Maandelijks archief: november 2014

Brief aan jonge koppels nr. 5

Beste vrienden,
God sprak: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft, laten we een hulp maken die bij hem past.”
“Toen liet Jahwe God de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl hij sliep nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. Daarna vormde Jahwe God uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, de vrouw en bracht haar naar de mens.
We merken hier terloops even op dat als de vrouw niet aanwezig was bij de schepping van de mens, de mens ook niet het scheppen van de vrouw meemaakt. Man en vrouw hebben dus hun unieke eigen relatie met God, ze zijn ook hierin evenwaardig.
Toen sprak de mens: “Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin (ischa) zal ze heten, want uit een man (ish) is ze genomen.” Been van mijn been, vlees van mijn vlees drukt in het Hebreeuws uit dat het echt om hetzelfde gaat, en been staat ook voor het innerlijke. Eindelijk vind Adam het wezen dat bij hem past, en, zeer belangrijk, niet alleen spiritueel, maar ook in het vlees. De heilige Johannes Paulus II hamert hier voortdurend op, hoe belangrijk het lichaam van de mens is. En dat is inclusief het fysische, het psychische, het spirituele, het gaat over de hele mens.
Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht dat zij volkomen één worden… Het is weer één vlees in de volle betekenis, zoals hierboven beschreven. Men zou kunnen afleiden of opwerpen dat het dan een soort koppel is, waar de eigen wil, de eigen persoon opgeofferd wordt aan het paar, dat er een fusie is tussen de twee. Dat is echter niet zo, niet voor niets heeft God Eva geschapen in afwezigheid van Adam. Maar het is wel zo, dat als ze één zijn, ze dan beeld zijn van de drie-ene God. Sta daar even bij stil, welke een verwachting God stelt in de mens! Beeld van de Schepper, beeld van de Liefde, beeld van de Eenheid …
Eén worden, veronderstelt dat je vader en moeder verlaat. Dat is niet alleen op een ander gaan wonen, al is dat het meest voor de hand liggend. Maar er is meer. Je kan heel goed op duizenden kilometers van je ouders wonen, maar toch zo gehecht zijn aan gewoontes en herinneringen van vroeger dat je papa en mama niet echt verlaten hebt. Neem nu de man, die regelmatig zijn echtgenote laat horen dat het eten van zijn moeder toch ongelooflijk lekker is. Of vrouwlief die haar papa toch zo ontzettend handig vindt. Ik neem aan dat je aanvoelt dat dit wel wat in de weg staat van het één worden. Het is maar een voorbeeld, hé; het kan echt wel zo zijn, maar met humor en liefde kom je ver. Ik weet in elk geval dat mijn eerste klussen thuis ver beneden het standaardniveau waren, maar de positieve instelling van Martine, heeft me aangemoedigd, en nu wil mijn kleinzoon enkel een bed door opa gemaakt.
Uw ja zij ja, uw neen zij neen, zegt Jezus. Uw JA op de huwelijksdag, is een ja om elke dag opnieuw weer uit te spreken, in de kleine dingen. Ja, aan het leven met je echtgenote, ja aan haar noden (en omgekeerd), ja aan een dienst die we kunnen leveren, ja aan een inspanning om hem of haar blij te maken, ja aan het gesprek dat gevraagd wordt, ja aan mooie dingen die de andere je geeft. ER zijn leuke ja’s, en er zijn de moeilijker, maar die je achteraf juist gelukkig maken. Dat allemaal heeft alles te maken met je vader en moeder verlaten en je zo aan de andere hechten dat je één vlees wordt. En het wordt ook veel gezonder om dan als koppel op bezoek te gaan bij jullie ouders, want ook zij zijn met hun bootje onderweg.
Elk bootje, vooral de bemanning, is icoon van God, dat is onze roeping.
Zij waren beiden naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij voelden geen schaamte voor elkaar.

Daar gaan we in een volgend schrijven op in.
Alain

Advertenties

Samen op Weg – november 2014

Beste zussen en broers,
Beste vrienden van Samen op Weg,

AVANTI!

Dit is de opdracht van paus Franciscus aan de bisschoppen op het einde van de gezinssynode.
Vooruit, aan het werk, er is veel te doen.

GA! Is de opdracht die wij allen van hem gekregen hebben in het begin van zijn aantreden, ga naar buiten en verkondig het blijde nieuws, ook buiten de kerk en de veilige kringen.

Oeps, dat is een hele opdracht, hoe doen we dat, wat gaan de mensen zeggen, ben ik daar niet te oud voor (of te jong), ik weet niet hoe ik zoiets moet zeggen, ik durf dat niet…

Getuigen is nochtans de opdracht van elk christen, niet alleen van de priesters, maar ook van de leken. Meer nog, de priester staat voornamelijk in de kerk, of in de context van de kerk, en het zijn de kerkgangers die met hem in contact komen. Maar wij, de leken komen op het werk of op andere gelegenheden in contact met alle mensen, praktiserend of niet, katholieken of andersgelovigen, wij staan a.h.w. aan het front!

Wij zijn kinderen van God, verlost van onze zonden door Jezus onze Redder, en de H. Geest woont in ons hart, wij hebben zicht op het eeuwig leven, dat nu al begint, en dat moet ons vreugdevol stemmen. Dat moet aan ons te zien zijn, te horen, te voelen. Te zien, bv. aan een kruisje dat we heel discreet dragen, maar nu en dan is het te zien. Zo vroeg één van mijn kleinkinderen bij het zwemmen: “Opa, wat is dat?”, wijzend naar het kruisje. En ik kon hem zeggen: “Dat is het kruis van Jezus, omdat Hij mijn vriend is.” Te zien, bv. Aan het kruisteken bij een maaltijd, ook buitenhuis, dat kan mooie gesprekken opleveren. Te zien aan wat je leest, op de trein…
Te horen? Je kan niet altijd over godsdienst spreken, op de duur steken ze allemaal de straat over als ze je zien naderen, maar je kan wel positief spreken over anderen, over de kerk, over de politie… Ook door te reageren wanneer je dingen leest of hoort die niet in de waarheid zijn, te durven opkomen voor het leven, voor de armen, voor de zwakken, het ongeboren leven, enz. …
Te voelen? Door je geduld, je vergevingsgezindheid, de manier van omgaan met de anderen.

Los van Mij kunt ge niets, zegt Jezus, je moet dus wel met Hem verbonden blijven, dagelijks, door je gebedstijd, anders zal het niet lukken, zal je geen vreugde uitstralen.

Wat gaan de mensen zeggen? De vraag is of dit er iets toe doet. Veel belangrijker is wat Jezus ons zal zeggen. Als we ons schamen over Hem, zal Hij ons niet kennen, dat heeft Hij letterlijk gezegd!

Ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Zo is het juist goed. Zei Jezus niet, als je voor het Sanhedrin (zeg maar de wereld) moet getuigen, denk niet aan wat ge zult zeggen, de H. Geest zal u ingeven wat ge moet zeggen, en ze zullen u niet kunnen weerstaan.

Ben ik niet te oud, of te jong? De listige slang zal zeggen: voor je 50 heb je geen ervaring genoeg, na je 50 luistert toch niemand meer. Keren we dat maar om, ouderen luisteren graag naar getuigende jongeren, en jongeren luisteren graag naar ouderen die echt durven zijn. We mogen getuigen van in de moederschoot! Johannes de Doper was er al zo vroeg bij, en zelfs na de dood kunnen sommigen onze woorden en daden nog herinneren. Maar daartussen is het onze opdracht; Ga, en getuig over heel de wereld.

En merkwaardig, je wordt er nog vreugdevoller van. Gisteren nog vertelde een jonge vrouw me, hoe ze voor het eerst durfde uitkomen voor haar geloof op haar werk, gewoon door openhartig te vertellen wat ze in het WE beleefd had. Ze vertelde mij en een paar anderen, hoe ze daardoor net nog meer vreugde ervaarde. Getuigen is dus een uitstekend onderhoudsmiddel van uw christelijke vreugde, ik durf zelfs stellen dat zonder getuigenis uw vreugde stillekens uitdooft. Dus, avanti, ga ervoor.

Tegenwoordig is er zelfs een heel efficiënt middel om voor heel de wereld te getuigen, zonder zelfs je (bureau)stoel te verlaten, het internet!
En hier heb ik een aanbod voor jullie. Ik ben onlangs een blog begonnen op het internet, om via korte teksten aan jonge en minder jonge koppels, de magnifieke roeping van de gehuwde mannen en vrouwen door te geven. Het is allemaal geïnspireerd op de theologie van het lichaam van de H. Johannes-Paulus II, de inhoud van de WE’s Samen op Weg en op persoonlijke getuigenissen.
Lees eerst eens die brieven, het zijn er drie op dit ogenblik, misschien vier of vijf als u dit leest. Via Google vindt u dit met “brieven aan jonge koppels” of gewoon op het adres: alain2015.wordpress.com . Mijn vraag is: schrijf u in, als je zelf ook die brieven wenst te ontvangen (klik op “OVER” bovenaan de brieven, en vul verder in), maar vooral, en dat is dan al getuigen, geef het door aan andere koppels in uw kennissenkring!
U mag ook gewoon reageren op mijn email (alain.raick@gmail.com).

Ik reken echt op jullie, ik ervaar elke dag welk een grote nood er is voor koppels om aan hun relatie te werken en zo te proeven hoe mooi het kan zijn.

En verder, afspraak op onze eerstvolgende gezinsdag in Oostakker, op 8 maart 2015, hou die datum vrij!

Samen met alle zussen en broers van de Maria-Kefasgemeenschap wens ik u een deugddoende adventstijd binnenkort, en een Zalig Kerstmis!

Alain

Brief aan jonge koppels nr. 4

Beste vrienden,
Wat is de mens toch, Heer, dat Gij zo naar hem omziet? Om dat te weten te komen, lezen we best de scheppingsverhalen. Het grootste deel van het scheppingsverhaal gebeurt schijnbaar heel simpel. Telkens spreekt God (God sprak), en telkens ontstaat precies wat God zegt.
Maar dan zal er iets heel belangrijks gebeuren, want voor de eerste keer staat er: “Nu gaan wij de mens maken, naar ons beeld, op ons gelijkend. … En God schiep de mens als Zijn beeld, als het beeld van God schiep Hij hem, man en vrouw schiep Hij hen”. Na het verrassend woordje “Nu”, alsof in verband met de mens het begrip tijd begint, staat er plots “wij”. Na het routine werk van de schepping van hemel en aarde, licht en donker, bomen en planten, dieren, gedierte en vissen, is er plots overleg tussen de Goddelijke personen, want een mens maken, dat betreft de Schepper, het Woord en de Geest. Vader, Zoon en H. Geest betrekken elkaar helemaal in dit gebeuren. Gelukkig maar, achteraf gezien!
Als beeld van Ons, op Ons gelijkend, dat is ongehoord, nog niet gezien, wat een bestemming voor de mens! Hier moeten we even bij verwijlen.
De mens is een hoger wezen, het hoogste zichtbare wezen, want we lezen: “Hij zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
In Genesis 2, het oudste scheppingsverhaal, boetseert God alle dieren en brengt ze voor de mens om te zien hoe hij ze noemen zou. Het benoemen van de dieren toont aan dat de mens hoger staat dan de dieren, en dat hij ze allemaal kent, anders kan hij ze geen naam geven. “De mens gaf dus namen aan al de tamme dieren, en aan al de vogels van de lucht en aan al de wilde beesten, maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet.”
Die hulp, dat is geen hulp in het huishouden, en de mens weet dat zeer goed. De mens is beeld van God, die totale gave is, en de mens heeft geen wezen naast zich aan wie hij zich totaal kan geven, om zo beeld van God te zijn. Dit moment is door God gewild, het is de eenzaamheid van de oorsprong, het is om de mens te laten ontdekken dat hij een persoon is (een hoger wezen dus), die als roeping, bestemming heeft gave te zijn voor de andere.
Tot nog toe leren we uit deze tekst dat de mens een persoon is, een hoger wezen, geroepen om beeld van God te zijn. Dit realiseert de mens door gave te zijn. In een volgend schrijven ga ik dit hernemen in het specifieke geval van de gehuwden.
Alain

Brieven aan jonge koppels nr. 3

Beste vrienden,
Ik liet het woord roeping vallen in vorige brief. Ik heb heel lang gedacht dat dit gereserveerd is voor priesters en kloosterlingen. Wij, de leken, zouden maar tweederangsburgers zijn in Gods volk. Op een gezinsweekend werd ons verteld dat het huwelijk ook een roeping is, die van God komt.
Dat heeft mij enorm geraakt, want als God roept, dan is het om ons gelukkig te maken. Hij roept elk van ons op een unieke wijze, want wij zijn uniek, en diep in ons hart heeft Hij onze bestemming, onze roeping geschreven. Het is zeer discreet want God wil dat we vrije mensen zijn, en we kunnen daar dus ja of neen op zeggen. Wie ja zegt, trekt op tocht, zoals Abraham, op zoek naar onze bestemming, zonder alles ineens te weten. Daarom ook zegt Jezus: “Zalig die zoeken, want zij zullen vinden.” Wie zelfgenoegzaam is, die gaat niet op zoek. Gelukkig zullen de meesten onder ons dan wel een crisis meemaken, die deze zelfgenoegzaamheid wegneemt. Ongelooflijk hoe God zelf, keer op keer naar ons op zoek is, zoals naar het verloren schaap.
Gaandeweg onze roeping ontdekken, dat maakt ons gelukkig, ook al zijn er beproevingen, is er lijden. Dat is onze weg naar heiligheid, jawel, onze tocht naar het geluk, dat is onze tocht naar de heiligheid. Het is synoniem.
Als God je roept voor het huwelijk, je weet dat omdat je verlangt om te huwen, dan is het om jou op die weg gelukkig te maken, alsook je vrouw of man, en de kinderen, en mensen om je heen.
Tot voor kort, dacht men, kon je alleen maar heilig worden als ongehuwde, als missionaris, als martelaar, als contemplatieve monnik of als kloosterlinge. Loop maar eens het rijtje van de heiligen af. Als er al eens een gehuwde persoon tussen was, dan was die heilig vanwege bepaalde werken die op zich niets met het huwelijk te maken heeft, sommigen werden heilig als het ware ondanks het huwelijk, of omdat ze na zoveel jaren, als kluizenaar gingen leven. Er is echter een eigen weg voor de gehuwden, om in hun huwelijk, in de dagelijkse dingen, heilig, gelukkig te worden. En deze weg danken we aan de heilige Johannes Paulus II. Hij legt dit uit in zijn “Theologie van het lichaam”, en met deze brieven aan jonge ouders (van 0 tot 75 jaren huwelijk, en meer) wil ik met jullie erover delen, want het is de weg naar uw en mijn geluk.
Tot een volgend schrijven,

Alain