dus bewust gekozen om deze kinderen te ontvangen als hun kinderen en hen niet vroegtijdig te laten verwijderen als onvolmaakte en dus ongewenste vruchten van hun zwangerschap.   Wellicht was het ook voor hen een shock geweest bij een eventuele zwangerschapstest te vernemen dat hun te verwachten kind niet volledig normaal was, dat het een chromosomale afwijking had dat het zijn verder leven zou meedragen en ook bepalen.  En ze hadden dit wellicht twee maal moeten vernemen, alsof de kwade hand ermee te maken had.  Wellicht had de gynaecoloog hen ook aangeraden, bijna routinematig, dat het toch wel aangewezen was in dat geval een medische abortus te laten uitvoeren.  De shock bij het vernemen van het verdict werd nog eens aangescherpt door de zwaarte van de twijfel die hun nu om het hart sloeg.  Ze moesten een keuze maken in een omgeving die het normaal vond dat men in dit geval zou kiezen voor een abortus en waar men later misschien wel met een scheef oog zou worden bekeken waarom men een dergelijk kind op de wereld had gezet.  Hun legitieme positieve keuze voor het leven die getuigde van een grote edelmoedigheid zou door de omgeving, ook hun onmiddellijke omgeving, wel eens anders kunnen worden geïnterpreteerd en uitvloeien in een verdoken beschuldiging dat ze om egoïstische redenen deze “ongelukkige” kinderen niet vanuit een gevoel van barmhartigheid vroegtijdig uit het leven hadden “gered” en hen niet als dat “ongelukkig” kind te laten leven.

 

Terugkijkend naar de tafel naast ons vroegen we ons af wie hier de ongelukkige kinderen waren?  Alvast niet de twee die opnieuw schaterend hun plaats verlieten om voor de zoveelste maal hun vreugde met hun ouders te delen.  Ondertussen hadden de twee andere kinderen ook hun telefoon aan de kant gelegd en deelden nu, als het ware geïnfecteerd door de vreugde van hun twee broertjes, in de blijheid van het samenzijn als een gezin.

 

Onze maatschappij moet af van het vervaardigen van de stereotypen die vaststellen wanneer een kind als een geslaagd specimen kan worden getaxeerd.  Het weegt zwaar op ouders die duidelijk kiezen om op een positieve wijze een kind met een beperking te aanvaarden en ook met liefde op te voeden.  Zij getuigen allen dat het moment dat ze horen dat hun kind een afwijking vertoont, zwaar is, een ware shock kan teweegbrengen en hen doet vragen waarom dat nu juist hen moet overkomen.  Wanneer ze dan alleen maar stemmen horen die hen aanmoedigen om maar vlug de zwangerschap af te breken om erger te voorkomen en zelfs op onbegrip stoten wanneer ze er toch voor kiezen om het kind geboren te laten worden en vanuit medische hoek moeten horen dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun keuze, weegt de zwaarte van het moment nog eens extra.  Onder de mom van keuzevrijheid waar vandaag zo graag mee gezwaaid wordt, worden ze als het ware gedwongen om mee te heulen met de massa die collectief verklaart dat een kind met het syndroom van Down en zovele andere afwijkingen een onvolkomen leven is en dat het een weldaad is, een teken van vooruitgang, deze kinderen niet te laten geboren worden.  Of zoals een vermaarde professor het ooit uitdrukte dat het een weldaad zou zijn voor de gemeenschap om het syndroom van Down zoals de mazelen en de pokken volledig de wereld uit te roeien.  Onze huidige maatschappij treft daarom collectieve schuld door deze ouders voor een quasi ondraaglijk dilemma te plaatsen en hen te marginaliseren wanneer ze tegenstroom toch voor het leven van hun kind kiezen.

Op dat moment zou het voor hen heilvol zijn dat ze ouders mochten ontmoeten die vanuit hun ervaring getuigen wat het is te leven met een kind met een beperking.  Dat de eerste shock inderdaad normaal is en ook de twijfel.  Maar dat ze daarna mogen ervaren wat een kind met een beperking ook aan positiefs in het leven kan brengen.  We zien het met eigen ogen bij onze geburen in het restaurant in Rome.  Neen, we mogen het niet verbloemen door alleen het positieve te benadrukken, want er zal ook leed aanwezig blijven bij het hebben van een kind met een beperking.  Maar is leed afwezig bij een kind dat zogezegd geen beperking heeft, en is het bij hen alleen maar rozengeur en maneschijn?  Ik heb reeds verschillende malen mogen aanhoren van ouders met een kind met het syndroom van Down hoeveel liefde en genegenheid ze mochten ervaren van dit kind en heel wat minder van hun andere kinderen die zogezegd als normalen door het leven mogen gaan.  Maar ook zijzelf ondergaan een metamorfose doorheen hun zorg voor hun kind met een beperking.  Ze leren met grotere tederheid met het zwakke leven omgaan, het echt te koesteren, en in de leerschool van deze zorg worden hun de zachte waarden die in de huidige maatschappij zo sterk verdrongen worden, op een heel ervaringsgerichte wijze aangebracht.  Een moeder getuigt in een ander artikel dat in een maatschappij die altijd harder en complexer wordt, dit kind een brok zachte eenvoud bracht.

“Een brok zachte eenvoud”, het werd de titel van het artikel en drukt m.i. zeer goed uit wat deze kinderen met een beperking aan ons allen te leren hebben.  Wanneer we naar een maatschappij evolueren waarin deze kinderen en andere met een beperking niet meer aanwezig zijn en er alleen nog plaats is voor de zogenaamde sterken en geslaagden in het leven, zal er iets heel fundamenteels verloren gaan in de maatschappij, namelijk de zorg voor het broze, het zwakke en hun woordeloze uitnodiging om een brok zachte eenvoud in ons leven te laten groeien.  Ik kan het niet laten om de laatste zin van de moeder in het artikel te herhalen: “Als ik een van de laatste kinderen met down op de wereld gezet heb, ben ik blij dat er nog net niet genoeg druk was om het niet meer aan te durven”.

 

Br. René Stockman

De huwelijksrelatie – liturgie van de liefde (Hoofdstuk 6 – einde)

7.      De genade van rust voor het lichaam en vrede van de ziel.

 

“De dienstbode opende de deur,

Ging naar binnen en zag dat beiden sliepen.” (Tobit 8, 13)

“Mijnlief is als een zakje mirre,

Dat rust tussen mijn borsten.” (Hoogl. 1, 13)

 

De volgende tekst van de H. Paus Johannes Paulus II herinnert ons de Bijbelse antropologie: de mens is een eengemaakt wezen. De echtelijke liefde heeft een weerslag op heel zijn persoon, lichaam en ziel.

 

“Omdat de mens een geïncarneerde geest is, dat wil zeggen een ziel die zich door het lichaam uitdrukt, en een lichaam bezield door een onsterfelijke geest, is hij geroepen tot de liefde in zijn gehele wezen. De liefde omarmt ook het menselijk lichaam, en het lichaam neemt deel aan de spirituele liefde.” (De taken van het christelijk gezin, apostolische exhortatie van Johannes Paulus II).

 

Heel natuurlijke gedragingen zoals lachen  zijn nu voorwerp van wetenschappelijke studies. De geleerde besluiten van de onderzoekers zeggen wat de volkswijsheid al lang weet: “Dat doet deugd!” Zo gaat het ook met de psychologische en fysiologische effecten van de seksuele activiteit.

Naast de spirituele genaden die hiervoor reeds aangehaald werden, is bewezen  dat een hechte liefdesrelatie (niet de seksuele slippertjes) een positief effect heeft op de gezondheid! “De natuur is goed gemaakt” zullen sommigen zeggen. Maar de christenen zien iets anders: de Schepper van de natuur, van haar wetten en haar ritmes heeft een welwillende blik op deze wereld: “God bezag al wat hij gedaan had, het was zeer goed.” (Gen. 1, 31)

Het heeft de Heer, God van de Liefde, behaagd dat de liefdesdaad samen gaat met fysisch genot en fysiologische weldaden.

De seksuele daad kalmeert de angst dankzij de hormonen van het genot, geproduceerd door de hersenen: serotonine en dopamine die het organisme stimuleren en stress verzachten. De seksuele relatie neemt spierspanningen weg, ontspant het zenuwstelsel, en brengt geest en lichaam tot rust. Dit brengt nog gevolgen met zich mee op andere vlakken door de relationele spanningen te verminderen. De ervaringen van koppels bevestigen dit vaak: “Mijn echtgenoot (echtgenote) is leefbaarder, minder gespannen…”

We moeten God danken voor de fijngevoeligheid van zijn liefde, die zorg draagt voor ziel en lichaam en ons eraan herinnert dat we onlosmakelijk lichaam en ziel zijn. Geen geest alleen (zoals de engelen). Geen materieel lichaam alleen (zoals de dieren). Vergeten we deze zegswijze niet die ons beschermt tegen elke neiging om te spiritualiseren en de incarnatie te relativeren.

“Wie de engel speelt (door zuiver geestelijk te willen beminnen) is niet beter dan het beest (door als een dier te beminnen, enkel fysisch).  We willen dit hoofdstuk afsluiten met een mooi dankbetuiging voor het christelijk huwelijk, uitgedrukt door een kerkvader, Tertullianus, uit de II-de en III-de eeuw:

 

KADER

 

“Waar vind ik de kracht om met voldoening het geluk van het huwelijk te beschrijven zoals de Kerk ze ziet, die het offer bevestigt, de zegening bezegelt; de engelen roepen het uit, de hemelse Vader bevestigt… Wat een koppel, als dat van twee christenen, verenigd door een zelfde hoop, een zelfde verlangen, een zelfde discipline, een zelfde dienstwerk! Twee kinderen van een zelfde vader, dienaars van een zelfde meester; niets scheidt hen, noch in de geest, noch in het vlees; integendeel, ze zijn waarlijk twee in één vlees. Daar waar het vlees één is, daar is ook de geest één.”

Ad uxorem

Geciteerd door Johannes Paulus II  in de Apostolische Exhortatie:

De taken van het christelijk gezin

 

EINDE KADER

 

Wat bent U goed, Heer

De huwelijksrelatie – liturgie van de liefde (Hoofdstuk 6 – deel 2)

4.      Er is erkenning en herkenning…

Deze twee woorden met dezelfde stam zijn beide toepasselijk op de gevoelens van het koppel.

  1. Erkenning hebben voor iemand, dat is, het goede dat hij doet voor anderen, waarderen. De maatschappij drukt haar erkenning uit door eerbetoon te betuigen, of kentekens, eretekens uit te reiken aan de verdienstelijke burger.
  2. Iemand herkennen, dat is bewust worden van zijn unieke identiteit. Honderden passagiers komen aan in de hall van de luchthaven. Wie op kennissen wacht, bekijkt de reizigers. En plots, tussen een menigte mensen, midden de anonieme massa, herkennen we de vriend. De herkenning is de daad die aan de andere zijn identiteit geeft voor ons.
  3. Het rustmoment na de liefde is een uitverkoren tijd om een gevoel van wederzijds toebehoren te ervaren, die de andere herkent als het geliefde wezen in het huwelijksverbond.

 

Ik ben van mijn lief,

En mijn lief is van mij.” (Hoogl. 6, 3)

“Mijn lief is van mij, en ik van hem.” (Hoogl. 2, 16)

 

  1. Het uur van volheid en van vreugde is dit waar we het geluk proeven, om zich bemind te weten, gewaardeerd en zelfs voor alles verkozen. Onze partner plaatst ons boven al het andere: de kinderen, het werk, de vrienden.
  2. Geestelijke auteurs spreken van de “voorkeursliefde”.

 

“Ja, als een lelie onder de doornen,

Zo is mij vriendin onder de meisjes.

Als een kweeboom tussen het wilde hout,

Zo is mijn lief onder de jonge mannen.

(Hoogl. 2, 2-3)

 

De huwelijksdaad versterkt de liefde van de man voor de vrouw, en van de vrouw voor haar man. De bruidegom is zijn bruid dankbaar. De vrouw is vervuld in haar nood om lief te hebben en geliefd te zijn. Dat is het cement van het koppel.

 

5.      De steun

Er is nog een ander effect van de huwelijksrelatie. Deze geeft vaak steun, troost aan het koppel of een van de echtgenoten die een moeilijke periode doormaakt. We hebben daar een duidelijk voorbeeld van in de Bijbel.

 

“Daarop bracht Isaac Rebecca in zijn tent en nam haar tot vrouw. Isaac kreeg haar lief en vond troost voor het verlies van zijn moeder.” (Gen. 24, 67)

 

Er is de zachtheid van de intimiteit, maar ook de ervaring van een nieuwe kracht, aan beiden gegeven door het uitwisselen van liefde.

 

“Als een bruidegom die zijn bruidsvertrek uit komt gereden,

Een held, stralend, zo wil hij zijn baan gaan.”  (Ps. 19, 6)

 

De herbronning door de seksuele eenheid geeft een hernieuwde dynamiek om alle taken, die te maken hebben met onze plichten, weer op te nemen.

Tijden van kwaliteit of goede momenten die het koppel samen doorbrengen, zijn oases waar men zijn krachten heropbouwt vooraleer de woestijn over te steken…

“Stortvloeden” van moeilijkheden en van familiale en professionele beproevingen zullen dan de liefde van het koppel niet aantasten.

 

“Want sterk als de dood is de liefde […]

Geen stortvloed van water kan de liefde blussen,

Geen rivier spoelt haar weg.” (Hoogl. 8, 6-7)

 

Hierover een getuigenis:

Een vijftiger, kaderlid van een groot bedrijf, wordt werkloos door een herstructureringsplan. Hij is zwaar onder de indruk, want hij is voor het eerst in zijn leven werkloos.

Hij voelt zich vooral vernederd ten opzichte van zijn kinderen. De zoektocht naar werk zal vier maanden in beslag nemen, vooraleer hij nieuw werk vindt.

Gedurende deze periode zal een man, die wat minder affectief is, door zijn temperament of door zijn opvoeding, veel meer vragende partij zijn voor tederheid en seksuele eenheid, alsof hij de nood ervaart naar steun in de seksuele relaties.

Zijn echtgenote verstond dit en hield zich in die momenten beschikbaar. De echtgenoot voelde zich onthaald en bevestigd als man. Dank zij de welwillende blik van zijn vrouw, voelde hij zich niet geoordeeld en kon hij een schuldgevoel achter zich laten.  Tijdens de momenten van “liturgie van het woord” kon hij die zo weinig over zichzelf vertelde, zijn ontreddering uitspreken en kon hij zijn vrouw hem woorden van hoop zeggen. Deze uren van eenheid hebben hem langzaamaan terug zelfvertrouwen gegeven en de nodige kracht om de stappen te ondernemen om zichzelf weer “aan de man” te brengen.

Jaren later was hij zijn echtgenote nog steeds dankbaar voor wie zij geweest was in de beproeving. Het werd een nieuw begin voor het koppel…

 

6.      Dialoog van de eenheid en eenheid in de dialoog.

Deze gunstige tijd kan ook nog de kans geven de dialoog van liefde en tederheid te verlengen:

“Wat ben je mooi, mijn vriendin, wat ben je mooi!

U bent mooi, mijn lief, en zo zoet!” (Hoogl. 1, 15-16)

 

Hoeveel koppels hebben niet ervaren, dat “na de liefde” een klimaat van eenheid en vertrouwen geschapen was, dat toeliet op een serene manier delicate onderwerpen  te bespreken, waar ze anders zo veel moeite mee hebben… Op zo’n moment vindt men , in overeenstemming, oplossingen voor de opvoeding van de kinderen, de plaats van de vakanties of de relatie met de schoonfamilie!

Moet er aan herinnerd worden dat de huwelijksrelatie niet mag gebruikt worden als  drukking middel? Ze kan geen beloning zijn voor een gedrag dat als voldoende wordt beoordeeld (zo spotte Aristophanes reeds met een soort chantage in de liefde, door een “staking” van de vrouwen te bedenken om een bepaald voordeel te verwerven); noch in een soort strategie gebruikt worden, als manipulatie om zijn doel te bereiken…

Dit moment van vrede laat ook toe om toekomstperspectieven uit te wisselen. Het geeft vertrouwen in de toekomst. Zoals een woonplaats van aanzicht verandert als ze door de zon belicht wordt, zo worden toekomstige perspectieven ook met een nieuwe blik bekeken. Men ziet “beloften van de lente” en geen dreigende voortekenen meer.

“Kijk maar, de winter is heen,

De regentijd voorgoed voorbij,

Op het veld staan weer bloemen,

De tijd om te zingen breekt aan.”  (Hoogl. 2, 11-12)

 

De huwelijksrelatie – liturgie van de liefde (Hoofdstuk 6 – deel 1)

Hoofdstuk VI

 

DANKZEGGING

 

WAT ZIJT GE GOED GOD!!!

 

“Dankt God voor alles. Dit is het wat God van u verlangt in Christus Jezus.” (1 Tess. 5, 18)

 

1.      “Het is niet gedaan!”

Na de communie gaan de gelovigen weer naar hun plaats en bidden in stilte. Het is een tijd van dankzegging. Tijdens deze momenten, worden de gelovigen uitgenodigd zich bewust te worden van de aanwezigheid van God in hen, en Hem te danken voor zijn gave van Liefde in de Eucharistie.

Een jeugdherinnering uit Bretagne komt in mij op. Sommige parochianen hadden de gewoonte om onmiddellijk na de communie, de kerk stilletjes te verlaten. De rector van de parochie, een pastoor van toen, met een stevig karakter, held uit de Weerstand, ging naar de micro en zei onverbloemd: “Eh, oh! ’t Is niet gedaan! Ga niet zo weg! Uw gebraad kan nog wel even wachten, dames! … Het aperitief loopt niet weg, heren! … Vandaag zouden er misschien enkele klachtbrieven op het bureau van de bisschop liggen, maar in die tijd werd dat aanvaard: “De rector doet zijn werk!”

Zo worden de koppels ook uitgenodigd om dit bijzonder moment van dank na de seksuele daad niet te verwaarlozen. Niemand zal hen zeggen; “Eh, oh, ’t is niet gedaan!” Maar het zou spijtig zijn zo maar over te gaan naar de orde van de dag. Het is goed te genieten van dit bijzonder moment en eenvoudig de vrede en de vreugde te proeven van de eenheid van het koppel.

 

2.      God is daar

Dit moment is gunstig om te herkennen dat er in onze menselijke liefde een grotere liefde aanwezig is die ons overstijgt. Mysterieuze aanwezigheid van de God van Liefde, die zich geeft in de Vader, zich ontvangt in de Zoon en die eenheid is in de H. Geest.

                                                      “God schiep de mens als Zijn beeld,

                                                      als het beeld van God schiep Hij hen,

                                                      man en vrouw schiep Hij hen.” (Gen. 1, 27)

 

 

Het koppel dat elkaar bemint “naar ziel en lichaam” is beeld van God. Wanneer liefde oprecht, intens en eerlijk  beleefd wordt, en deze beleving doordringt tot in het diepste van het wezen dan wordt het een liefde die geeft,  een liefde die ontvangt, een liefde die één maakt. En kunnen echtgenoten ervaren dat zij niet zelf de bron van hun liefde zijn.

 

Wanneer we doorheen de geschiedenis  de poëzie die over liefde handelt bekijken, dan merken we daar een constante op, namelijk  de beschrijving dat er iets goddelijks en heiligs  aanwezig is in de ware liefde tussen man en vrouw.

 

“Haar vonken [van de liefde] zijn bliksemschichten, vlammen van God.” (Hoogl. 8, 6)

 

Is het niet daarom dat veel verloofden, ook al zijn ze niet praktiserend, toch voor de kerk willen huwen? Over alle sociale geplogenheden heen, voelen ze aan dat er iets van God  aanwezig is in hun verliefde relatie.

 

 

 

 

 

3.      Wat zeggen de mensen?

Wij mensen hebben de neiging te zuchten en te klagen over alles wat niet goed gaat. We jammeren over het tijdperk waarin we leven, de gezondheid, de buren, de collega’s, de regering en nog zoveel meer. Nogal wat nieuwsuitzendingen hebben een kijk op de actualiteit die ons kan deprimeren. We wentelen ons als het ware in het ongeluk. Hoe kunnen we deze houding wijzigen? Wat moeten we veranderen om niet meer bij de Klaagmuur te wonen?

Sommige therapeuten hebben therapieën bedacht  die aanzetten tot “positief denken”  dit om personen te helpen een andere blik te werpen op hun bestaan. Wel, op dat vlak heeft het Evangelie – het Goede Nieuws – ons zeker iets te vertellen.

Het Woord van God en het leven in de H. Geest nodigen ons uit tot een ware culturele revolutie, of anders gezegd, een bekering.

 

“Zeg altijd voor alles dank aan God de Vader in de naam van onze Heer Jezus Christus.” (Ef. 5, 20)

 

Dit nieuw gedrag kan ons leven echt veranderen en ons aanzetten om bedroefdheid en angst  te verlaten. Is het niet dat wat we aan onze kinderen willen doorgeven, opdat ze niet ondankbaar en ontgoocheld in het leven zouden staan ? Wanneer  ze een geschenk krijgen en zich  onmiddellijk haasten om het uit te pakken, dan hebben ze recht op de ouderlijke vermaning: “Wat heb je vergeten te zeggen? – Wat zeg je aan mevrouw?”

Ook wij moeten leren, of terug leren om dank te zeggen! Getuigenissen van weduwen en weduwnaars brengen ons terug bij het essentiële. Zo vaak zeggen ze ons: “Wind je toch niet op voor pietluttigheden. Waardeer toch het geluk dat God u geeft in uw huwelijk!… Geniet nu van elkaar als koppel. Ooit  is het  daarvoor te laat…”

Aarzelen we dus niet om de raadgevingen van Gods Woord in praktijk te brengen: wees dankbaar.

Dankbaarheid binnen  het koppel kan vele vormen aannemen. Het kan een stil gebedje zijn om God te danken. Is het ongepast om het “profane” met het “religieuze” te mengen? Neen, in Christus wordt heel het leven, worden alle activiteiten beleefd voor God.

 

“En al wat gij doet in woord of werk, doet alles in de naam van Jezus de Heer, God de Vader dankend door Hem.” (Kol. 3, 17)

 

Sommige christenen hebben de gewoonte een kort tafelgebed te bidden voor het eten, om de mensen en de maaltijd te zegenen, en na het eten, om te danken. Er zijn gelovigen die hun grotere verplaatsingen met de auto aan de Heer toevertrouwen, en achteraf  wanneer ze op bestemming aangekomen zijn, danken  ze de Heer om hen beschermd te hebben.

Het boek Tobit toont ons hoe het koppel Tobit en Sarah samen bidden voordat ze zich verenigen. Misschien Is het eveneens zinvol om ook daarna een kort gebedje te bidden.

Er zijn koppels die deze gewoonte hebben, heel simpel, in de stilte van het hart, om eventjes, enkele seconden maar te bidden:

 

“Alleluja! Dank Heer, voor mijn echtgenoot (echtgenote).

Dank om hem gegeven te hebben

Dank voor onze liefde

Dank voor uw hulp

Dank voor uw trouw die ons samen vele beproevingen hielp doorstaan

Bedankt!”

 

Dit koppelgebed openbaart dat hun eenheid er een is van de lichamen, de harten en de zielen.

Sommigen zeggen liever rechtstreeks dank aan de partner. “Dank voor wat je bent. Dank voor de hulp die je me geeft. Dank voor je liefde, voor de vreugde die je mij geeft…”

We zijn niet verplicht er een heel gedicht van te maken! Soms kan één enkel, klein, woord volstaan om het hart te raken: bedankt.

De huwelijksrelatie – liturgie van de liefde (hoofdstuk 5)

DE EENHEID

EENHEID, DE ENGELEN WAKEN EROVER!

“Zij zullen één vlees worden.” (Gen. 2, 24)

  1. Verlangen en genot in het licht van het Hooglied

Hoe kunnen we  de seksuele eenheid benaderen in haar eucharistische dimensie ? In het nu volgend hoofdstuk zullen we dit  doen met behulp van het Hooglied van de Liefde. De geestelijke betekenis van deze tekst, door vele mystici besproken, neemt de letterlijke betekenis van de viering van de liefde tussen man en vrouw niet weg. Het literair genre van dit boek – poëzie – laat ons toe dit onderwerp niet op een beschrijvende manier  te behandelen, dit zou eerder zwaar  zijn, maar  wel op een alluderende of een suggestieve manier.

Het doet ons denken aan de schilderijen van de neo-impressionisten die de natuur niet schilderen, volgens duidelijk afgelijnde omtrekken, maar met  behulp van losse, korte verfstreken hun impressie vastlegden. Deze poëtische uitdrukking bewaart het mysterie van wat beschouwd wordt. Het suggereert een inwendig klimaat bij het ontwikkelen van de thema’s.

* Het thema van de hevigheid van het amoureuze verlangen.

Bij de man: de geliefde is een ondernemende man, vol initiatieven, die obstakels en moeilijkheden kan overwinnen (“de bergen” en “de heuvels”) om het hart van zijn geliefde te ontmoeten. Hij rent naar haar toe in de haast van zijn verliefd verlangen. De vrouw kan dit haastig verlangen als heel fijn ervaren.

“Ik hoor mijn geliefde. Daar komt hij aan, springend over de bergen, over de heuvels komt hij aangesneld.” (Hoogl. 2, 8)

Bij de vrouw: de geliefde – en dat heeft commentatoren generaties lang verbaasd! – is verre van passief. Zij wordt niet voorgesteld als het “object” van de liefde, maar zij doet zich gelden als “subject” van de verliefde relatie. Dit toont zij – volgens veel vrome lezers nogal gedurfd – doorheen  de talrijke initiatieven,

“ ’s nachts op mijn bed, zoek ik mijn zielsbeminde…” (Hoogl. 3, 1-2)

Zij drukt haar verlangen om bemind te worden vrijelijk uit:

“Overstelp mij met de kussen van uw mond,

want uw liefkozingen zijn zoeter dan wijn; […]

Trek mij mee, laat ons vluchten!

Neem mij mee, o koning, in uw vertrekken;

Wij willen juichen, ons met u verblijden,

Wij willen zingen van uw liefde, zoeter dan wijn:

Iedereen moet wel van u houden!” (Hoogl. 1, 2-4)

Ongeremd spreekt ze haar passie uit en haar verlangen zich in het avontuur van de liefde te storten:

“Kom, mijn lief, laten we naar buiten gaan!

Laten we overnachten in de dorpen…” (Hoogl. 7, 12)

Wat een durf om haar liefde te tonen en zelfs de sociale traditie uit te dagen (wij zijn in het Oosten!):

“Was u maar mijn broeder, gevoed aan de borsten van mijn moeder!

Dan kon ik u kussen als ik u op straat ontmoette

En niemand zou er aanstoot aan nemen!” (Hoogl. 8, 1)

Uit voorgaande moeten we zeker onthouden dat het, meer nog dan een vrije uiting van onze liefdesgevoelens, een uitnodiging is om te breken met de verlegenheid, te breken met die belemmeringen die ons beletten om tot een seksuele ontmoeting te komen met de ander.

 

* Het thema van de blik die het lichaam van de andere bewondert

De geliefden van het Hooglied verenigen zich niet in de duisternis van een kamer om de schaamte van de naaktheid van het lichaam te ontlopen. Zij kijken naar elkaar vol bewondering.

De geliefde kijkt graag naar het lichaam van zijn beminde :

“Wat ben je mooi, mijn vriendin, wat ben je mooi!” (Hoogl. 4, 1)

Hij neemt de tijd om het lichaam van de vrouw te beschrijven:

“Je ogen zijn als duiven…

Je lokken zijn als een kudde geiten…

Je lippen als een lint van purper,

Je mond is zo bekoorlijk…” (Hoogl. 4, 1-3)

In de beschrijving verwijlt de man geruime tijd bij het lichaam van de geliefde zonder er zich op te sluiten. Want de “lippen” verwijzen naar de ”mond”, dat wil zeggen de woorden die de gevoelens en de emoties uitspreken, en de uitdrukking zijn van de gedachten van de geliefde.

Hij stopt bij het gelaat dat de ziel openbaart:

“Laat mij je gezicht zien,

Laat mij je stem horen,

Want je stem is zo mooi,

Je gezicht zo lieftallig!” (Hoogl. 2, 14)

De geliefde bekijkt ook graag het lichaam van haar beminde . De bewondering is op vele plaatsen in het gedicht te lezen:

“Mijn lief is blank en blozend,

Onder tienduizend anderen is hij te herkennen.

Zijn hoofd is van het zuiverste goud,

Zijn lokken zijn palmentakken,

Zijn ogen zijn duiven…

Zijn lijf is van gepolijst ivoor… (Hoogl. 5, 10-14)

Ook bij haar gaat de blik op het lichaam over naar de woorden:

“Zijn mond is een en al zoetigheid,

Hij is de aantrekkelijkheid zelve… (Hoogl. 5, 16)

* Het thema van de aanraking

De vrouw onthaalt het lichaam van haar geliefde op zich.

Zij geeft hem rust.

“Mijn lief is als een zakje mirre dat rust tussen mijn borsten.” (Hoogl. 1, 13)

Ze laat zich omarmen:

“Zijn linkerarm is onder mijn hoofd,

En zijn rechter om mij heen. (Hoogl. 2, 6)

Het zien van de schoonheid van het lichaam van de vrouw verwekt bij de man het verliefd initiatief, de streling en het verlangen van de omarming.

“Hoe mooi ben je mijn liefste, hoe bevallig, hoe bekoorlijk!

Je gestalte is zo slank als een palm,

Je borsten zijn als druiventrossen.

Ik dacht bij mijzelf: ik klim in die palm en pluk zijn dadels.

Laat je borsten voor mij zijn als de trossen van de wijnstok… (Hoogl. 7, 7-9)

De vrouw is gelukkig toe  te behoren aan hem die ze liefheeft, door hem begeerd te worden.

“Ik ben van mijn lief, naar mij gaat zijn verlangen uit.” (Hoogl. 7, 11)

Zij drukt haar wens uit zich aan hem te geven, hem de vruchten van haar lichaam en haar ziel te geven:

“Dan zal ik u met liefkozingen overstelpen!

De liefdesappelen geuren reeds

En boven onze deuren hangen de kostelijkste vruchten,

Jonge vruchten en oude, die ik bewaard heb voor u, mijn lief!” (Hoogl. 7, 13-14)

KADER

DIT IS MIJN LICHAAM

Godslastering of werkelijkheid?

Heel ingetogen, denk ik vandaag voor jou deze goddelijke woorden te kunnen uitspreken:

“Dit is mijn lichaam”

Ik neem dit lichaam met beide handen,

Met zijn materieel gewicht,

Zijn verlangen, zijn weerklank,

Met de diepte van zijn gevoeligheid,

En de rijkdom van zijn affectief leven…

Zijn zwangerschappen, de eindeloze bevallingen…

Met zijn onlesbare dorst naar eeuwigheid.

“Dit is mijn lichaam”…

Ik geef het je als voedsel,

Ontvang het, als de meest volmaakt gift die ik je kan doen,

Van wie ik ben, je echtgenote.

En jij geeft me en ik ontvang:

Je mannelijk lichaam, met zijn kracht en sterkte.

Geweldig en onstuimig, met zijn bekoringen en zijn vruchtbaarheid…

Met zijn originele gaven, zijn uitbundige projecten,

En zijn uitputtende zoektocht naar het doel,

Het enige doel van je leven.

Met je ziel, snijdend als een zwaard, rein als een meer,

Die de zuiverheid van God weerkaatst.

“Dit is je lichaam”

Als we samen één worden,

Is het geen godslastering te zeggen,

Dat we met Christus één worden,

Door wie onze wezens doorkneed zijn.

En jij en ik,

Zonden en zwakheden, vreugde en verdriet van het koppel,

Worden enige hostie,

Naar het beeld van Christus.

Moge in Hem, door Hem, met Hem,

Eindelijk geheiligd worden,

De liefde van een man en een vrouw,

Die een danklied geworden is,

Mis tot glorie van God.

Mysterie van het koppel, Ancelle

Editions Ouvrières – editions de l’Atelier, 1964

EINDE KADER

* Thema van het genot dat de zinnen verblijdt

De man en de vrouw uit het Hooglied proeven het geluk van de liefde die zich uitdrukt in het gerechtvaardigd genot van de seksuele eenheid. Dit gedicht ontwikkelt een visie die fundamenteel positief is over het lichaam en de seksualiteit.

De vreugde van de liefde wordt gevierd doorheen  een poëtische taal die gebruik maakt van rijke beelden om het genot en de gevoelens, op een sensuele  wijze te verduidelijken.

o De verliefde relatie maakt dronken zoals de wijn:

“Je navel is een ronde kom,

Moge de gekruide wijn er niet ontbreken!” (Hoogl. 7, 3)

“Ik zal u gekruide wijn te drinken geven,

En de most van mijn granaatappels.” (Hoogl. 8, 2)

o Zij heeft de zachtheid van olie:

“de klank van uw naam is als rijk parfum. (Hoogl. 1, 3)

o Ze bedwelmt als Oosterse parfums:

“Rookwolken van mirre en wierook,

Van kruiden uit verre landen. (Hoogl. 3, 6)

o Ze verblijdt de blik zoals bij het zien van de natuur in de lente:

“Op het veld staan weer bloemen,

De vijgenboom draagt zijn eerste vruchten al.” (Hoogl.2, 12-13)

o Ze verrukt het oor zoals lentemuziek:

“De tijd om te zingen breekt aan,

De roep van de tortel klinkt over het land.” (Hoogl. 2, 12)

* Thema van de seksuele eenheid

In de tekenen van haar lichaam, moet de vrouw zich openen om de man in haar te onthalen, zoals zij zich moet openen om het kind het leven te geven. De poëzie in het Hooglied herneemt de symbolische thema’s van het huis en de gesloten tuin om het mysterie te duiden van de vrouw die zich seksueel opent voor haar geliefde.

De bruidegom in het Hooglied nodigt uit tot de liefde zonder de vrouw te dwingen. Liefde vraagt zonder te dwingen.

De geliefde:

“Ik hoor mijn geliefde die loopt:

Doe open, mijn zuster, mijn vriendin,

Mijn duifje, mijn schoonste!” (Hoogl.5, 2)

De man herkent zijn kwetsbaarheid in de verliefde passie. Hij is “buiten zichzelf” en dat maakt hem afhankelijk van de vrouw.

“Je hebt me van mijn zinnen beroofd,

Mijn zuster, mijn bruid.

Je hebt me van mijn zinnen beroofd met één blik van je ogen,

Met één kraal van je snoer.” (Hoogl.4, 9)

Ook de vrouw is zich bewust van haar kwetsbaarheid, als getroffen door een geheimzinnige ziekte die haar het volle bewustzijn ontneemt:

“Sterk mij met druivenkoeken, verkwik mij met kweeappels,

Want ik ben ziek van liefde.” (Hoogl.2, 5)

De geliefde eerbiedigt het mysterie van de integriteit van de geliefde. Hij staat voor die “gesloten tuin” die alleen de vrouw van binnenuit kan openen – tuin die verwijst naar de tuin van Adam en Eva in de originele eenheid. (Gen. 2, 8)

“Een gesloten hof, ben je,

Mijn zuster, mijn bruid;

Een gesloten hof, een verzegelde bron.” (Hoogl.4, 12)

De geliefde is klaar en opent zich voor de komst van haar geliefde. Zijn wezen roept haar. De vrouw die bemint en zich bemind weet, kan de Bijbelse woorden uitspreken waarin het verlangen en de opening samenvloeien: “Kom.”

“Steek op noordenwind, kom, zuidenwind,

En blaas over mijn tuin, dat zijn geuren zich verspreiden!

Moge dan mijn lief in zijn tuin komen

En er genieten van de kostelijke vruchten!) (Hoogl.4, 16)

De geliefde, die de opening van de vrouw verwekte en verwachtte, weet zich in haar uitgenodigd.

“Ik ben al in mijn tuin, mijn zuster, mijn bruid,

Ik vergaar er mijn mirre en balsem,

Ik eet er mijn honingraat, ik drink er mijn wijn en mijn melk.” (Hoogl.5, 1)

Naar het beeld van de komst in de tuin, is er ook die van het feest, plaats van eenheid en vreugde (“eten”, “drinken”). “De melk” en “de wijn” verwijzen terug naar het beloofde land.

 

  1. Het woord van de instemming wordt vlees.

De wederzijdse instemming van de echtgenoten is het sacramentele woord van het huwelijk.

Het is de gewone praktijk in de Bijbel en de traditie van het volk van Israël (“Ze zeiden: “Laten we de jonge vrouw roepen, en haar gedacht vragen”. Zij riepen Rebecca en zeiden haar: ”Wilt ge weggaan met deze man?” en ze antwoordde: “Ik wil wel” (Gen. 24, 57-58)”)

Het woord in het sacrament is heel eenvoudig: “N. ik ontvang je als echtgenoot (echtgenote) en ik geef mij aan jou om je trouw lief te hebben, alle dagen van mijn leven”. Met deze formule verenigen man en vrouw zich voor God en voor de gemeenschap, en dit voor  heel hun verdere leven.

Het canonieke recht van de Kerk, zegt dat het huwelijk dan “gesloten” is. Maar het uitgesproken verbond tussen de echtgenoten moet bezegeld worden door de eenheid van de lichamen in de echtelijke daad. Dan zegt men dat het huwelijk “geconsumeerd” is.

Dit aspect is zo essentieel, dat als een van de partners zich voor langere tijd niet geeft, het verbond nietig verklaard wordt. De seksuele daad is dus de plaats waar de wederzijdse toestemming bezegeld wordt in de eenheid van de lichamen: “Ik geef mij aan je, ik ontvang je…” Elke echtelijke relatie hernieuwt dit verbond door de echtgenoten gesloten “in de Heer”. Dit toont het belang dat de Kerk hecht aan de seksualiteit van het koppel. Dat is waarom de catechismus van de Franse bisschoppen heel juist verklaren dat op dat moment: “Het woord vlees wordt” want de ja van de mondelinge toestemming incarneert zich in de ja van de eenheid van de lichamen. De seksuele eenheid is dus het teken van het sacramenteel engagement van het huwelijk; dat is wat het document van de Franse bisschoppen noemt: “het vlees dat woord wordt en waarachtige taal”.

 

Dit teken in het vlees is belangrijk in de Bijbel, en doet denken aan het verhaal van Abraham. Als God met hem en zijn stam een verbond sluit, maakt hij een teken in de lichamen van de mannen. “Gij moet de voorhuid besnijden, het zal het teken zijn van het verbond tussen u en Mij… Mijn verbond zal in uw vlees gemerkt worden als een eeuwig verbond.” (Gen. 17, 11-13) De lichamen van de Israëlieten dragen dit merkteken die het verbond met God betekenen. Het is tevens in deze context van het huwelijksverbond dat God dit ander teken geeft: de eenheid van de lichamen.

De seksualiteit van het koppel vermindert de schoonheid niet van de geestelijke eenheid, maar integendeel incarneert, realiseert, schrijft dit huwelijksverbond met God in het vlees. De wederzijdse gave van de lichamen heeft deel aan het mysterie van de incarnatie van de liefde. De geliefde van het Hooglied roept het uit: “Draag mij als een zegel op uw hart.” (Hoogl. 8, 6) Als het koppel “één vlees wordt”, wordt het zegel niet alleen gedragen op het hart, maar intiem in het lichaam.

  1. De seksuele relatie is drie maal heilig.

De joodse traditie gaat gedurfde formuleringen niet uit de weg als het over het heilig karakter gaat van een mooie echtelijke eenheid. Zo staat er in de Talmoed:

“Op het moment dat de man met zijn vrouw in heiligheid is verenigd, verblijft de Chekinah (de Goddelijke Aanwezigheid) bij hen.”

Een joodse schrijver uit de Middeleeuwen verklaart:

“De seksualiteit is bij uitstek een pure en heilige zaak, als de bedoelingen bij de daad puur en heilig zijn… Wat de wil is van de Goddelijke Schepper kan nooit en in geen geval voorwerp van schaamte zijn of besmet zijn  door een of andere vorm van lelijkheid.” (Brief over de heiligheid, XIII eeuw)

Sommigen zullen waarschijnlijk de vraag stellen: waarom seksualiteit spiritueel  benaderen, terwijl het toch louter  biologische mechanismen zijn? Waarin kan zo’n natuurlijke realiteit als de seksualiteit heilig verklaard worden? Is dit hier geen taalkundig spitstechnologie, of een romantische stijlfiguur om op zo’n eenvoudig gegeven een geestelijke vernislaagje te zetten?

In de Bijbel is alleen God heilig. Bij uitbreiding wordt alles wat toelaat in contact te komen met God, in de ruimte of in het gebruik van bepaalde voorwerpen “heilig” genoemd. De heiligheid van een plaats of een persoon impliceert altijd een scheiding met het profane om in de ruimte van God te komen. Het volk van Israël is “heilig” omdat het gescheiden is van de andere volkeren – het land van Israël is “heilig”, want gescheiden van de andere landen – de stad Jeruzalem is “heilig” want gescheiden van de andere steden – de dag van de Sabbat is “heilig” want gescheiden van de andere gewone dagen.

We mogen stellen dat de menselijke seksualiteit driemaal heilig is, want ze maakt drie essentiële scheidingen:

Ze is heilig omdat ze beleefd wordt  in een specifiek menselijk domein, radicaal gescheiden van de dierenwereld.

“God de Heer boetseerde uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht, en bracht die bij de mens, om te zien hoe hij ze noemen zou: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten. De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren en alle vogels van de lucht en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet.” (Gen. 2, 19-20)

De mens kan zich hechten aan huisdieren, maar deze kunnen geen “hulp die bij hem past” zijn. Het dier is vaak een hulp in het werk, maar geen gelijkwaardige partner en verschillend in communicatie; daarom kan hij de mens niet vervullen. Vandaar het verbod uit het boek Leviticus, dat zoöfilie veroordeelt (Lev. 18, 23-24).

De seksualiteit is heilig in de scheiding die gesteld is bij mensen van hetzelfde geslacht. Voor de Bijbel is homoseksualiteit een radicale ontkenning van Gods plan, die de eenheid van de seksen wil in hun verscheidenheid.

“Overigens geldt voor de Heer, dat noch de vrouw iets is zonder de man, noch de man zonder de vrouw. (1 Kor. 11, 11)

De weigering van het anders zijn in de seksuele relatie verwerpt het menselijk koppel zoals God het wil.

“God schiep de mens als Zijn beeld,

als het beeld van God schiep Hij hen,

man en vrouw schiep Hij hen.

God zegende hen…” (Gen. 1, 27-28)

God is relatie, zo schept Hij dan de mens naar “Zijn beeld en gelijkenis”, dat wil zeggen in staat om relaties te hebben met zijn Schepper en zijn soortgenoten met het oog op een “jij” en “ik” verbond. De mens, als persoon, geschapen in een man-vrouw dualiteit, kan zo tot vervulling komen door het seksuele verschil dat door God gewild en goed is. Man en vrouw realiseren samen het beeld van God; het is samen dat ze zijn zegening ontvangen.

De rabbijnen Josy Eisenberg en Armand Abecassis bespreken het tweede scheppingsverhaal als volgt:

“Wat de Bijbelse tekst eigenlijk zegt, volgens Rachi, is dat de vrouw getrokken is uit de zijde, uit een van de zijden van de man, en niet uit een van zijn ribben, waarbij je de klassieke vertaling van het woord “tsela” hoort als een  grenslijn  (= limite  in het Frans), een “côte” in de maritieme zin. De zijde is de grenslijn. De man moet zijn mannelijk lichaam aanvaarden tot aan de grenslijn  om aan deze grenslijn het vrouwelijk wezen te ontmoeten. De waarachtige seksualiteit plaatst uiteindelijk de man in zijn mannelijke begrensdheid: dan kan hij de andere opmerken en beluisteren, als een andere.” (A Bible Ouverte. Et Dieu créa Eve, Albin Michel 1992)

De joodse en christelijke commentatoren benadrukken dat de  seksualiteit de oorspronkelijke plaats bij uitstek is, om de verschillen tussen man en vrouw te ervaren.

De man en de vrouw die elkaar liefhebben beseffen dat ze los van elkaar niet volledig zijn. De ervaring van het gemis is noodzakelijk om toegang te hebben tot het verlangen naar en de ontmoeting met de andere. Het seksueel verschil aanvaarden behoedt de mens tegen de illusie van een gesloten, teruggetrokken  wereld, waar hij in zichzelf gekeerd leeft. Hij heeft nood om zich open te stellen  voor het ander geslacht om zich  ten volle te verwezenlijken , zoals hij nood heeft om zich open te stellen voor God om zijn toestand als schepsel te aanvaarden.

De rabbijnen gebruiken zelfs het Hebreeuws alfabet om te bewijzen dat man en vrouw samen beeld van God zijn. De letter “yod” van de man en de letter “hé” van de vrouw moeten verenigd zijn om alle nodige letters te hebben om het tetragram te vormen, t.t.z. de goddelijke Naam. (De Hebreeuwse lettercombinatie יהוה (jod-hee-vav-hee (JHWH of JHVH)) is in de Hebreeuwse Bijbel de Naam van God.  Deze lettercombinatie wordt ook wel tetragrammaton genoemd)

Dit legt het Bijbelse verbod uit van de homoseksuele praktijk (Lev. 18, 22)

De seksualiteit is heilig omdat ze een derde scheiding maakt: deze van andere mogelijke partners. Inderdaad, de getrouwde persoon wordt apart geplaatst voor de exclusieve gave aan de echtgenoot (echtgenote). Vandaar het gebod: “Gij zult geen overspel plegen” (Ex. 20 14).

In de traditie van de Talmoed, wordt het huwelijk “qiddouchim” genoemd, d.w.z. heiliging. De wijzen van Israël die de huwelijksviering opgesteld hebben, hebben ze “consecratie” genoemd om duidelijk te maken dat de vrouw uitsluitend toebehoort aan haar echtgenoot  en verboden is voor elk andere man, zoals het verboden is voorwerpen die geconsacreerd zijn in de Tempel van Jeruzalem te gebruiken voor profane doeleinden!

Daarom verklaart de bruidegom tijdens het overhandigen van de ringen aan zijn bruid: “Jij bent mij toegewijd door deze ring, volgens de wet van Mozes en van Israël.”

Het genot is geen maatstaf van de liefde.

In de eucharistische communie is het belangrijkste Jezus te ontvangen, het Brood van Leven. Dit bewonen van de Christus in de ziel, geschonken in het doopsel, vernieuwt de aanwezigheid van God. Het woord wordt vervuld:

“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt

Blijft in mij en ik in hem.” (Joh. 6, 56)

Wie te communie gaat doet dat soms met grote vurigheid en met een sterk gevoel van vrede, vreugde, liefde. De ziel is in vervoering, als “in de hemel”, zoals de apostelen bij de gedaanteverandering op de berg Thabor. Maar soms is de ziel in een woestijn en voelt niets, geen grote gevoelens of religieuze emoties; ze blijft als een vreemde ten opzichte van het beleefde. Soms ontdekt de gelovige, wat beschaamd, dat hij niet echt aanwezig was op deze afspraak met de liefde, verstrooid door uiterlijke prikkels (de originele kledij van de koorleidster!) of innerlijke zorgen.

Een liturgisch gebed na de communie kan ons geruststellen:

“Moge de genade van deze communie, Heer, bezit nemen van onze geesten en onze harten, opdat haar invloed, en niet ons gevoelen, in ons mag blijven heersen…” (Tijd door het jaar XXIV)

Wat belangrijk is, zijn niet onze voorbijgaande emoties, maar de werkelijke vruchten van onze ontmoeting.

Hetzelfde kan gezegd worden van de echtelijke relaties. De gevoelde emoties zijn niet de maatstaf van de liefde.

De seksuele relaties zijn geen competitie om buitengewone prestaties te verrichten noch een examen om vaardigheden te evalueren. Wanneer  men doordeweekse boekjes doorbladert,  die uitgegeven zijn voor het grote publiek, en  waarin het onderwerp seksualiteit behandeld wordt, dan is men verrast door het grote belang dat gehecht wordt aan het fysisch genot. Er is een geniepige culturele druk die de waarde van de seksuele daad beoordeelt enkel op basis van het criterium van het orgasme.

Wanneer we het gegeven ‘prestatie’, op een geobsedeerde wijze, centraal plaatsen in een liefdesrelatie, brengen we het koppel in de situatie van kunstschaatsers die een cijfer krijgen na hun prestatie! En de prestatie wordt geëvalueerd in functie van de intensiteit van het genot. Sommigen ervaren deze druk als heel pijnlijk en kunnen geblokkeerd raken in de uitdrukking van hun liefde. Voor hen is de bekoring groot om te vluchten; ze zullen onder  het mom van allerlei voorwendsels     het risico op een mislukking willen vermijden.

Ze zullen afwijzen om de kans op een vernedering  uit te sluiten om zo de andere of zichzelf  niet te ontgoochelen.

In dat geval zal de echtgenote zich wijsmaken dat het beter is te investeren in andere competenties en loopt zij op die wijze sterk het risico om uitsluitend het moederschap centraal te plaatsen. De echtgenoot die vreest niet op de hoogte te zijn van de veronderstelde prestaties van de andere mannetjes, zal

zich liever buitenhuis engageren en het beste van zichzelf geven in verbouwingswerken of in de politiek…

In een christelijke houding mogen we de amoureuze relatie, zoals ze voorgesteld wordt in de in de mode zijnde fantasieën, niet als waar (en waardevol)  beschouwen.

“Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt.” (Rom. 12, 2)

De echtgenoten worden uitgenodigd om hun relaties te beleven in liefde en tederheid, en, durven we het zeggen, op een gewone en eenvoudige manier. Zij moeten zelf hun taal van de liefde ontwikkelen, vanuit wat ze zijn en niet in functie van een opgelegd “ideaal”. God vervult zijn kinderen die elkaar liefhebben; Hij geeft zijn zegening aan het koppel dat Hij gevormd heeft en die hun huwelijksverbond hernieuwen door één vlees te worden. “En Hij zag dat het heel goed was.” (Gen. 1, 31)

Deze nieuwe vrijheid ten opzichte van de hedendaagse “normen” van de seksualiteit geven vreugde en vrede.

KADER

“NAAR GODS BEELD MAN EN VROUW” JOHANNES PAULUS II

“De eenheid, waarover Genesis 2, 24 spreekt (“beiden worden één vlees ” is zonder enige twijfel die eenheid die wordt uitgedrukt en verwezenlijkt in de huwelijksdaad. […] Maar de gehele context van de lapidaire formulering veroorlooft ons niet, te blijven stilstaan bij de oppervlakte van de menselijke seksualiteit of over het lichaam en over het geslacht te handelen buiten de volle dimensie van de mens en van de “gemeenschap van personen”; hij verplicht ons daarentegen, van het “begin af” de volheid en de diepte te ontdekken die eigen zijn aan die eenheid die man en vrouw in het licht van de openbaring van het lichaam moeten vormen. […]

Man en vrouw die zich (in de huwelijksdaad) zo nauw verenigen dat zij “één vlees” worden, ontdekken bij wijze van spreken het scheppingsmysterie elke keer op heel speciale wijze opnieuw en keren zo terug naar die eenheid in het mens-zijn (“vlees van mijn vlees en been van mijn gebeente”) die het hun mogelijk maakt elkaar over en weer te herkennen en elkaar zoals de eerste keer bij hun naam te noemen. In zekere zin betekent dit een opnieuw beleven van de oorspronkelijke maagdelijkheidswaarde van de mens die tevoorschijn komt uit het mysterie van zijn eenzaamheid tegenover God en midden in de wereld. Het feit dat zij “één vlees” worden, is een sterke, door de Schepper gelegde band, waardoor zij hun eigen mens-zijn ontdekken, hetzij in de oorspronkelijke eenheid daarvan, hetzij in de dualiteit van een geheimzinnige wederzijdse aantrekkingskracht.”

Naar Gods beeld Man en vrouw

Een lezing van Genesis 1-3, Uitgave Nieuwe Stad

EINDE KADER