Samen op Weg november 2020

Zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg

We zitten weer in een soort Lock down, en het virus probeert heel ons leven te beheersen. Het verveelt ons, het belemmert ons, en als we niet goed in ons vel zitten, kan het ons ook ontmoedigen.

De maatregelen ontzien de economie, maar treffen vooral de sociale contacten, die herleid zijn tot een strikt minimum. Wij worden als het ware opgesloten in een kleine bubbel, waarin we maar één persoon tegelijk mogen toelaten.

Het internet lost niet alles op, maar gelukkig zijn er creatieve oplossingen om toch, al is het maar via het scherm, samenkomsten mee te maken, opleidingen te volgen, met de familie dichtbij of veraf te communiceren, en ook het blijde nieuws te beluisteren.

Zo beluister ik nu dagelijks een priester, die in de bijbel soortgelijke situaties uitkiest en uitlegt, en zo tot enkele goede tips komt, om deze tijd als christen niet te ondergaan, maar te leven.

U kent allemaal het verhaal van de leerlingen van Emmaüs. Het is de avond zelf van de verrijzenis van de Heer. De twee mannen, Kleopas, en een andere leerling, behoorden niet tot de apostelen, maar wel tot een bredere kring van de leerlingen van Jezus, die de laatste dagen in Jeruzalem hebben meegemaakt, en er vast van overtuigd waren dat Hij Israël zou bevrijden van de Romeinse bezetter. Intussen werd Jezus gevangen gezet, berecht, gemarteld en is aan het kruis een verschrikkelijke marteldood gestorven.

Dat was niet wat ze verwacht hadden. Ze zijn ontmoedigd, alle hoop is verloren. Wel hebben enkele vrouwen verteld dat ze in de vroege morgen het graf leeg hebben bevonden, en dat ze engelen gezien hebben, die verklaarden dat Jezus leefde. Wij kennen het vervolg natuurlijk, en de verdere verschijningen van Jezus, maar voor die twee mannen was het niet zo evident.

Ze weten niet wat ze er moeten van denken en ze beslissen Jeruzalem te verlaten, en terug te keren naar hun gewone leven, zij het een wat triestig leven, na alles wat ze gedroomd hadden. En onderweg kunnen ze het niet laten onder elkaar te spreken over de gebeurtenissen. Het is zoals nu, alle gesprekken, het nieuws enz. … gaan over het virus, de Lock down, …

En dan verschijnt er plots nog iemand, een vreemdeling, die hen ondervraagt.  Ze kunnen het niet laten ironisch te vragen of hij de enige vreemdeling is in Jeruzalem, dat hij niet weet wat er die dagen gebeurd is, en ze brengen hem op de hoogte. Vervolgens krijgen ze een lange catechese tot ze hun doel bereiken. Jezus haalt de passages uit het Oude Testament die op Hem betrekking hebben en die voorspellen dat Hij moest sterven, en zelfs op die vreselijke manier. En ze luisteren en laten zich langzaamaan overtuigen. Zij voelen hun hart verwarmen. Bij het breken van het brood herkennen ze Jezus. Ze worden als het ware getransformeerd, en ervaren de vreugde van de verrijzenis.

Op verschillende manieren verandert hun leven. Hun ontmoediging slaat om in vreugde, hun twijfels gaan over in getuigenis, van doden worden ze weer levend, zo besmettelijk is de verrijzenis.

Jezus gaat wel heel delicaat en pedagogisch te werk.

Eerst stelt Hij hen enkele vragen, waarop Hij het antwoord kent, maar Hij laat hen toe zich uit te drukken, hun droefheid, hun twijfels uit te spreken. Zij hebben als het ware zichzelf opgesloten in hun bubbel. De boodschap van de vrouwen was niet bij machte deze bubbel te doorprikken, en Jezus probeert het ook niet van buiten. Jezus gaat echt samen met hen op weg, dringt zich niet op, verwijst niet naar zichzelf: “Ik had het toch al gezegd…” Hij komt bij manier van spreken in hun bubbel en laat ze zelf aan de hand van de teksten ontdekken wat er werkelijk gaande is.

Beste vrienden van samen op weg,

De tweede leerling van Emmaüs wordt niet bij naam genoemd, en dat is omdat Lucas in het laatste hoofdstuk van zijn evangelie, dit traject voorstelt voor al zijn lezers, voor elke leerling van Jezus.

Zo kreeg ik in de podcast het voorstel om tijdens een wandeling, die dus toegelaten is, of anders in een stille ruimte virtueel op stap te gaan, met deze tekst en met Jezus zelf. Dit is volledig volgens de regels, hé. Ik geef het jullie dus ook mee, dit voorstel.

Je vertelt aan Jezus je leven vandaag, je zorgen, je problemen, wat je op je hart hebt.

Je luistert naar Hem. Je gaat in dialoog met Hem.

Na een tijdje zal je hart ook gaan branden.

Naast de dialoog met Jezus, is er nog iets. Als christenen zijn we geroepen om de Heer na te volgen. In dit verhaal krijgen we enkele voorbeelden van de handelswijze van Jezus.

Er is eerst zijn luisterbereidheid. Ofschoon Hij alles weet, stelt Hij toch vragen en luistert geduldig, vol respect naar zijn gesprekspartners. Hij onderbreekt ze niet, maar antwoordt op het einde. Is dat al geen eerste tip voor ons, in het koppel. Kunnen luisteren naar de andere, zonder oordeel, zonder te denken dat ik het al weet, met volle aandacht, niet met één oor naar de andere, en het ander oor naar het nieuws op de achtergrond!

In deze speciale tijd, hebben we zeker kennissen of vrienden in de put of in eenzaamheid. Kunnen we tijd nemen en geven door hen op te bellen en te beluisteren, of door hen een brief te schrijven. (zie ook vorige samen op weg 😉 )

We kunnen ook leren van de pedagogie van de Heer. Hij reikt geen kant en klare oplossingen aan, maar geeft hen de nodige tips om zelf in de teksten die ze kennen te ontdekken wat er echt aan het gebeuren is. Hoe vaak wordt er geen goed bedoelde raad gegeven, terwijl de andere er nog niet klaar voor is, of dat wijzelf het niet echt hebben begrepen en naast de kwestie blijven. Laten we vooral geduld hebben, en luisteren, vaak zal de andere daar al heel wat mee geholpen zijn!

Als Jezus het brood breekt, dan geeft Hij zichzelf. In de dialoog met Hem, kunnen we misschien van Hem horen wat wij van onszelf met anderen kunnen delen. Tijd zal zeker al één van die geschenken zijn. Tijd is kostbaar, en gegeven tijd is goud!

Beste vrienden van samen op weg, heel de gemeenschap van Maria-Kefas bidt voor jullie, en we vertrouwen u toe aan de zorg en het gebed van onze moeder Maria. Zoals in Cana kan ze ons dichter bij de Heer brengen, en de dialoog tot stand brengen.

En om pater Roger zaliger te citeren:

“Tot altijd!”

Alain

Samen op Weg augustus 2020

Beste vrienden van Samen op Weg

Voor en na.

Heel mijn leven lang al, wordt geschiedenis bepaald in jaren voor C. of jaren na C. En de C. staat niet voor Caesar Julius, die de romeinse kalender vastlegde. Toch is hij belangrijk  voor ons, hij schreef immers: “De Belgen zijn de dapperste onder de Galliërs.”

Neen, de C. staat voor Christus, de Mensenzoon, en de jaren verwijzen naar zijn geboorte, weliswaar met een zekere foutenmarge, maar dat is dan weer mensenwerk.

Wij zijn nu 2020 jaren verder, en kijk, de laatste maanden wordt veel gesproken in termen van voor of na Corona! Nochtans kunnen we deze C van corona of covid wel missen als kiespijn. Wel leven we nu in een tijd van onzekerheid, waarin we weer eens beseffen dat we niet alles onder controle hebben. Ook  uit deze crisis zijn er lessen te trekken.

Op zondag 26 juli trof mij het onderricht van C. (Jezus) over het rijk Gods. Na de vergelijking met de schat in het veld, en de kostbare parel en de vissen in het net, waar telkens een radicale keuze gemaakt wordt, eindigt Jezus met de woorden, (Mat. 13, 52) “Daarom is iedere Schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud tevoorschijn haalt.” “Schat” is in heel het onderricht het sleutelwoord, en elk van ons zal dus eens moeten nadenken waar en wat zijn schat is!

Als voorbeeld voor parels gaf de priester in zijn preek: geduld, vriendelijkheid, attenties hebben, een glimlach, … dan vooral in relaties tot onze naasten. Uit die schat halen we dan oud en nieuw! Oud en nieuw, dat verwijst naar voor en na!

Nu zitten we nog in die c-crisis, maar het is goed om na te denken over wat goed is voor en na!

Ik geef een voorbeeld. Heel lang geleden, toen de dieren nog spraken, leerden de mensen schrijven. En als een geliefde veraf was, werden er brieven geschreven. Mooie, lange brieven, met je persoonlijk geschrift, waar je gemoedstoestand ook te lezen was, eventueel tussen de lijnen, met mooie tekeningetjes. Toen ik zo naar Martine brieven schreef als ze ver weg op vakantie was met haar ouders en haar jongste zus, wou die zus altijd bij haar zitten als Martine mijn brieven las, en ze vroeg ook, wat ik zoal schreef. Toen ik dat hoorde, voegde ik allerlei tekeningetjes bij de volgende brieven, en zo mocht het zusje naar de tekeningetjes kijken, en kon Martine rustig lezen…

Nu, in onze moderne tijd, met smartphones, sms, twitter, Instagram (je leest hierin short, vluchtig, instant), lees je nog zoiets als khvnU. Erger nog: het einde van een relatie kan blijkbaar ook met een paar lettertjes. En kijk, in de lockdown (kotslot?) vonden we opeens in de brievenbus, brieven van onze kleinkinderen! Schitterend, met tekeningetjes, in alle kleuren, enz. … Wel, voor mij is een brief schrijven, een brief ontvangen, zo’n parel van liefde die je voor en na, uit je schat mag halen. En, merkwaardig, je schat wordt er alleen maar groter van!

We mochten onlangs ook ervaren hoe iemand in het ziekenhuis een brief van een vriendin koesterde en heel dikwijls herlas. Dank aan de veraf wonende afzender!

Een andere parel, waar al wat stof op zit, is de gehoorzaamheid. (Hopelijk lees je nog verder). Ik denk dan in deze c-crisis, gehoorzaamheid aan de overheid, de regeltjes, hé. Wij, dappere Belgen, maken er eerder een sport van, om deze regeltjes stiekem te omzeilen. Ik schrijf dit uit Zwitserland, op bezoek bij mijn dochter, die een band heeft met de H. Jozef. En laat nu de H. Jozef de patroon zijn van Zwitserland, en van … België! Dus laat ik mij door hem inspireren. De keizer beslist opeens dat iedereen zich op de lijst van zijn geboortestad moet inschrijven. Jozef, die in Nazareth woont met zijn hoogzwangere vrouw Maria, moet daarvoor naar Bethlehem, in het bergland, niet echt naast de deur. Wij Belgen, ik toch, bedenken binnen de vijf seconden, tien overtuigende excuses, met de nodige attesten en doktersbriefjes, om niet te moeten gaan. Jozef, niets daarvan, hij leent of huurt een ezel voor Maria, en zij gaan samen op weg! (ik kan niet laten het zo te formuleren 😉 ) In die gehoorzaamheid is onze Redder geboren, precies daar waar het in de Schriften staat, en ook niet in een paleis.

Merk ook op, onze tijdrekening, voor en na, is onder andere gebaseerd op het moment dat keizer Tiberius dit bevelschrift uitvaardigde.

Paus Franciscus gaf ook mooie denkpisten in verband met deze evangelietekst.

“Het Rijk der hemelen is het tegenovergestelde van de overbodige dingen die de wereld biedt, het tegenovergestelde van een banaal leven: het is een schat die het leven elke dag vernieuwt en het opent naar wijdere horizonten. En inderdaad, zij die deze schat vinden, hebben een creatief en zoekend hart, dat niet herhaalt of kopieert maar uitvindt door nieuwe wegen te maken en te volgen, die ons leiden tot de liefde voor God en voor de anderen, en zelfs tot de liefde voor onszelf.

Degene die deze weg van het Rijk bewandelen, onderscheiden zich door de creativiteit, door altijd door en verder te zoeken. En deze creativiteit gaat voor het leven, en geeft leven, en geeft, geeft en geeft… Zij zoekt altijd naar talrijke nieuwe wegen om het leven te geven.”

Een goede gids is natuurlijk Gods Woord. Daarover zegt Franciscus:

 “Vaak ben je afgeleid door te veel verleidingen, en is het moeilijk te midden van alle woorden dat van God te horen, het enige dat ons vrijmaakt.” Een waar woord, en reden te meer om zijn advies op te volgen en snel op zoek te gaan naar een zakevangelie om altijd bij de hand te hebben: een oud normaal dat altijd nieuw blijft. Bingo!

Dus, zussen en broers, verlaat de comfortzone (misschien heeft deze c-crisis je er al uit gebonjourd) , wees creatief en ga altijd maar op zoek naar nieuwe wegen. Dat is leven! Jullie zijn schatten, parels van mensen, ik heb er alle vertrouwen in, dat jullie oud en nieuw, voor en na, mooier en mooier zullen invullen, en zo samen op weg gaan naar Gods huis!

Alain

Samen op Weg mei 2020

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

 

Sedert vorig nummer is er heel wat gebeurd, of eigenlijk, niet meer gebeurd. Zelfs samen op weg mag niet zomaar, je moet afstand houden, en je gaat niet met gelijk wie op weg.

Tijdens de vasten was het relatief gemakkelijk: een aantal dingen niet mogen doen, je bezinnen, je onthouden, zoals de bewoners van Nineve in zak en as zitten. Maar Pasen, dat werd wat onwezenlijk: Alleluja, maar alleen, of met zijn tweetjes, of met het hele gezin, maar niet meer met de hele gemeenschap vreugdevol samen.

Er is licht aan het eind van de tunnel, wordt gezegd, maar deze tunnel blijkt wel heel wat langer dan eerst gedacht. En kijk, de woensdag na Pasen, lazen we het verhaal van de leerlingen van Emmaüs, en ik vond die situatie zo herkenbaar.

Wij zijn nu die leerlingen onderweg. We zijn alleen (of met twee…), we zien onze dierbaren niet (tenzij virtueel, maar dat is toch anders), misschien zijn er zieken of zelfs overledenen in onze dichte kring, het is een donkere tijd. Wel weten we dat Pasen gevierd is, dat de Heer is verrezen, maar het voelt zo niet? De leerlingen van Emmaüs hadden ook wel iets gehoord van de vrouwen, maar ja…

Toch is er goed nieuws. Het licht is niet aan het eind van de tunnel. Het licht van de wereld komt zelfs met ons meestappen, in de tunnel, maar we hebben tijd nodig om het te zien. “Zijt ge dan de enige  vreemdeling, dat ge niet weet wat er hier aan het gebeuren is?” “Wat dan?” “Hum, wel het virus, het staat in alle bladen, het komt uitgebreid in elke nieuwsuitzending…”

Wat Jezus nu zal antwoorden, dat zal voor elke leerling, volgeling, gelovige, christen, anders zijn, omdat Hij elk van ons heel goed kent. Ik kan het dus niet zeggen. Maar ik weet wel, dat Hij meegaat met ons, zoals met de leerlingen van Emmaüs, met onze twijfels, ons lijden, onze vragen. Hij kan ons troosten, ons heel geduldig onderrichten, en bij ons blijven als we het Hem vragen.

Jezus is het Woord van God, Hij is midden onder ons. Het Woord van God is te vinden in de bijbel, het is geen dode letter, het is God zelf die tot elk van ons spreekt in dit levend boek.

Het is nu zeker een uitgelezen (sorry, niet bedoeld als woordspeling!) tijd om na een kort gebed, een passage uit de Bijbel te lezen, en jezelf te plaatsen in de persoon die met Jezus in contact komt. Zeker in de lezingen na Pasen, is het Hij het die geduldig uitlegt hoe we tijdens het leven hier onze blik kunnen richten op het eeuwige leven, zonder het dagelijkse te ontvluchten. Zo gaf Hij het volk eerst brood en vis te eten, vooraleer Hij zei zelf het Brood uit te hemel te zijn.

“Wat moeten we doen?” vroegen de mensen. De wil van God doen, dat begint met te geloven dat Jezus Gods Zoon is.

Als we tijd nemen om te bidden, te spreken met Hem en te luisteren, dan weet ik dat Hij ons zal inspireren.

Blijven we even bij het beeld van het brood. Toen Jezus het volk zag, moe en hongerig, betrok hij zijn leerlingen om een oplossing te vinden, en dan het brood uit te delen. Philippus heeft niet gedacht: “Ik zal maar zwijgen over die jongen met zijn vijf broden en twee vissen, het heeft toch geen zin.” Neen, hij spreekt erover, zegt het aan de Heer, en Jezus doet hiermee het wonder, opnieuw met zijn leerlingen die het, in geloof, gaan uitdelen. Ook zo wil Jezus ons nu gebruiken om Zijn werk voort te zetten. Na het breken van het brood werd Hij door de leerlingen van Emmaüs herkend, en verdween Hij uit hun zicht. Vanaf dan gaan ze vol vreugde terug naar Jeruzalem, en ze geloven, en de anderen intussen ook. De Thomassen zoals ik hebben soms een duwtje meer nodig. Maar met het geloof zo groot als een mosterdzaadje kunnen we bergen verzetten.

Jezus is het Licht van de wereld, en wij zijn het zout der aarde, en kleine lichtjes, en we kunnen met Hem verbonden (de Wijnstok), het verschil maken.

Ik ben zo dankbaar te mogen zien hoe creatief de gewone mensen kunnen zijn in deze tijd. Ik denk aan het handgeklap om 20u, aan de balkonzangers, aan andere tekenen van dank voor degene die zich kunnen en mogen inzetten, niet zonder risico.

Bedrijven vinden procedures om duizenden mondmaskers in een container te ontsmetten, jongeren helpen mee met de voedselbank om pakketten aan huis te bezorgen, vrijwilligers van het Rode Kruis gaan helpen om zorgbehoevende personen bij te staan, …

Om nog eens bij het beeld van het brood te blijven, de vraag voor ons is: “Wat zijn mijn vijf broden, en mijn twee vissen?”

Ik ben er nog niet uit, maar ik vraag het de Heer elke dag. Hij gaat mee op deze weg, luister naar Hem!

Wij zijn deze maand mei op weg naar Pinksteren, en je mag dit letterlijk nemen, want Pinksteren valt op 31 mei! We kunnen ons deze maand voorbereiden op een nieuwe doorbraak van de H. Geest, over ons en over de wereld.

In onze moderne tijd willen we alles plannen, op voorhand weten, en waar we onzeker over zijn, dat proberen we te verzekeren. Ze verkopen ons levensverzekeringen, maar ook begrafenisverzekeringen, en annulatieverzekeringen… Ik las onlangs iets over de wet van Heisenberg, en het komt erop neer dat er maar één ding zeker is, dat is dat alles onzeker is!

Over de H. Geest zegt Jezus: “De H. Geest gaat waarheen Hij wil, maar niemand weet vanwaar Hij komt, en waarheen Hij gaat.” De zekerheid is dat de H. Geest ons wil brengen waar ons geluk ligt, naar het eeuwig leven, de onzekerheid is waar en hoe.

Voor de huidige crisis leefden we gemakkelijk in een bepaalde comfortzone, nu echter is veel onzeker, op persoonlijk vlak en voor de hele wereld. We zijn uit onze comfortzone getuimeld en misschien is het een gelegenheid om ons meer te laten leiden door de H. Geest. Hoe gebeurt dit? Wel, weeral, door de trouw aan je dagelijkse gebedstijd, dan kan Hij zaadjes van leven in je hart leggen, dan hoor je soms zijn stem in de stilte van het gebed. En je mag ook hulp vragen aan Maria, ze kent Hem heel goed, ze is Zijn bruid! Het is de meimaand, Mariamaand bij uitstek, dat komt zeker  goed!

Onder Zijn leiding zal er iets veranderen in ons leven, ten goede, dat durf ik beloven. En de H. Geest schenkt rust, troost, vrede, vreugde.

We leggen deze weg samen af, onder de hoede van Maria, als zussen en broers van elkaar, kinderen van de Vader, vrienden van Jezus, tempels van de H. Geest.

Alain

 

Loven en danken in tijden van Corona

BOODSCHAP VAN CHARIS

TER VOORBEREIDING VAN PINKSTEREN 2020

 

  1. Raniero Cantalamessa ofmcap

 

 

De handelingen van de apostelen vertellen dit stuk uit het leven van Paulus:

« Ook het volk liep tegen hen te hoop, waarop de magistraten bevel gaven hun de kleren van het lijf te rukken en hen met roeden te geselen.  Nadat men hun een flink aantal slagen had toegediend, wierp men hen in de gevangenis en gaf opdracht aan de gevangenbewaarder ze streng te bewaken.  Op dit nadrukkelijk bevel zette deze hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.  Rond middernacht waren Paulus en Silas in gebed en zongen Gods lof, terwijl de gevangenen naar hen luisteren.  Plotseling kwam er een zo hevige schok, dat de gevangenis beefde op haar fundamenten. Meteen vlogen alle deuren open en sprongen de boeien van alle gevangenen los.. » (Hand. 16, 22-26).

 

Met gescheurde kleren, bedekt met slagen en verwondingen, de voeten geboeid, vragen Paulus en Silas niet aan God om hen ter hulp te komen, maar ze zingen hymnen tot God. Wat een boodschap voor ons, leden van de Katholieke Charismatische Vernieuwing op dit moment! Het voorbeeld van Paulus en Silas nodigt ons uit om de hele discussie rond het coronavirus, minstens tot op Pinksteren opzij te zetten, of toch minstens niet tot het centrum van alles te maken. Laten we de H. Geest niet bedroeven door Hem minder belangrijk (of minder machtig) te achten dan het virus.

 

Meer nog, het voorbeeld van Paulus en Silas nodigt ons uit om hymnen te zingen voor God. Dit kan absurd overkomen en moeilijk om te aanvaarden, zeker voor wie in het eigen lichaam de verwoestende gevolgen ervaart van deze plaag, maar in geloof kunnen we begrijpen dat het mogelijk is. De heilige Paulus verklaart dat: “God in alles het heil bevordert van hen die Hem liefhebben “ (Rom 8, 28). Alles zonder uitzondering, dus ook in de huidige pandemie! De heilige Augustinus legt hiervan de diepe reden uit: « In Zijn extreme goedheid, zal God nooit toestaan dat gelijk welk kwaad ook in Zijn werken aanwezig is, mocht Hij niet machtig en goed genoeg zijn om het goede te halen uit het kwade zelf.” (Enchir., 11,3).

 

We loven God niet voor het kwaad dat de hele mensheid op de knieën krijgt; we loven Hem omdat we zeker zijn dat Hij uit dat kwaad iets goeds zal laten ontluiken, voor ons en voor de wereld. We loven Hem juist omdat we overtuigd zijn dat alles bijdraagt tot het goede van wie God beminnen, en tot alles van wie door God bemind wordt! Ik zeg dat al bevend, want ik weet niet of ik het zal kunnen, maar Gods genade kan het bewerken… en zelfs meer dan dat. In de prediking op Goede Vrijdag in de Sint-Pietersbasiliek, probeerde ik enkele “goede dingen” te identificeren die God nu al aan het bewerken is uit dat kwaad: het ontwaken uit de illusie dat we in staat  zijn onszelf te redden, het solidariteitsgevoel dat ons zelfs tot heldendaden stuwt. Vandaag zou ik er nog aan toevoegen: het ontwaken van het religieus bewustzijn en de nood aan gebed. De buitengewone aandacht voor de daden en de woorden van paus Franciscus, ook buiten de katholieke wereld is daarvan een teken.

Dezelfde heilige Paulus raadde de Thessalonicenzen aan:” Dank de Heer in alles” (1 Thess 5, 18). Lof en dank, doxologie en eucharistie zijn de eerste plicht van de mens naar God toe. De basiszonde van de mensheid, die volgens de apostel de bron is van elke andere zonde, is de weigering van die twee houdingen: “ Deze (mensen) zijn niet te verontschuldigen, want  ofschoon zij God kennen, hebben zij God niet de hem toekomende eer (doxazein)  en dank (eucharistein ) gebracht. ”  (Rom 1, 20-21).

Bijgevolg: het tegendeel van de zonde is niet de deugd, maar de lofprijzing! God prijzen in de huidige dramatische omstandigheden is geloof van de hoogste graad. Na het stillen van de storm heeft Jezus zijn apostelen niet verweten dat ze Hem wakker gemaakt hadden, maar wel hun gebrek aan geloof.

 

Voor ons in de katholieke charismatische vernieuwing is het de gelegenheid terug te keren naar de zuiverste oorsprong van de genadestromen: vanaf het ontstaan scheen het voor de andere christenen een volk te zijn van lofprijzing, alleluja-mensen.

We waren niet alleen. Onze broeders van de Pinkstergemeente hadden dezelfde ervaring. Een van de meest gelezen boeken in de vernieuwing, na  Het kruis en het zwaard  (“The Cross and the Switchblade” van David Wilkerson) was het boek van Merlin Carothers Van de gevangenis naar de lofprijzing. De schrijver beperkte zich niet tot het benadrukken van het belang van de lofprijzing, maar hij bewees – aan de hand van de schriften en ervaring – haar wonderlijke kracht.

 

De grote wonderen van de H. Geest worden niet bekomen als antwoord op onze smekingen, maar als antwoord op onze lofprijzing. Zo lezen we bij de drie jongelingen in het laaiend vuur, dat ze eenstemmig begonnen te zingen, God eerden en zegenden, en een lied zongen waarmee nu, elke zon- en feestdag, de lauden beginnen,: “Gezegend de Heer, de God van onze vaderen…” (Dan 3, 51 en volgende). Het grootste wonder van de lofprijzing geschiedt aan degene die het in praktijk brengt, in het bijzonder tijdens de beproeving. Dit bewijst dat de genade sterker is dan de natuur.

Het mirakel van Paulus en Silas in de cel – en van de drie jongelingen in de vuurhaard – herhaalt zich in velerlei omstandigheden en op vele wijzen: bevrijding van ziekte, drugsverslaving, een gerechtelijke veroordeling, ons eigen verleden… Probeer het om er in te geloven, dat was de raad van de auteur van dit boek aan zijn lezers.

Laten we het virus doen verdrinken in een zee van lofprijzing, of ten minste, proberen we het te doen: zet de doxologie tegenover de pandemie. Laten we ons verenigen met heel de Kerk die in het Gloria van de mis verklaart: “Wij loven U, wij prijzen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid.” Er is geen smeking in dit gebed, enkel lofprijzing!

 

Laat ons opnieuw beginnen zingen, in de aanloop naar Pinksteren, met hetzelfde enthousiasme als toen de liederen ons tot tranen toe bewogen bij onze eerste ervaring met de genaden van de Charismatische Vernieuwing: “Alabaré, Alabaré”, “Come and Worship, Royal Piesthood” en zovele andere.

 

Ik zou speciaal dit lied willen aanhalen vanwege zijn actualiteit. Het werd gecomponeerd in 1992 door Don Moen. Het refrein in de originele tekst in het Engels klinkt als volgt:

Oh, God will make a way

Where there seems to be no way

He works in ways we cannot see

He will make a way for me.

 

Een vertaling in het Nederlands kan zijn:

God zal een weg maken

Waar er geen weg schijnt te zijn

Wij zien Zijn wegen niet

Hij zal een weg maken voor mij

 

Niet alleen voor mij, maar voor de hele wereld

 

Samen op Weg februari 2020

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

 

Woorden.

Een woord. Het Woord.

Een goed woordje. Woorden gehad.

Valt het u op hoe hetzelfde woord verschillende ladingen dekt, door de schrijfwijze of door een tweede woord?

Wie gebruikt woorden? Wij mensen gebruiken woorden, vinden nieuwe woorden uit, spreken verschillende talen. Het onderscheidt ons van de dieren. Wij zijn geschapen naar het beeld van God, op God gelijkend. Dat uit zich ook in het spreken. Het duurt maar tot vers 3 in Genesis 1: “Toen sprak God.”

De mens mocht alle dieren een naam geven, maar een hulp die bij hem paste vond hij niet. Adam kon wel met God spreken, maar dat is een relatie tussen Schepper en schepsel. Beeld en gelijkenis van God wordt verduidelijkt door de woorden: “man en vrouw schiep Hij hen”. Het is pas in Gen. 2, 23, na de schepping van de vrouw, dat de mens, de man nu, voor het eerst spreekt! “Eindelijk, vlees van mijn vlees, been van mijn gebeente.” Dat is de Hebreeuwse manier om te zeggen: mijn gelijke, naar ziel en lichaam. Wat een boodschap!

De schepping kwam tot stand door het spreken van God, de relaties tussen mensen begonnen met het spreken van de mens: gejubel vanwege het vinden en ontmoeten van de andere.

Zoals in alles kan de mens woorden gebruiken zowel voor het goede als voor het slechte. We zien dat in het taalgebruik. Wil je een goed woordje voor me doen? Dat is een man van zijn woord. Zij hebben woorden gehad (goede?).

Met woorden kunnen we bemoedigen, opbouwen, veroordelen, breken. Erger nog, de waarheid kan geweld aangedaan worden, en dit is zo erg, dat het één van de tien (ver)(ge)boden is: Vlucht… de achterklap en ’t liegen.

Er is ook het begrip: lippendienst. Of zoals God zegt: “Velen eren mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij.”

Wat een verschil met God. In Genesis lezen we al hoe bij elk spreken van God, de Schepping verder groeit, en als God zegt de mens te willen maken, dan gebeurt dat ook. Zo hoorde ik een priester zeggen: “Gods woord doet wat het zegt.” We lezen ook in de bijbel: “Gods woord is sterk en krachtig, het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest.” Gods woord is zo actief, dat het de tweede persoon is van de Drievuldigheid.

Johannes die Jezus liefhad, begint zijn evangelie met: ”In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Omdat wij ons afkeren van God, is Gods Woord tot bij ons gekomen, in Jezus Christus, als mens. Zo groot is de liefde van God, dat Hij tot ons is gekomen, in alles aan ons gelijk (behalve in de zonde). “En het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond. Niet eens vrijblijvend, Hij heeft al onze zonden op zich genomen.

Paus Franciscus riep de derde zondag door het jaar uit als “Zondag van het Woord.”

Voor ons is het een oproep om minstens elke week aandachtig te luisteren naar het Woord van God in de liturgie, het zelfs mogen eten en daarna nog figuurlijk herkauwen! Een eerste vastenpunt om dit trouw te doen, en als het kan, niet alleen op zondag maar ook even op een weekdag.

Een tweede vastenpuntje kan zijn om ons te bekeren in ons woordgebruik! Meer spreken als er goede dingen te zeggen zijn, mensen danken, bemoedigen, en als er een moeilijke boodschap of een vermaning moet gebracht worden, dit na gebed en met veel liefde doen. Roddelen doen jullie niet, dus ik zeg er verder niets over.

Lieve zussen en broers, Maria-Kefas viert dit jaar dankbaar haar 40-ste verjaardag met verschillende activiteiten, waarop we jullie graag uitnodigen. Wij hopen jullie daar te mogen ontmoeten, waarbij we misschien enkele goede woorden kunnen wisselen!

Voor de mannen verwijs ik tevens naar de website: www.sint-jozefstocht.be voor een deugddoende staptocht van Poperinge naar West-Vleteren op 19 maart, feest van de H. Jozef.

Alain

 

Samen op Weg november 2019

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

 

“Pater, ik wil niet naar de hemel gaan!”.

Dit zijn de woorden van een kleine jongen aan de priester die hem catechese gaf. “En waarom niet?” vroeg de priester verwonderd. “Omdat het vervelend is op een wolk te blijven zitten in een blauw kleed, en met een palmtak in de hand Alleluja te zingen gedurende miljoenen jaren!”

Ik moet eerlijk toegeven, op die leeftijd zag ik het ook niet zitten, vooral vanwege die rijstpap die ik toen helemaal niet lustte. Nu wel, dank zij Antoon 😉

Paus Benedictus XVI beaamt in de encycliek “Spe Salvi” dat veel mensen, helaas, het “eindeloos” leven eerder als een veroordeling dan als een geschenk zien; men wil wel zo laat mogelijk sterven, maar voor altijd leven, zou vervelend, en zelfs ondraaglijk zijn.” Oké, de hemel is dan toch beter dan de hel… denken we misschien. Deze lauwheid is wel desastreus voor ons spiritueel leven. De contemplatie van de realiteit van hierboven is vaak de gelegenheid van een diepere ontdekking van God.

(Op onze retraite noemde Michelle Moran trouwens het leven hierna het reële leven, en hier eerder het voorlopige, bijna virtuele leven.)

Wat gaan we dan doen in de hemel? Er staat wat in de catechismus van de katholieke kerk (§1023-1029): “Zij die sterven in de genade en de vriendschap met God zullen God zien van aangezicht tot aangezicht, ze zullen leven met Christus, de H. Maagd Maria, moeder van God, met alle engelen, heiligen en zaligen, en ze zullen in een staat van opperste geluk zijn, definitief.”

In het paradijs zullen we dus God zien, eindelijk. In 1 Kor. 13, 12 lezen we: “Vandaag zien we Hem op een gesluierde manier, als door een spiegel. We zullen God zien, en onszelf. Het zien van God omvat voor de uitverkorene ook de volmaakte kennis van zijn persoonlijk mysterie, zijn eigen ik.”

We zullen daar ook de anderen zien, en we zullen ze herkennen. We zullen onze naasten zien. Op 15 augustus 1698 kreeg de zalige Benoîte Rencurel van Onze Lieve Vrouw van de Laus een visioen van de hemel, en ze zei er ouders te zien, onder andere haar moeder, en andere personen die haar dierbaar waren. Maar we zullen daar ook anderen zien, waarvan we misschien niet dachten hen op die plaats te zien, maar toch zullen we blij zijn hen te ontmoeten. “Het paradijs is de plaats waar de traditionalist en de conservatief elkaar zullen kunnen omarmen, het zegt wat over de almacht van God!” grapt Fabrice Hadjadj in een conferentie over de zaligheid.

Ik citeer Catharina van Sienna: “Telkens een ziel in de hemel aankomt, delen allen in haar geluk en zij deelt in het geluk van allen.” En ook de kleine Teresa: “In de hemel ervaren we geen onverschillige blikken, want alle verkorenen erkennen dat ze de genade aan elkaar te danken hebben, die hun de kroon deed verdienen.”

De vreugde is zo immens dat ze niet in ons komt, maar dat wij in haar treden. Dit begrijpen blijft moeilijk. De catechismus (§1027) geeft dat toe:” Dit mysterie van de zalige eenheid met God en allen die in Christus zijn, overtreft elk begrip en elke voorstelling.” Daarom spreken de Schriften in beelden: leven, licht, vrede, bruiloftsmaal, wijn van het Rijk Gods, huis van de Vader, hemelse Jeruzalem, paradijs: “Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft, voor hen die Hem liefhebben.”

Lieve zussen en broers, het meeste hierboven heb ik voor jullie vertaald uit het weekblad (Famille Chrétienne) omdat het mij uitermate raakte.

Wat mij enorm trof, is dat we onszelf zullen zien, met ons persoonlijk mysterie. Ik denk dat dit een geweldige motivatie geeft om onze persoonlijke gebedstijd een boost te geven, tijd waarin we God ontmoeten, naar Hem luisteren, onszelf beter leren kennen, en zo ons voorbereiden voor die belangrijkste ontmoeting van ons leven.

Liefde is een werkwoord.

Liefde voor God: als we beslissen om dagelijks die gebedstijd aan God te geven, of moet ik zeggen van Hem te ontvangen, dan is meer nog dan de duur van ons gebed, of de kwaliteit ervan, de trouw, die ons dichter bij God en dus ook bij onszelf brengt. De stukjes van je leven die je in gebed aan God besteedt, zal je honderdvoudig terugkrijgen, zelfs nu nog, in ons virtueel, tijdelijk leven 😉

Liefde voor de naaste: hoe meer je naar de hemel verlangt, hoe meer je dit uitstraalt, en zo breng je anderen naar de Heer, een mooier geschenk kan je hen niet geven!

Ik hoop jullie later daar allemaal te mogen ontmoeten, en jullie mij, maar het mag ook eens vroeger, bijvoorbeeld op één van de vele open activiteiten van onze gemeenschap die in 2020 40 jaar wordt, en dit dankbaar zal vieren!

 

Alain

 

Samen op Weg augustus 2019

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

In het begin van de zomervakantie mochten Martine en ik gaan spreken over de schoonheid van de Schepping, en hoe deze helpt om de Liefde van de Schepper te herkennen.

De vakantie is een goede tijd om de schepping te beschouwen en om ons te verwonderen over de schoonheid en de grootsheid ervan, en vooral over het feit dat God ons Zijn Schepping schenkt en toevertrouwt.

We lezen dit in Psalm 8.

Eerst de grootheid van God:

Heer, onze God, hoe vol macht is uw naam wijd en zijd op de aarde;
gelijk Gij uw majesteit doet verschijnen hoog aan de hemel,

Dan onze kleinheid:

Als ik uw hemel zie – het werk van uw vingers, maan en sterren die Gij daar stelde,
wat is dan de mens dat Gij acht op hem slaat, naar het mensenkind omziet?

God heeft grootse plannen voor de mens:

En nochtans geeft Ge hem een haast goddelijke staat; met waardigheid en schoonheid hebt Gij hem gekroond, die Gij heerser maakt over het werk van uw handen.
Want alles hebt Gij aan zijn voeten gelegd.

De hele psalm is één grote lofprijzing en verwondering, maar wat mij het sterkst opvalt, is de tip voor ons mensen in vers 3:

Uit de mond der kleinen, de kreet van het kind, Uw vermogen bevestigt.

Als wij onze juiste plaats weten, namelijk dat ook wij schepsel zijn, en klein tegenover onze grote God, meer nog: kind (van God), dan roepen we het uit: de kreet van het kind.

Zoals een kind spontaan roept bij schone leuke dingen, zo mogen we Gods wondere daden bezingen. De H. Franciscus heeft dit goed aangevoeld, en dit roepen, bezingen, dat is de lofprijzing.

We loven God, ook voor de werken die Hij vandaag nog altijd doet, “Mijn Vader en Ik werken altijd!” zei Jezus eens.

God is groot en ik ben klein, zondig, machteloos, dat geeft een grote spanning. Maar als ik, Zijn kind, Zijn grootheid, goedheid bezing, uitroep en verkondig, dan is dit de kreet die ontspant en die me dichter bij God brengt.

Lofprijzing heeft op die manier genezende kracht, want ze brengt ontspanning en brengt onze blik in de juiste richting. Weg van onszelf en onze problemen, en hoopvol naar de grote God. Niet zozeer om onze problemen op te lossen, maar om ze in een beter perspectief te plaatsen, in het geloof dat God alles ten goede keert.

Paus Franciscus zegt: ”Hoop is niet een soort naïef optimisme, het is een deur naar de toekomst.”

Door de lofprijzing krijgen we meer en meer inzicht hoe God alles aan ons geeft: Zijn schepping, maar ook het volle leven, voor nu en voor eeuwig. Dit maakt van ons vreugdevolle mensen, het zout der aarde. De wereld heeft dit nodig, ze smacht naar hoop, vreugde, licht in de duisternis.

“Als het donker is, als je in de nacht bent, wat ga je doen?” vraagt de wijze. Ga je klagen, de anderen beschuldigen, ja, zelfs God de schuld geven? Of ga je kaarsen aansteken en op de kandelaar plaatsen?”

Het licht dat je zoekt is al over de wereld gekomen, Christus! Door Hem zijn onze zonden vergeven en zijn we kinderen van God. Dat geeft ons een diepe vreugde, zodat we ondanks lijden en een kruis om te dragen, God kunnen loven en danken.

Alain

 

Samen op Weg mei 2019

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Theorie of ideologie, that’s the question!

Ik heb het hier, zussen en broers over de genderproblematiek. Misschien is het ver van uw bed, en misschien o zo nabij.

Voor mij is deze genderproblematiek een ideologie, dat wil zeggen, een idee, dat men tot een leer wil verheffen, en daarom steevast van een theorie spreekt, al zijn er geen wetenschappelijke bewijzen. Maar hoe ga je dan in zelfs tegen universiteiten?

En kijk, in de Standaard van 11-12 mei lees ik de opinie & analyse van Maarten Boudry, filosoof aan de UGent en ook auteur.

U kan dit artikel doornemen op mijn blog: https://alain2015.wordpress.com/

Het komt erop neer dat hij “bio-ontkenners” (men ontkent dat er van bij de conceptie man-vrouw verschillen zijn) op dezelfde plaats zet als “klimaatontkenners”, en verder stelt dat de gewone burger aan alles ervaart dat man en vrouw verschillen, en ook dat er daar voldoende wetenschappelijke bewijzen van zijn.

Ik citeer: “Bio-ontkenning is geen zaak van gewone burgers, maar van wereldvreemde academici.”

Dank u, Maarten Boudry, en zo kan ik zelf weer gewoon verder met Genesis 1, 27: “En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.” Als man en vrouw, evenwaardig en verschillend, zijn we geroepen om beeld te zijn van het onzichtbare mysterie van de drie-ene God. De H.  Johannes Paulus II heeft dit uitgebreid behandeld in de theologie van het lichaam.

Aangemoedigd door het artikel wil ik nog enkele tips geven in mogelijke confrontaties met de genderideologie. Ik heb de inspiratie gevonden in het boek van Hubert Lelièvre: “La famille face au défi du gender.” (Het gezin en de uitdaging van de gender)

Wat kunnen we doen?

Op de eerste plaats de moed niet verliezen, maar vertrouwen op Christus, de Rots, en leven vanuit Hem, vanuit de H. Geest. Daarom ook geeft Maria-Kefas een vijfweekse over het Leven in de Geest! Zo schreef H. Johannes Paulus II in “Duc in Altum”: “Ga vol hoop. Een nieuw millennium gaat open voor de Kerk als een wijde oceaan, waar je je in waagt, steunend op de Heer.”

Ten tweede ons geweten vormen. Wie u zegt dat alles spontaan, gemakkelijk moet zijn, bedriegt u. Jezus volgen wil zeggen zijn kruis dragen, en de weg is bergop, het vraagt inspanningen, ook om je geweten te vormen, door lectuur, studie,…

Verzorg uw gezinsleven. Jullie, de gezinnen, zijn “Gaudium et Spes” vreugde en hoop; jullie zijn de poorten naar het leven en de liefde. De Kerk is heel dankbaar voor de gezinnen, voor hun “ja” aan het leven. Maak van uw gezin een haard  van licht, van liefde, vergeving, luisterbereidheid en vreugde! Vier elkaar, zoals onlangs moeder werd gevierd. Draag zorg voor uw gebedshoekje en de tafelmomenten. Oh ja! Ook hier is het niet altijd simpel, maar moeilijk gaat ook, hé!

In het gezin is ieder belangrijk, ieder bestaat, en wordt bij zijn (voor)naam genoemd. Vaders, wees niet bang vader te zijn, moeders, wees niet bang moeder te zijn. Neem tijd voor elk kind, een voor een als je de nood voelt, of als ze een signaal geven. De bakens en de sporen voor het verdere leven hebben ze van u nodig.

Lees de “theologie van het Lichaam” van de H. Johannes Paulus II, profetisch antwoord op de ideologie en andere uitdagingen van onze tijd. Het is in het Nederlands vertaald. Benedictus XVI zegt: “Combineer de theologie van het lichaam met die van de Liefde, om de schoonheid, de goedheid en de waarheid van de echtelijke seksualiteit te herontdekken.

Zoek de gelegenheden om op een andere manier te spreken over de liefde en de seksualiteit in de opvoeding van de kinderen. Laat dit niet over aan de officiële instanties alleen. Ik durf hier zeker verwijzen naar de initiatieven van “Jij en Ik, een wonder”, en MFM, de cyclusshow (www.mfm-programma.be).

Laten we in deze materie eensgezind voor elkaar en voor de wereld bidden, om de wijsheid en het vuur van de H. Geest, en hoopvol uitzien op Zijn kracht, nu we op weg zijn naar Pinksteren.

 

Alain

 

Bio-ontkenners

 

Overgenomen uit De Standaard (zaterdag 11 mei zondag 12 mei 2019) Opinie &analyse

Wie? Filosoof (UGent) en auteur van ‘Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat’ (Polis).

Wat? Klimaat­sceptici worden geweerd uit het publieke debat. Mensen die de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen ontkennen niet: zij hebben hele academische disciplines overgenomen.

 

Hebt u weleens een discussie gevoerd met een klimaatontkenner? Het is een mooie oefening in geduld en zelfbeheersing. Klimaatontkenners zijn mensen die, ondanks de overweldigende hoeveelheid bewijzen voor het tegendeel, blijven volhouden dat ons klimaat niet opwarmt. Of dat, als het wel opwarmt, het beslist niet aan de mens ligt. Of dat, als het misschien toch aan de mens ligt, er niets tegen te beginnen valt en we moeten ophouden met ­zeuren. Zelf verkiezen ze de term ‘sceptici’, omdat ze naar eigen zeggen kritische vragen durven te stellen bij gevestigde doctrines. In werkelijkheid weigeren ze wetenschappelijke feiten onder ogen te zien, omdat die hen ideologisch onwelgevallig zijn. Twijfel is een waardevol goed in wetenschap, maar als die te ver doorslaat, kan je met recht en rede over ‘ontkenning’ spreken.

In ons publieke debat zijn klimaatontkenners relatief marginaal. Hun enige politieke vertegenwoordiger in Vlaanderen is Jean-Marie Dedecker, en zelfs hij is een lauwwarme ontkenner, een randgeval dus. In academische wandelgangen zal je ze niet gauw tegengekomen, net zomin als op deze (of andere) krantenpagina’s. De website Doorbraak is het enige medium dat hun geregeld een forum biedt. Geen toeval, want klimaat­ontkenning is vooral een rechtse aangelegenheid. Niet alle rechtse mensen zijn klimaatontkenners, maar bijna alle klimaatontkenners zijn rechts. Dat die lieden tegenwoordig in reguliere media geweerd worden, is op zich geen slechte zaak. Het heeft geen zin om eindeloos te blijven discus­siëren over kwesties die in de wetenschappelijke wereld al meer dan twintig jaar beslecht zijn.

Tonnen bewijsmateriaal

Maar er bestaat een andere vorm van wetenschapsontkenning die veel meer prestige geniet. Niet alleen is ze doorgedrongen in de academische wereld en tref je ze geregeld in opiniekaternen aan, ze heeft zelfs hele academische disciplines overgenomen. En zelfs mensen die er niet in geloven, bewijzen er lippendienst aan, uit politieke correctheid. Ik heb het over de ontkenning van biologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Niet alleen de evidente verschillen qua anatomie en hormonale huishouding, maar ook op het vlak van psychologische attitudes, gedrag, cognitieve vermogens en interesses. Voor die vorm van wetenschapsontkenning zijn rechtse mensen nagenoeg volledig immuun. ‘Bio-ontkenning’ is bijna uitsluitend een linkse kwaal. De filosofe en zelfverklaarde evolutie­feministe Griet Vandermassen schrijft er uitgebreid over in haar nieuwe boek Dames voor Darwin, waarin ze haar collega-feministen probeert warm te maken voor de evolutionaire psychologie.

Bio-ontkenning is geen zaak van gewone burgers, maar van wereldvreemde academici

Waarom gaat het hier niet om een legitiem wetenschappelijk standpunt, maar om regelrechte ontkenning? Net als bij alle andere seksuele soorten zijn de twee seksen van homo sapiens (de definitie van ‘man’ en ‘vrouw’ volgt uit de grootte van de geslachtscellen of gameten) op een andere manier vormgegeven door natuurlijke en seksuele selectie. In onze evolutionaire geschiedenis kampten ze met andere uitdagingen, waardoor ze onderhevig waren aan verschillende soorten selectiedruk. Niet alleen is het a priori erg onwaarschijnlijk dat de primaat homo sapiens aan die evolutionaire logica zou ontsnappen, maar inmiddels is de wetenschappelijke discussie beslecht, net zoals bij de klimaatopwarming. In Vandermassens boek tref je tonnen bewijsmateriaal aan voor universele en dus cross-culturele man-vrouwverschillen, uit uiteenlopende academische disciplines.

Bij de meeste feministische auteurs, en ook binnen het academische vakgebied van genderstudies, heerst de opvatting dat dergelijke verschillen in gedrag, attitudes en interesses bijna uitsluitend het resultaat zijn van socialisatie en omgevingsinvloeden. Om dat vol te houden, hebben ze zich bijna volledig afgesloten van ­andere wetenschappelijke disciplines, zoals de biologie, genetica, endocrinologie en ontwikkelingspsychologie. Het is makkelijker het licht van de zon te loochenen als je eerst zorgvuldig de gordijnen dichttrekt.

Twijfel zaaien

Als je beide groepen vergelijkt, ­komen de bio-ontkenners er eigenlijk nog het bekaaidst vanaf. Het klimaat is een ontzettend ingewikkeld systeem en de globale temperatuur op aarde kennen we slechts door statis­tische gemiddelden te berekenen van uiteenlopende metingen op diverse tijdstippen, in oceanen, in de atmosfeer en stratosfeer. Bovendien is de voornaamste aandrijver van klimaatopwarming (CO2) een onzichtbaar en geurloos gas waarmee mensen geen enkele directe ervaring hebben. De aanvaarding van klimaatopwarming vergt dan ook een groot (maar ­terecht) vertrouwen in de wetenschappelijke methode en in wetenschappelijke instellingen als het IPCC. Als klimaatontkenner heb je het dan ook makkelijk: zaai gewoon wat twijfel over correlatie en causatie en over de onzekerheid van onze meetapparatuur.

Dat ligt bij man-vrouwverschillen wel even anders. Elk van ons heeft dagelijks ervaringen die de psychosociale verschillen tussen de seksen illustreren: in onze eigen relaties, in de opvoeding van onze kinderen, in de verhalen en roddels die we over elkaar vertellen. Bio-ontkenning is dan ook geen zaak van gewone burgers, maar vooral van wereldvreemde academici die met alle macht een ideologie proberen hoog te houden. Niet ­alleen moeten bio-ontkenners opboksen tegen de wetenschap, maar ook tegen de eigen persoonlijke ervaring.

Ooit was de argwaan van feministen tegenover evolutionaire benaderingen van de menselijke geest begrijpelijk, zoals ook scepsis over klimaatopwarming lange tijd een eerbaar standpunt was. Biologie werd vroeger misbruikt om vrouwen onder de knoet te houden en ongelijkheid te bestendigen. Maar wetenschap staat niet stil. Inmiddels ontgroeide de evolutionaire psychologie haar kinderziekten. Mede door de bijdrage van vrouwelijke wetenschappers beschikken we vandaag over een veel genuanceerder beeld van sekseverschillen, dat niet langer vertrekt vanuit het mannelijke perspectief.

Het wordt tijd dat feministen zich verzoenen met de evolutionaire erfenis van onze soort, en dat gender­onderzoekers (en veel anderen in de humanities) hun ideologische dogma’s begraven. Bio-ontkenning hoort net zomin als klimaatontkenning thuis aan universiteiten.

Samen op weg februari 2019

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Goud, wierook  en mirre, dat waren de geschenken van de drie wijzen aan het pasgeboren kind Jezus. Een zus van de gemeenschap had gehoord dat deze gaven symbool zijn voor drie gaven die ook wij aan onze Heer kunnen aanbieden, namelijk ons hart, onze lofprijzing en tijd.

Geschenken, hoe vaak horen we niet met Kerstmis en nieuwjaar hoe lastig het is om de gepaste geschenken te vinden voor onze geliefde huisgenoten en dichte familie, en wat een opluchting bij velen als die dagen voorbij zijn. En hier krijgen we dan concrete tips om aan onze God gaven te schenken; dank u lieve zus voor deze fantastische tip!

Goud. Dat is ons hart. Ons hart geven aan God, dat is eerst en vooral ons hart openen voor Hem. We mogen Hem alles toevertrouwen: onze zorgen, onze vreugden, onze kleinheid. Meer nog, zelfs onze zonden mogen we aan Hem, het Lam van God, afgeven, Hij neemt ze weg! Nu en dan eens met een lente grote kuis in het sacrament van de verzoening.

Raar toch, hé, dat we Hem zelfs onze zonden mogen geven. Je moet niet speciaal over produceren, maar als ze er zijn wil Jezus ze wegnemen, zodat je weer voluit kunt ademen. De H. Geest woont in ons hart. Gun het Hem toch de ramen regelmatig open te zetten, en je zal ervaren hoe Hij meer en meer in je leven zal kunnen werken.

Je hart geven aan Jezus, dat is Hem liefhebben. Als we iemand liefhebben, dan doen we voor hem wat hij graag heeft. En dat is: “Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.” (Joh. 15, 12) Onze liefde voor Hem wordt concreet in wat we voor onze naaste doen, en voor de armste, de kleinen, de zieken, enz. Denk maar aan de werken van barmhartigheid…

Jezus ís die andere in nood. Bij de bekering van Paulus, vraagt Jezus: “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?” Hij is die arme, die gekwetste, die eenzame, en in die mensen kunnen we Jezus liefhebben door concrete, kleine daden van liefde.

Wierook. Dat staat voor de lofprijzing. Dat is het gebed waar we persoonlijk of in groep, God prijzen om Hemzelf, om Zijn grootheid, Zijn goedheid, Zijn macht, Zijn schepping, Zijn weldaden voor ons en voor anderen. Zo zingen we bv. “Wat bent U groot, God, heilig is Uw naam, wat bent U sterk God, nu wij voor U staan, heffen wij samen, vol van vreugde onze lofzang aan!” Wij danken dan de Vader, voor de schepping, de Zoon voor de verlossing en de H. Geest, die woont in ons hart! Dit lof gebed richt onze ogen en ons hart naar God, en plaatsen Hem in het centrum.

Er zijn nevenwerkingen! De vreugde groeit in ons hart, ook het vertrouwen, dat Hij ons tegemoet komt in onze moeilijkheden. Wie looft heeft al vaak ervaren, hoeveel zuurstof er binnenkomt, tijdens dat gebed. De H. Geest helpt ons ook onze vragen bij God te brengen. Ik kan jullie zeker verwijzen naar Worship Alive, waar onze jongeren, of ze nu spijbelen (bosbrossen) of niet, de Heer vurig loven en prijzen.

Mirre. Mirre staat vaak symbool voor lijden. We zien dat in de gemeente Smyrna, dat was een lijdende kerk. “Smyrna” is dan ook Grieks voor “mirre”. De gelovigen van de gemeente te Smyrna moesten lijden om Jezus’ wil. Allen die lijden voor de Heer, zijn kostbaar in Zijn ogen.

Ik hoorde eerst dat mirre symbool staat voor onze gebedstijd. Er is geen tegenspraak. Bij het begin van Zijn lijden, in een van de moeilijkste momenten, in het hof van Olijven bad Jezus in doodsangst, en vroeg de apostelen mee te bidden. Onze aanbidding zal heel vaak een overwegen zijn van het lijden van de Heer.

Trouw te zijn aan onze gebedstijd vraagt standvastigheid, en trouw, maar het is een geschenk dat de Heer welgevallig is. Als we ook ons lijden aan Hem kunnen opdragen, dan kan het ook vruchtbaar worden.

Kortom, als we voor de Heer ons hart openen, zodat Hij Zijn woord in ons hart kan zaaien, en Hem laten werken, dan zal dit rijke vruchten voortbrengen, dat heeft Hij beloofd. Als we Hem loven en danken en wat van onze tijd geven, dan worden we mensen met een hart van goud, en dan kunnen we dit hart laten overlopen naar onze huisgenoten! Aan hen mogen we ook bemoedigingen geven (wierook) en van onze kostbare tijd, maar dat weten jullie al, hé.

God zegene u en uw op weg gaan naar Pasen, doorheen de woestijn van de vasten!

 

Alain