Categorie archief: vertaling boek Olivier Belleil bij EDB

De Huwelijksrelatie – liturgie van de liefde

Hoofdstuk VII

 

DE ZENDING

God is goed!                     We willen het uitroepen!                       Cool!

 

1.      Tijd van feest en gewone tijd

“Er is een tijd voor alles en een tijd voor alle dingen onder de zon.”

(Jezus Sirach 3, 1)

 

De officiële en  openbare gebedsmomenten van de Kerk verlopen niet uniform. Ze worden, met andere woorden, niet steeds op dezelfde wijze ingevuld en beleefd. . Er is “de tijd door het jaar”, wat we kunnen omschrijven als een gewone tijd, en “de grote liturgische tijden” zoals de cyclus van advent en Kerstmis, de vastenperiode  en Pasen.

De kerk maakt ook  een verschil in uitwerking  en invulling van de  vieringen; hetzelfde mysterie wordt gevierd, maar ze onderscheidt de “gewone” missen, de “gedachtemissen”, de “feesten” en uiteindelijk de “Plechtigheden”. De christenen onthalen vreugdevol de bijzondere genaden van wat men vroeger “hoogmissen”, noemde. Deze vieringen zijn uitgebreider en heel plechtig. De liturgie wordt dan zorgvuldig voorbereid en prachtig gevierd. De schoonheid en de waardigheid van deze diensten kunnen heel lang in het geheugen gegrift blijven.

Maar het volk van God leeft meestal van de genaden van de “kleine missen” in de week. Daar geeft de Heer zich doorheen de eenvoud en zelfs de armoede van de middelen: enkele parochianen verzameld in een gebedsruimte voor een “gelezen mis” van ongeveer een dertigtal minuten. Wanneer er enkel pontificale missen gecelebreerd werden zouden we  dat na  verloop van tijd als eentonig gaan ervaren. Als er enkel weekmissen zouden zijn, zouden we op liturgisch vlak een gemis ervaren.

Wat evenwicht  gaat geven aan het liturgisch en sacramenteel leven, is juist de afwisseling en de diversiteit van de vieringen. Het belangrijkste is niet de uiterlijke vorm, maar wel wat gegeven wordt voorbij het uiterlijke.

Ook het echtpaar kent die momenten van “plechtigheid” in de liefdesrelatie. Momenten waar ziel en lichaam zich konden voorbereiden en de tijd nemen om hun liefde te vieren. Een feestelijk weerzien na een periode van scheiding, intens beleefde momenten met zijn tweetjes, wanneer de kinderen op vakantie zijn… Feest van een goed beleefde seksuele relatie na een ontspannende avond op restaurant of in de bioskoop … Feest van een blijde relatie vanwege goed nieuws, van een promotie  op het werk of een eindelijk verhoord gebed…

Er zijn buitengewone liturgische vieringen, zoals groepen die de mis vieren in de woestijn in Israël of in een berglandschap.

Er zijn liefdesrelaties, waar op een “zot moment” het koppel zich verenigt in een sprookjesachtig decor aan zee of in de natuur…

Maar vergeten we vooral niet dat de leidraad van het liturgisch jaar, de tijd door het jaar is! Het koppel is geroepen om elkaar lief te hebben in de gewone tijd en in het eenvoudig gebeuren van elke dag. Het belangrijkste is niet om, volgens de heersende trends die de media  ons zo graag voorspiegelen, “een grote emotie” te beleven, maar eerder zich te herbronnen doorheen eenvoudige gebaren van tederheid die het echtelijke verbond voeden.

Soms is er zowel voor gebed als voor de seksuele relatie niet zoveel  tijd beschikbaar. Op die momenten zou het niet goed zijn om als koppel te blijven aarzelen en te wachten tot de ideale gelegenheid zich aandient…

In extreme gevallen van overactiviteit, moet men niet aarzelen om “de noodprocedure” in te schakelen.

Dat kan intense dialogen geven: “Kom, snel, de kinderen blijven niet lang weg” of “Het is niet erg, wanneer we iets later aankomen bij oma”.

Andere plaatsen dan de slaapkamer kunnen getuige zijn van deze “expresrelaties”… dat kan soms een vleugje humor geven, zelfs wat avontuur, in het leven van het nochtans “deugdzaam” koppel!

Ook op het vlak van de seksualiteit, moet het koppel, zoals op zoveel andere vlakken, zich aanpassen aan het moment en de omstandigheden.

Het moet leven in de genade van de “variabele meetkunde” zoals sommigen het noemen, of nog “de dynamiek van het voorlopige”. De innerlijke vrijheid, de beschikbaarheid, de humor, en  soms zelfs een beetje verbeelding, is de beste houding om in deze huwelijksspiritualiteit van deze tijd te treden.

 

2.      De vreugde van het geven

 

“Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever.”  (2 Kor. 9, 7)

 

Deze aansporing  van de Apostel geldt niet alleen voor de omhaling! Ze zegt onze instelling van het hart om lief te hebben.

Er zijn droevige eucharistievieringen en vreugdevolle eucharistievieringen. De teksten zijn dezelfde, het mysterie is hetzelfde, maar de beleving kan verschillen naargelang de parochies of de groepen die vieren. Als de mis grijs is, vervelen de kinderen zich; ze doen lastig om er naartoe te gaan en stellen de gevreesde vraag: “Zijn we verplicht?”

Als de zondagsviering mooi is, levendig, vreugdevol is, als ze er hun vrienden terugzien, dan zijn ze blij om te gaan…

Eucharistie betekent “dankzegging”. Het is een ontmoeting met de Liefde, die in vreugde wordt beleefd. Er is de uitbundige vreugde van jongerenvieringen en de rustige, zeer innerlijke vreugde van monniken die gregoriaans zingen.

De vreugde heeft vele vormen, verschillend naargelang de culturen of de gevoeligheden, maar ze is altijd aanwezig.

Zo is het ook voor de seksuele relaties. Hetzelfde mysterie wordt gevierd door alle koppels, maar met heel verschillende schakeringen. Sommige echtgenoten kunnen in de seksualiteit lijken op parochianen die naar de mis gaan omdat het moet of uit gewoonte. Ze doen hun plicht; het is niet enthousiasmerend maar het is te doen… Zoals het vervullen van de kiesplicht of het betalen van belastingen. Nochtans is het koppel geroepen om de seksuele relatie te beleven met de intentie om de echtelijke liefde te vieren, om deze liefdesontmoeting te beleven in de vreugde van de liefde die zich geeft, ontvangt en deelt.

De partner merkt de afwezigheid van vreugde in de wijze waarop de ander zich geeft  . Hij kan er door gekwetst worden en dan wordt het koppel op  het vlak van de liefde “gelovig, maar niet of weinig praktiserend …” Ongemerkt vormt er zich een gracht tussen de echtgenoten en als ze er niet over waken, wordt de gracht een afgrond.

Enkele auteurs gebruiken voor het liefdeshart het beeld van een reservoir, dat moet gevuld worden met tekenen van liefde vanwege degene die hem bemint. Als de echtgenoot en de echtgenote vervuld worden door tekenen van liefde vanwege de andere,  op affectief en seksueel vlak dan zullen ze zich ook ontplooien in alle andere domeinen van hun bestaan. Ze zullen vol energie zijn om hun dagelijkse verantwoordelijkheden op te nemen en ze vinden in de echtelijke eenheid de nodige krachten om beproevingen en moeilijkheden onder ogen te zien. Omdat ze veel liefde ontvangen, zullen ze zich ten volle kunnen geven in dienst van  anderen.

Wanneer ze zich daarentegen slecht bemind voelen, wanneer het reservoir van het hart opdroogt, worden ze gefrustreerd, bitter en lichtgeraakt.

 

3.      Taboes vermijden.

Ruzies en onenigheid  binnen  het koppel vinden vaak hun oorsprong in de affectieve en seksuele onvoldaanheid van de echtgenoten. Dikwijls wordt de moeilijkheid niet benoemd omdat we dit delicaat onderwerp niet durven aansnijden:

uit angst  de andere te beschuldigen,

 

of uit  schaamte om te moeten onderkennen dat onze tevredenheid ook “daarvan” afhangt, moeilijkheid om het misverstaan in deze te  benoemen.

Uit eigenliefde of uit schroom, laten we het probleem voor wat het is, zonder samen te zoeken naar een oplossing. We bedriegen onszelf  door te stellen dat “het nog zo erg niet is”, en dat “de rest goed gaat…

Het is vreemd te moeten vaststellen dat heel wat mensen die zonder schroom beroepsproblemen aanpakken, dezelfde coherentie niet meer hebben als het gaat over seksuele misverstanden binnen het koppel. In die niet geregelde situaties woekeren mechanismen  van projectie. Het slecht humeur keert zich tegen de partner, maar vanwege het “taboe” over de ware reden, wordt de ontevredenheid toegeschreven aan andere oorzaken: we vitten over de orde in het huis, de keuze van de vakantiebestemming of de relatie met de schoonfamilie… Het is echt niet op dat niveau dat er een oplossing zal gevonden worden.

 

 

Echtgenoten die de kwestie proberen aan te pakken door een eerlijk en open gesprek te voeren zullen een grote stap zetten in de groei van hun relatie.

Ook hierin geldt het woord van Jezus: “De Waarheid zal u vrijmaken.” (Joh. 8, 32)

Advertenties

De huwelijksrelatie – liturgie van de liefde (Hoofdstuk 6 – einde)

7.      De genade van rust voor het lichaam en vrede van de ziel.

 

“De dienstbode opende de deur,

Ging naar binnen en zag dat beiden sliepen.” (Tobit 8, 13)

“Mijnlief is als een zakje mirre,

Dat rust tussen mijn borsten.” (Hoogl. 1, 13)

 

De volgende tekst van de H. Paus Johannes Paulus II herinnert ons de Bijbelse antropologie: de mens is een eengemaakt wezen. De echtelijke liefde heeft een weerslag op heel zijn persoon, lichaam en ziel.

 

“Omdat de mens een geïncarneerde geest is, dat wil zeggen een ziel die zich door het lichaam uitdrukt, en een lichaam bezield door een onsterfelijke geest, is hij geroepen tot de liefde in zijn gehele wezen. De liefde omarmt ook het menselijk lichaam, en het lichaam neemt deel aan de spirituele liefde.” (De taken van het christelijk gezin, apostolische exhortatie van Johannes Paulus II).

 

Heel natuurlijke gedragingen zoals lachen  zijn nu voorwerp van wetenschappelijke studies. De geleerde besluiten van de onderzoekers zeggen wat de volkswijsheid al lang weet: “Dat doet deugd!” Zo gaat het ook met de psychologische en fysiologische effecten van de seksuele activiteit.

Naast de spirituele genaden die hiervoor reeds aangehaald werden, is bewezen  dat een hechte liefdesrelatie (niet de seksuele slippertjes) een positief effect heeft op de gezondheid! “De natuur is goed gemaakt” zullen sommigen zeggen. Maar de christenen zien iets anders: de Schepper van de natuur, van haar wetten en haar ritmes heeft een welwillende blik op deze wereld: “God bezag al wat hij gedaan had, het was zeer goed.” (Gen. 1, 31)

Het heeft de Heer, God van de Liefde, behaagd dat de liefdesdaad samen gaat met fysisch genot en fysiologische weldaden.

De seksuele daad kalmeert de angst dankzij de hormonen van het genot, geproduceerd door de hersenen: serotonine en dopamine die het organisme stimuleren en stress verzachten. De seksuele relatie neemt spierspanningen weg, ontspant het zenuwstelsel, en brengt geest en lichaam tot rust. Dit brengt nog gevolgen met zich mee op andere vlakken door de relationele spanningen te verminderen. De ervaringen van koppels bevestigen dit vaak: “Mijn echtgenoot (echtgenote) is leefbaarder, minder gespannen…”

We moeten God danken voor de fijngevoeligheid van zijn liefde, die zorg draagt voor ziel en lichaam en ons eraan herinnert dat we onlosmakelijk lichaam en ziel zijn. Geen geest alleen (zoals de engelen). Geen materieel lichaam alleen (zoals de dieren). Vergeten we deze zegswijze niet die ons beschermt tegen elke neiging om te spiritualiseren en de incarnatie te relativeren.

“Wie de engel speelt (door zuiver geestelijk te willen beminnen) is niet beter dan het beest (door als een dier te beminnen, enkel fysisch).  We willen dit hoofdstuk afsluiten met een mooi dankbetuiging voor het christelijk huwelijk, uitgedrukt door een kerkvader, Tertullianus, uit de II-de en III-de eeuw:

 

KADER

 

“Waar vind ik de kracht om met voldoening het geluk van het huwelijk te beschrijven zoals de Kerk ze ziet, die het offer bevestigt, de zegening bezegelt; de engelen roepen het uit, de hemelse Vader bevestigt… Wat een koppel, als dat van twee christenen, verenigd door een zelfde hoop, een zelfde verlangen, een zelfde discipline, een zelfde dienstwerk! Twee kinderen van een zelfde vader, dienaars van een zelfde meester; niets scheidt hen, noch in de geest, noch in het vlees; integendeel, ze zijn waarlijk twee in één vlees. Daar waar het vlees één is, daar is ook de geest één.”

Ad uxorem

Geciteerd door Johannes Paulus II  in de Apostolische Exhortatie:

De taken van het christelijk gezin

 

EINDE KADER

 

Wat bent U goed, Heer

De huwelijksrelatie – liturgie van de liefde (Hoofdstuk 6 – deel 2)

4.      Er is erkenning en herkenning…

Deze twee woorden met dezelfde stam zijn beide toepasselijk op de gevoelens van het koppel.

  1. Erkenning hebben voor iemand, dat is, het goede dat hij doet voor anderen, waarderen. De maatschappij drukt haar erkenning uit door eerbetoon te betuigen, of kentekens, eretekens uit te reiken aan de verdienstelijke burger.
  2. Iemand herkennen, dat is bewust worden van zijn unieke identiteit. Honderden passagiers komen aan in de hall van de luchthaven. Wie op kennissen wacht, bekijkt de reizigers. En plots, tussen een menigte mensen, midden de anonieme massa, herkennen we de vriend. De herkenning is de daad die aan de andere zijn identiteit geeft voor ons.
  3. Het rustmoment na de liefde is een uitverkoren tijd om een gevoel van wederzijds toebehoren te ervaren, die de andere herkent als het geliefde wezen in het huwelijksverbond.

 

Ik ben van mijn lief,

En mijn lief is van mij.” (Hoogl. 6, 3)

“Mijn lief is van mij, en ik van hem.” (Hoogl. 2, 16)

 

  1. Het uur van volheid en van vreugde is dit waar we het geluk proeven, om zich bemind te weten, gewaardeerd en zelfs voor alles verkozen. Onze partner plaatst ons boven al het andere: de kinderen, het werk, de vrienden.
  2. Geestelijke auteurs spreken van de “voorkeursliefde”.

 

“Ja, als een lelie onder de doornen,

Zo is mij vriendin onder de meisjes.

Als een kweeboom tussen het wilde hout,

Zo is mijn lief onder de jonge mannen.

(Hoogl. 2, 2-3)

 

De huwelijksdaad versterkt de liefde van de man voor de vrouw, en van de vrouw voor haar man. De bruidegom is zijn bruid dankbaar. De vrouw is vervuld in haar nood om lief te hebben en geliefd te zijn. Dat is het cement van het koppel.

 

5.      De steun

Er is nog een ander effect van de huwelijksrelatie. Deze geeft vaak steun, troost aan het koppel of een van de echtgenoten die een moeilijke periode doormaakt. We hebben daar een duidelijk voorbeeld van in de Bijbel.

 

“Daarop bracht Isaac Rebecca in zijn tent en nam haar tot vrouw. Isaac kreeg haar lief en vond troost voor het verlies van zijn moeder.” (Gen. 24, 67)

 

Er is de zachtheid van de intimiteit, maar ook de ervaring van een nieuwe kracht, aan beiden gegeven door het uitwisselen van liefde.

 

“Als een bruidegom die zijn bruidsvertrek uit komt gereden,

Een held, stralend, zo wil hij zijn baan gaan.”  (Ps. 19, 6)

 

De herbronning door de seksuele eenheid geeft een hernieuwde dynamiek om alle taken, die te maken hebben met onze plichten, weer op te nemen.

Tijden van kwaliteit of goede momenten die het koppel samen doorbrengen, zijn oases waar men zijn krachten heropbouwt vooraleer de woestijn over te steken…

“Stortvloeden” van moeilijkheden en van familiale en professionele beproevingen zullen dan de liefde van het koppel niet aantasten.

 

“Want sterk als de dood is de liefde […]

Geen stortvloed van water kan de liefde blussen,

Geen rivier spoelt haar weg.” (Hoogl. 8, 6-7)

 

Hierover een getuigenis:

Een vijftiger, kaderlid van een groot bedrijf, wordt werkloos door een herstructureringsplan. Hij is zwaar onder de indruk, want hij is voor het eerst in zijn leven werkloos.

Hij voelt zich vooral vernederd ten opzichte van zijn kinderen. De zoektocht naar werk zal vier maanden in beslag nemen, vooraleer hij nieuw werk vindt.

Gedurende deze periode zal een man, die wat minder affectief is, door zijn temperament of door zijn opvoeding, veel meer vragende partij zijn voor tederheid en seksuele eenheid, alsof hij de nood ervaart naar steun in de seksuele relaties.

Zijn echtgenote verstond dit en hield zich in die momenten beschikbaar. De echtgenoot voelde zich onthaald en bevestigd als man. Dank zij de welwillende blik van zijn vrouw, voelde hij zich niet geoordeeld en kon hij een schuldgevoel achter zich laten.  Tijdens de momenten van “liturgie van het woord” kon hij die zo weinig over zichzelf vertelde, zijn ontreddering uitspreken en kon hij zijn vrouw hem woorden van hoop zeggen. Deze uren van eenheid hebben hem langzaamaan terug zelfvertrouwen gegeven en de nodige kracht om de stappen te ondernemen om zichzelf weer “aan de man” te brengen.

Jaren later was hij zijn echtgenote nog steeds dankbaar voor wie zij geweest was in de beproeving. Het werd een nieuw begin voor het koppel…

 

6.      Dialoog van de eenheid en eenheid in de dialoog.

Deze gunstige tijd kan ook nog de kans geven de dialoog van liefde en tederheid te verlengen:

“Wat ben je mooi, mijn vriendin, wat ben je mooi!

U bent mooi, mijn lief, en zo zoet!” (Hoogl. 1, 15-16)

 

Hoeveel koppels hebben niet ervaren, dat “na de liefde” een klimaat van eenheid en vertrouwen geschapen was, dat toeliet op een serene manier delicate onderwerpen  te bespreken, waar ze anders zo veel moeite mee hebben… Op zo’n moment vindt men , in overeenstemming, oplossingen voor de opvoeding van de kinderen, de plaats van de vakanties of de relatie met de schoonfamilie!

Moet er aan herinnerd worden dat de huwelijksrelatie niet mag gebruikt worden als  drukking middel? Ze kan geen beloning zijn voor een gedrag dat als voldoende wordt beoordeeld (zo spotte Aristophanes reeds met een soort chantage in de liefde, door een “staking” van de vrouwen te bedenken om een bepaald voordeel te verwerven); noch in een soort strategie gebruikt worden, als manipulatie om zijn doel te bereiken…

Dit moment van vrede laat ook toe om toekomstperspectieven uit te wisselen. Het geeft vertrouwen in de toekomst. Zoals een woonplaats van aanzicht verandert als ze door de zon belicht wordt, zo worden toekomstige perspectieven ook met een nieuwe blik bekeken. Men ziet “beloften van de lente” en geen dreigende voortekenen meer.

“Kijk maar, de winter is heen,

De regentijd voorgoed voorbij,

Op het veld staan weer bloemen,

De tijd om te zingen breekt aan.”  (Hoogl. 2, 11-12)

 

De huwelijksrelatie – liturgie van de liefde (Hoofdstuk 6 – deel 1)

Hoofdstuk VI

 

DANKZEGGING

 

WAT ZIJT GE GOED GOD!!!

 

“Dankt God voor alles. Dit is het wat God van u verlangt in Christus Jezus.” (1 Tess. 5, 18)

 

1.      “Het is niet gedaan!”

Na de communie gaan de gelovigen weer naar hun plaats en bidden in stilte. Het is een tijd van dankzegging. Tijdens deze momenten, worden de gelovigen uitgenodigd zich bewust te worden van de aanwezigheid van God in hen, en Hem te danken voor zijn gave van Liefde in de Eucharistie.

Een jeugdherinnering uit Bretagne komt in mij op. Sommige parochianen hadden de gewoonte om onmiddellijk na de communie, de kerk stilletjes te verlaten. De rector van de parochie, een pastoor van toen, met een stevig karakter, held uit de Weerstand, ging naar de micro en zei onverbloemd: “Eh, oh! ’t Is niet gedaan! Ga niet zo weg! Uw gebraad kan nog wel even wachten, dames! … Het aperitief loopt niet weg, heren! … Vandaag zouden er misschien enkele klachtbrieven op het bureau van de bisschop liggen, maar in die tijd werd dat aanvaard: “De rector doet zijn werk!”

Zo worden de koppels ook uitgenodigd om dit bijzonder moment van dank na de seksuele daad niet te verwaarlozen. Niemand zal hen zeggen; “Eh, oh, ’t is niet gedaan!” Maar het zou spijtig zijn zo maar over te gaan naar de orde van de dag. Het is goed te genieten van dit bijzonder moment en eenvoudig de vrede en de vreugde te proeven van de eenheid van het koppel.

 

2.      God is daar

Dit moment is gunstig om te herkennen dat er in onze menselijke liefde een grotere liefde aanwezig is die ons overstijgt. Mysterieuze aanwezigheid van de God van Liefde, die zich geeft in de Vader, zich ontvangt in de Zoon en die eenheid is in de H. Geest.

                                                      “God schiep de mens als Zijn beeld,

                                                      als het beeld van God schiep Hij hen,

                                                      man en vrouw schiep Hij hen.” (Gen. 1, 27)

 

 

Het koppel dat elkaar bemint “naar ziel en lichaam” is beeld van God. Wanneer liefde oprecht, intens en eerlijk  beleefd wordt, en deze beleving doordringt tot in het diepste van het wezen dan wordt het een liefde die geeft,  een liefde die ontvangt, een liefde die één maakt. En kunnen echtgenoten ervaren dat zij niet zelf de bron van hun liefde zijn.

 

Wanneer we doorheen de geschiedenis  de poëzie die over liefde handelt bekijken, dan merken we daar een constante op, namelijk  de beschrijving dat er iets goddelijks en heiligs  aanwezig is in de ware liefde tussen man en vrouw.

 

“Haar vonken [van de liefde] zijn bliksemschichten, vlammen van God.” (Hoogl. 8, 6)

 

Is het niet daarom dat veel verloofden, ook al zijn ze niet praktiserend, toch voor de kerk willen huwen? Over alle sociale geplogenheden heen, voelen ze aan dat er iets van God  aanwezig is in hun verliefde relatie.

 

 

 

 

 

3.      Wat zeggen de mensen?

Wij mensen hebben de neiging te zuchten en te klagen over alles wat niet goed gaat. We jammeren over het tijdperk waarin we leven, de gezondheid, de buren, de collega’s, de regering en nog zoveel meer. Nogal wat nieuwsuitzendingen hebben een kijk op de actualiteit die ons kan deprimeren. We wentelen ons als het ware in het ongeluk. Hoe kunnen we deze houding wijzigen? Wat moeten we veranderen om niet meer bij de Klaagmuur te wonen?

Sommige therapeuten hebben therapieën bedacht  die aanzetten tot “positief denken”  dit om personen te helpen een andere blik te werpen op hun bestaan. Wel, op dat vlak heeft het Evangelie – het Goede Nieuws – ons zeker iets te vertellen.

Het Woord van God en het leven in de H. Geest nodigen ons uit tot een ware culturele revolutie, of anders gezegd, een bekering.

 

“Zeg altijd voor alles dank aan God de Vader in de naam van onze Heer Jezus Christus.” (Ef. 5, 20)

 

Dit nieuw gedrag kan ons leven echt veranderen en ons aanzetten om bedroefdheid en angst  te verlaten. Is het niet dat wat we aan onze kinderen willen doorgeven, opdat ze niet ondankbaar en ontgoocheld in het leven zouden staan ? Wanneer  ze een geschenk krijgen en zich  onmiddellijk haasten om het uit te pakken, dan hebben ze recht op de ouderlijke vermaning: “Wat heb je vergeten te zeggen? – Wat zeg je aan mevrouw?”

Ook wij moeten leren, of terug leren om dank te zeggen! Getuigenissen van weduwen en weduwnaars brengen ons terug bij het essentiële. Zo vaak zeggen ze ons: “Wind je toch niet op voor pietluttigheden. Waardeer toch het geluk dat God u geeft in uw huwelijk!… Geniet nu van elkaar als koppel. Ooit  is het  daarvoor te laat…”

Aarzelen we dus niet om de raadgevingen van Gods Woord in praktijk te brengen: wees dankbaar.

Dankbaarheid binnen  het koppel kan vele vormen aannemen. Het kan een stil gebedje zijn om God te danken. Is het ongepast om het “profane” met het “religieuze” te mengen? Neen, in Christus wordt heel het leven, worden alle activiteiten beleefd voor God.

 

“En al wat gij doet in woord of werk, doet alles in de naam van Jezus de Heer, God de Vader dankend door Hem.” (Kol. 3, 17)

 

Sommige christenen hebben de gewoonte een kort tafelgebed te bidden voor het eten, om de mensen en de maaltijd te zegenen, en na het eten, om te danken. Er zijn gelovigen die hun grotere verplaatsingen met de auto aan de Heer toevertrouwen, en achteraf  wanneer ze op bestemming aangekomen zijn, danken  ze de Heer om hen beschermd te hebben.

Het boek Tobit toont ons hoe het koppel Tobit en Sarah samen bidden voordat ze zich verenigen. Misschien Is het eveneens zinvol om ook daarna een kort gebedje te bidden.

Er zijn koppels die deze gewoonte hebben, heel simpel, in de stilte van het hart, om eventjes, enkele seconden maar te bidden:

 

“Alleluja! Dank Heer, voor mijn echtgenoot (echtgenote).

Dank om hem gegeven te hebben

Dank voor onze liefde

Dank voor uw hulp

Dank voor uw trouw die ons samen vele beproevingen hielp doorstaan

Bedankt!”

 

Dit koppelgebed openbaart dat hun eenheid er een is van de lichamen, de harten en de zielen.

Sommigen zeggen liever rechtstreeks dank aan de partner. “Dank voor wat je bent. Dank voor de hulp die je me geeft. Dank voor je liefde, voor de vreugde die je mij geeft…”

We zijn niet verplicht er een heel gedicht van te maken! Soms kan één enkel, klein, woord volstaan om het hart te raken: bedankt.

De huwelijksrelatie – liturgie van de liefde (hoofdstuk 5)

DE EENHEID

EENHEID, DE ENGELEN WAKEN EROVER!

“Zij zullen één vlees worden.” (Gen. 2, 24)

  1. Verlangen en genot in het licht van het Hooglied

Hoe kunnen we  de seksuele eenheid benaderen in haar eucharistische dimensie ? In het nu volgend hoofdstuk zullen we dit  doen met behulp van het Hooglied van de Liefde. De geestelijke betekenis van deze tekst, door vele mystici besproken, neemt de letterlijke betekenis van de viering van de liefde tussen man en vrouw niet weg. Het literair genre van dit boek – poëzie – laat ons toe dit onderwerp niet op een beschrijvende manier  te behandelen, dit zou eerder zwaar  zijn, maar  wel op een alluderende of een suggestieve manier.

Het doet ons denken aan de schilderijen van de neo-impressionisten die de natuur niet schilderen, volgens duidelijk afgelijnde omtrekken, maar met  behulp van losse, korte verfstreken hun impressie vastlegden. Deze poëtische uitdrukking bewaart het mysterie van wat beschouwd wordt. Het suggereert een inwendig klimaat bij het ontwikkelen van de thema’s.

* Het thema van de hevigheid van het amoureuze verlangen.

Bij de man: de geliefde is een ondernemende man, vol initiatieven, die obstakels en moeilijkheden kan overwinnen (“de bergen” en “de heuvels”) om het hart van zijn geliefde te ontmoeten. Hij rent naar haar toe in de haast van zijn verliefd verlangen. De vrouw kan dit haastig verlangen als heel fijn ervaren.

“Ik hoor mijn geliefde. Daar komt hij aan, springend over de bergen, over de heuvels komt hij aangesneld.” (Hoogl. 2, 8)

Bij de vrouw: de geliefde – en dat heeft commentatoren generaties lang verbaasd! – is verre van passief. Zij wordt niet voorgesteld als het “object” van de liefde, maar zij doet zich gelden als “subject” van de verliefde relatie. Dit toont zij – volgens veel vrome lezers nogal gedurfd – doorheen  de talrijke initiatieven,

“ ’s nachts op mijn bed, zoek ik mijn zielsbeminde…” (Hoogl. 3, 1-2)

Zij drukt haar verlangen om bemind te worden vrijelijk uit:

“Overstelp mij met de kussen van uw mond,

want uw liefkozingen zijn zoeter dan wijn; […]

Trek mij mee, laat ons vluchten!

Neem mij mee, o koning, in uw vertrekken;

Wij willen juichen, ons met u verblijden,

Wij willen zingen van uw liefde, zoeter dan wijn:

Iedereen moet wel van u houden!” (Hoogl. 1, 2-4)

Ongeremd spreekt ze haar passie uit en haar verlangen zich in het avontuur van de liefde te storten:

“Kom, mijn lief, laten we naar buiten gaan!

Laten we overnachten in de dorpen…” (Hoogl. 7, 12)

Wat een durf om haar liefde te tonen en zelfs de sociale traditie uit te dagen (wij zijn in het Oosten!):

“Was u maar mijn broeder, gevoed aan de borsten van mijn moeder!

Dan kon ik u kussen als ik u op straat ontmoette

En niemand zou er aanstoot aan nemen!” (Hoogl. 8, 1)

Uit voorgaande moeten we zeker onthouden dat het, meer nog dan een vrije uiting van onze liefdesgevoelens, een uitnodiging is om te breken met de verlegenheid, te breken met die belemmeringen die ons beletten om tot een seksuele ontmoeting te komen met de ander.

 

* Het thema van de blik die het lichaam van de andere bewondert

De geliefden van het Hooglied verenigen zich niet in de duisternis van een kamer om de schaamte van de naaktheid van het lichaam te ontlopen. Zij kijken naar elkaar vol bewondering.

De geliefde kijkt graag naar het lichaam van zijn beminde :

“Wat ben je mooi, mijn vriendin, wat ben je mooi!” (Hoogl. 4, 1)

Hij neemt de tijd om het lichaam van de vrouw te beschrijven:

“Je ogen zijn als duiven…

Je lokken zijn als een kudde geiten…

Je lippen als een lint van purper,

Je mond is zo bekoorlijk…” (Hoogl. 4, 1-3)

In de beschrijving verwijlt de man geruime tijd bij het lichaam van de geliefde zonder er zich op te sluiten. Want de “lippen” verwijzen naar de ”mond”, dat wil zeggen de woorden die de gevoelens en de emoties uitspreken, en de uitdrukking zijn van de gedachten van de geliefde.

Hij stopt bij het gelaat dat de ziel openbaart:

“Laat mij je gezicht zien,

Laat mij je stem horen,

Want je stem is zo mooi,

Je gezicht zo lieftallig!” (Hoogl. 2, 14)

De geliefde bekijkt ook graag het lichaam van haar beminde . De bewondering is op vele plaatsen in het gedicht te lezen:

“Mijn lief is blank en blozend,

Onder tienduizend anderen is hij te herkennen.

Zijn hoofd is van het zuiverste goud,

Zijn lokken zijn palmentakken,

Zijn ogen zijn duiven…

Zijn lijf is van gepolijst ivoor… (Hoogl. 5, 10-14)

Ook bij haar gaat de blik op het lichaam over naar de woorden:

“Zijn mond is een en al zoetigheid,

Hij is de aantrekkelijkheid zelve… (Hoogl. 5, 16)

* Het thema van de aanraking

De vrouw onthaalt het lichaam van haar geliefde op zich.

Zij geeft hem rust.

“Mijn lief is als een zakje mirre dat rust tussen mijn borsten.” (Hoogl. 1, 13)

Ze laat zich omarmen:

“Zijn linkerarm is onder mijn hoofd,

En zijn rechter om mij heen. (Hoogl. 2, 6)

Het zien van de schoonheid van het lichaam van de vrouw verwekt bij de man het verliefd initiatief, de streling en het verlangen van de omarming.

“Hoe mooi ben je mijn liefste, hoe bevallig, hoe bekoorlijk!

Je gestalte is zo slank als een palm,

Je borsten zijn als druiventrossen.

Ik dacht bij mijzelf: ik klim in die palm en pluk zijn dadels.

Laat je borsten voor mij zijn als de trossen van de wijnstok… (Hoogl. 7, 7-9)

De vrouw is gelukkig toe  te behoren aan hem die ze liefheeft, door hem begeerd te worden.

“Ik ben van mijn lief, naar mij gaat zijn verlangen uit.” (Hoogl. 7, 11)

Zij drukt haar wens uit zich aan hem te geven, hem de vruchten van haar lichaam en haar ziel te geven:

“Dan zal ik u met liefkozingen overstelpen!

De liefdesappelen geuren reeds

En boven onze deuren hangen de kostelijkste vruchten,

Jonge vruchten en oude, die ik bewaard heb voor u, mijn lief!” (Hoogl. 7, 13-14)

KADER

DIT IS MIJN LICHAAM

Godslastering of werkelijkheid?

Heel ingetogen, denk ik vandaag voor jou deze goddelijke woorden te kunnen uitspreken:

“Dit is mijn lichaam”

Ik neem dit lichaam met beide handen,

Met zijn materieel gewicht,

Zijn verlangen, zijn weerklank,

Met de diepte van zijn gevoeligheid,

En de rijkdom van zijn affectief leven…

Zijn zwangerschappen, de eindeloze bevallingen…

Met zijn onlesbare dorst naar eeuwigheid.

“Dit is mijn lichaam”…

Ik geef het je als voedsel,

Ontvang het, als de meest volmaakt gift die ik je kan doen,

Van wie ik ben, je echtgenote.

En jij geeft me en ik ontvang:

Je mannelijk lichaam, met zijn kracht en sterkte.

Geweldig en onstuimig, met zijn bekoringen en zijn vruchtbaarheid…

Met zijn originele gaven, zijn uitbundige projecten,

En zijn uitputtende zoektocht naar het doel,

Het enige doel van je leven.

Met je ziel, snijdend als een zwaard, rein als een meer,

Die de zuiverheid van God weerkaatst.

“Dit is je lichaam”

Als we samen één worden,

Is het geen godslastering te zeggen,

Dat we met Christus één worden,

Door wie onze wezens doorkneed zijn.

En jij en ik,

Zonden en zwakheden, vreugde en verdriet van het koppel,

Worden enige hostie,

Naar het beeld van Christus.

Moge in Hem, door Hem, met Hem,

Eindelijk geheiligd worden,

De liefde van een man en een vrouw,

Die een danklied geworden is,

Mis tot glorie van God.

Mysterie van het koppel, Ancelle

Editions Ouvrières – editions de l’Atelier, 1964

EINDE KADER

* Thema van het genot dat de zinnen verblijdt

De man en de vrouw uit het Hooglied proeven het geluk van de liefde die zich uitdrukt in het gerechtvaardigd genot van de seksuele eenheid. Dit gedicht ontwikkelt een visie die fundamenteel positief is over het lichaam en de seksualiteit.

De vreugde van de liefde wordt gevierd doorheen  een poëtische taal die gebruik maakt van rijke beelden om het genot en de gevoelens, op een sensuele  wijze te verduidelijken.

o De verliefde relatie maakt dronken zoals de wijn:

“Je navel is een ronde kom,

Moge de gekruide wijn er niet ontbreken!” (Hoogl. 7, 3)

“Ik zal u gekruide wijn te drinken geven,

En de most van mijn granaatappels.” (Hoogl. 8, 2)

o Zij heeft de zachtheid van olie:

“de klank van uw naam is als rijk parfum. (Hoogl. 1, 3)

o Ze bedwelmt als Oosterse parfums:

“Rookwolken van mirre en wierook,

Van kruiden uit verre landen. (Hoogl. 3, 6)

o Ze verblijdt de blik zoals bij het zien van de natuur in de lente:

“Op het veld staan weer bloemen,

De vijgenboom draagt zijn eerste vruchten al.” (Hoogl.2, 12-13)

o Ze verrukt het oor zoals lentemuziek:

“De tijd om te zingen breekt aan,

De roep van de tortel klinkt over het land.” (Hoogl. 2, 12)

* Thema van de seksuele eenheid

In de tekenen van haar lichaam, moet de vrouw zich openen om de man in haar te onthalen, zoals zij zich moet openen om het kind het leven te geven. De poëzie in het Hooglied herneemt de symbolische thema’s van het huis en de gesloten tuin om het mysterie te duiden van de vrouw die zich seksueel opent voor haar geliefde.

De bruidegom in het Hooglied nodigt uit tot de liefde zonder de vrouw te dwingen. Liefde vraagt zonder te dwingen.

De geliefde:

“Ik hoor mijn geliefde die loopt:

Doe open, mijn zuster, mijn vriendin,

Mijn duifje, mijn schoonste!” (Hoogl.5, 2)

De man herkent zijn kwetsbaarheid in de verliefde passie. Hij is “buiten zichzelf” en dat maakt hem afhankelijk van de vrouw.

“Je hebt me van mijn zinnen beroofd,

Mijn zuster, mijn bruid.

Je hebt me van mijn zinnen beroofd met één blik van je ogen,

Met één kraal van je snoer.” (Hoogl.4, 9)

Ook de vrouw is zich bewust van haar kwetsbaarheid, als getroffen door een geheimzinnige ziekte die haar het volle bewustzijn ontneemt:

“Sterk mij met druivenkoeken, verkwik mij met kweeappels,

Want ik ben ziek van liefde.” (Hoogl.2, 5)

De geliefde eerbiedigt het mysterie van de integriteit van de geliefde. Hij staat voor die “gesloten tuin” die alleen de vrouw van binnenuit kan openen – tuin die verwijst naar de tuin van Adam en Eva in de originele eenheid. (Gen. 2, 8)

“Een gesloten hof, ben je,

Mijn zuster, mijn bruid;

Een gesloten hof, een verzegelde bron.” (Hoogl.4, 12)

De geliefde is klaar en opent zich voor de komst van haar geliefde. Zijn wezen roept haar. De vrouw die bemint en zich bemind weet, kan de Bijbelse woorden uitspreken waarin het verlangen en de opening samenvloeien: “Kom.”

“Steek op noordenwind, kom, zuidenwind,

En blaas over mijn tuin, dat zijn geuren zich verspreiden!

Moge dan mijn lief in zijn tuin komen

En er genieten van de kostelijke vruchten!) (Hoogl.4, 16)

De geliefde, die de opening van de vrouw verwekte en verwachtte, weet zich in haar uitgenodigd.

“Ik ben al in mijn tuin, mijn zuster, mijn bruid,

Ik vergaar er mijn mirre en balsem,

Ik eet er mijn honingraat, ik drink er mijn wijn en mijn melk.” (Hoogl.5, 1)

Naar het beeld van de komst in de tuin, is er ook die van het feest, plaats van eenheid en vreugde (“eten”, “drinken”). “De melk” en “de wijn” verwijzen terug naar het beloofde land.

 

  1. Het woord van de instemming wordt vlees.

De wederzijdse instemming van de echtgenoten is het sacramentele woord van het huwelijk.

Het is de gewone praktijk in de Bijbel en de traditie van het volk van Israël (“Ze zeiden: “Laten we de jonge vrouw roepen, en haar gedacht vragen”. Zij riepen Rebecca en zeiden haar: ”Wilt ge weggaan met deze man?” en ze antwoordde: “Ik wil wel” (Gen. 24, 57-58)”)

Het woord in het sacrament is heel eenvoudig: “N. ik ontvang je als echtgenoot (echtgenote) en ik geef mij aan jou om je trouw lief te hebben, alle dagen van mijn leven”. Met deze formule verenigen man en vrouw zich voor God en voor de gemeenschap, en dit voor  heel hun verdere leven.

Het canonieke recht van de Kerk, zegt dat het huwelijk dan “gesloten” is. Maar het uitgesproken verbond tussen de echtgenoten moet bezegeld worden door de eenheid van de lichamen in de echtelijke daad. Dan zegt men dat het huwelijk “geconsumeerd” is.

Dit aspect is zo essentieel, dat als een van de partners zich voor langere tijd niet geeft, het verbond nietig verklaard wordt. De seksuele daad is dus de plaats waar de wederzijdse toestemming bezegeld wordt in de eenheid van de lichamen: “Ik geef mij aan je, ik ontvang je…” Elke echtelijke relatie hernieuwt dit verbond door de echtgenoten gesloten “in de Heer”. Dit toont het belang dat de Kerk hecht aan de seksualiteit van het koppel. Dat is waarom de catechismus van de Franse bisschoppen heel juist verklaren dat op dat moment: “Het woord vlees wordt” want de ja van de mondelinge toestemming incarneert zich in de ja van de eenheid van de lichamen. De seksuele eenheid is dus het teken van het sacramenteel engagement van het huwelijk; dat is wat het document van de Franse bisschoppen noemt: “het vlees dat woord wordt en waarachtige taal”.

 

Dit teken in het vlees is belangrijk in de Bijbel, en doet denken aan het verhaal van Abraham. Als God met hem en zijn stam een verbond sluit, maakt hij een teken in de lichamen van de mannen. “Gij moet de voorhuid besnijden, het zal het teken zijn van het verbond tussen u en Mij… Mijn verbond zal in uw vlees gemerkt worden als een eeuwig verbond.” (Gen. 17, 11-13) De lichamen van de Israëlieten dragen dit merkteken die het verbond met God betekenen. Het is tevens in deze context van het huwelijksverbond dat God dit ander teken geeft: de eenheid van de lichamen.

De seksualiteit van het koppel vermindert de schoonheid niet van de geestelijke eenheid, maar integendeel incarneert, realiseert, schrijft dit huwelijksverbond met God in het vlees. De wederzijdse gave van de lichamen heeft deel aan het mysterie van de incarnatie van de liefde. De geliefde van het Hooglied roept het uit: “Draag mij als een zegel op uw hart.” (Hoogl. 8, 6) Als het koppel “één vlees wordt”, wordt het zegel niet alleen gedragen op het hart, maar intiem in het lichaam.

  1. De seksuele relatie is drie maal heilig.

De joodse traditie gaat gedurfde formuleringen niet uit de weg als het over het heilig karakter gaat van een mooie echtelijke eenheid. Zo staat er in de Talmoed:

“Op het moment dat de man met zijn vrouw in heiligheid is verenigd, verblijft de Chekinah (de Goddelijke Aanwezigheid) bij hen.”

Een joodse schrijver uit de Middeleeuwen verklaart:

“De seksualiteit is bij uitstek een pure en heilige zaak, als de bedoelingen bij de daad puur en heilig zijn… Wat de wil is van de Goddelijke Schepper kan nooit en in geen geval voorwerp van schaamte zijn of besmet zijn  door een of andere vorm van lelijkheid.” (Brief over de heiligheid, XIII eeuw)

Sommigen zullen waarschijnlijk de vraag stellen: waarom seksualiteit spiritueel  benaderen, terwijl het toch louter  biologische mechanismen zijn? Waarin kan zo’n natuurlijke realiteit als de seksualiteit heilig verklaard worden? Is dit hier geen taalkundig spitstechnologie, of een romantische stijlfiguur om op zo’n eenvoudig gegeven een geestelijke vernislaagje te zetten?

In de Bijbel is alleen God heilig. Bij uitbreiding wordt alles wat toelaat in contact te komen met God, in de ruimte of in het gebruik van bepaalde voorwerpen “heilig” genoemd. De heiligheid van een plaats of een persoon impliceert altijd een scheiding met het profane om in de ruimte van God te komen. Het volk van Israël is “heilig” omdat het gescheiden is van de andere volkeren – het land van Israël is “heilig”, want gescheiden van de andere landen – de stad Jeruzalem is “heilig” want gescheiden van de andere steden – de dag van de Sabbat is “heilig” want gescheiden van de andere gewone dagen.

We mogen stellen dat de menselijke seksualiteit driemaal heilig is, want ze maakt drie essentiële scheidingen:

Ze is heilig omdat ze beleefd wordt  in een specifiek menselijk domein, radicaal gescheiden van de dierenwereld.

“God de Heer boetseerde uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht, en bracht die bij de mens, om te zien hoe hij ze noemen zou: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten. De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren en alle vogels van de lucht en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet.” (Gen. 2, 19-20)

De mens kan zich hechten aan huisdieren, maar deze kunnen geen “hulp die bij hem past” zijn. Het dier is vaak een hulp in het werk, maar geen gelijkwaardige partner en verschillend in communicatie; daarom kan hij de mens niet vervullen. Vandaar het verbod uit het boek Leviticus, dat zoöfilie veroordeelt (Lev. 18, 23-24).

De seksualiteit is heilig in de scheiding die gesteld is bij mensen van hetzelfde geslacht. Voor de Bijbel is homoseksualiteit een radicale ontkenning van Gods plan, die de eenheid van de seksen wil in hun verscheidenheid.

“Overigens geldt voor de Heer, dat noch de vrouw iets is zonder de man, noch de man zonder de vrouw. (1 Kor. 11, 11)

De weigering van het anders zijn in de seksuele relatie verwerpt het menselijk koppel zoals God het wil.

“God schiep de mens als Zijn beeld,

als het beeld van God schiep Hij hen,

man en vrouw schiep Hij hen.

God zegende hen…” (Gen. 1, 27-28)

God is relatie, zo schept Hij dan de mens naar “Zijn beeld en gelijkenis”, dat wil zeggen in staat om relaties te hebben met zijn Schepper en zijn soortgenoten met het oog op een “jij” en “ik” verbond. De mens, als persoon, geschapen in een man-vrouw dualiteit, kan zo tot vervulling komen door het seksuele verschil dat door God gewild en goed is. Man en vrouw realiseren samen het beeld van God; het is samen dat ze zijn zegening ontvangen.

De rabbijnen Josy Eisenberg en Armand Abecassis bespreken het tweede scheppingsverhaal als volgt:

“Wat de Bijbelse tekst eigenlijk zegt, volgens Rachi, is dat de vrouw getrokken is uit de zijde, uit een van de zijden van de man, en niet uit een van zijn ribben, waarbij je de klassieke vertaling van het woord “tsela” hoort als een  grenslijn  (= limite  in het Frans), een “côte” in de maritieme zin. De zijde is de grenslijn. De man moet zijn mannelijk lichaam aanvaarden tot aan de grenslijn  om aan deze grenslijn het vrouwelijk wezen te ontmoeten. De waarachtige seksualiteit plaatst uiteindelijk de man in zijn mannelijke begrensdheid: dan kan hij de andere opmerken en beluisteren, als een andere.” (A Bible Ouverte. Et Dieu créa Eve, Albin Michel 1992)

De joodse en christelijke commentatoren benadrukken dat de  seksualiteit de oorspronkelijke plaats bij uitstek is, om de verschillen tussen man en vrouw te ervaren.

De man en de vrouw die elkaar liefhebben beseffen dat ze los van elkaar niet volledig zijn. De ervaring van het gemis is noodzakelijk om toegang te hebben tot het verlangen naar en de ontmoeting met de andere. Het seksueel verschil aanvaarden behoedt de mens tegen de illusie van een gesloten, teruggetrokken  wereld, waar hij in zichzelf gekeerd leeft. Hij heeft nood om zich open te stellen  voor het ander geslacht om zich  ten volle te verwezenlijken , zoals hij nood heeft om zich open te stellen voor God om zijn toestand als schepsel te aanvaarden.

De rabbijnen gebruiken zelfs het Hebreeuws alfabet om te bewijzen dat man en vrouw samen beeld van God zijn. De letter “yod” van de man en de letter “hé” van de vrouw moeten verenigd zijn om alle nodige letters te hebben om het tetragram te vormen, t.t.z. de goddelijke Naam. (De Hebreeuwse lettercombinatie יהוה (jod-hee-vav-hee (JHWH of JHVH)) is in de Hebreeuwse Bijbel de Naam van God.  Deze lettercombinatie wordt ook wel tetragrammaton genoemd)

Dit legt het Bijbelse verbod uit van de homoseksuele praktijk (Lev. 18, 22)

De seksualiteit is heilig omdat ze een derde scheiding maakt: deze van andere mogelijke partners. Inderdaad, de getrouwde persoon wordt apart geplaatst voor de exclusieve gave aan de echtgenoot (echtgenote). Vandaar het gebod: “Gij zult geen overspel plegen” (Ex. 20 14).

In de traditie van de Talmoed, wordt het huwelijk “qiddouchim” genoemd, d.w.z. heiliging. De wijzen van Israël die de huwelijksviering opgesteld hebben, hebben ze “consecratie” genoemd om duidelijk te maken dat de vrouw uitsluitend toebehoort aan haar echtgenoot  en verboden is voor elk andere man, zoals het verboden is voorwerpen die geconsacreerd zijn in de Tempel van Jeruzalem te gebruiken voor profane doeleinden!

Daarom verklaart de bruidegom tijdens het overhandigen van de ringen aan zijn bruid: “Jij bent mij toegewijd door deze ring, volgens de wet van Mozes en van Israël.”

Het genot is geen maatstaf van de liefde.

In de eucharistische communie is het belangrijkste Jezus te ontvangen, het Brood van Leven. Dit bewonen van de Christus in de ziel, geschonken in het doopsel, vernieuwt de aanwezigheid van God. Het woord wordt vervuld:

“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt

Blijft in mij en ik in hem.” (Joh. 6, 56)

Wie te communie gaat doet dat soms met grote vurigheid en met een sterk gevoel van vrede, vreugde, liefde. De ziel is in vervoering, als “in de hemel”, zoals de apostelen bij de gedaanteverandering op de berg Thabor. Maar soms is de ziel in een woestijn en voelt niets, geen grote gevoelens of religieuze emoties; ze blijft als een vreemde ten opzichte van het beleefde. Soms ontdekt de gelovige, wat beschaamd, dat hij niet echt aanwezig was op deze afspraak met de liefde, verstrooid door uiterlijke prikkels (de originele kledij van de koorleidster!) of innerlijke zorgen.

Een liturgisch gebed na de communie kan ons geruststellen:

“Moge de genade van deze communie, Heer, bezit nemen van onze geesten en onze harten, opdat haar invloed, en niet ons gevoelen, in ons mag blijven heersen…” (Tijd door het jaar XXIV)

Wat belangrijk is, zijn niet onze voorbijgaande emoties, maar de werkelijke vruchten van onze ontmoeting.

Hetzelfde kan gezegd worden van de echtelijke relaties. De gevoelde emoties zijn niet de maatstaf van de liefde.

De seksuele relaties zijn geen competitie om buitengewone prestaties te verrichten noch een examen om vaardigheden te evalueren. Wanneer  men doordeweekse boekjes doorbladert,  die uitgegeven zijn voor het grote publiek, en  waarin het onderwerp seksualiteit behandeld wordt, dan is men verrast door het grote belang dat gehecht wordt aan het fysisch genot. Er is een geniepige culturele druk die de waarde van de seksuele daad beoordeelt enkel op basis van het criterium van het orgasme.

Wanneer we het gegeven ‘prestatie’, op een geobsedeerde wijze, centraal plaatsen in een liefdesrelatie, brengen we het koppel in de situatie van kunstschaatsers die een cijfer krijgen na hun prestatie! En de prestatie wordt geëvalueerd in functie van de intensiteit van het genot. Sommigen ervaren deze druk als heel pijnlijk en kunnen geblokkeerd raken in de uitdrukking van hun liefde. Voor hen is de bekoring groot om te vluchten; ze zullen onder  het mom van allerlei voorwendsels     het risico op een mislukking willen vermijden.

Ze zullen afwijzen om de kans op een vernedering  uit te sluiten om zo de andere of zichzelf  niet te ontgoochelen.

In dat geval zal de echtgenote zich wijsmaken dat het beter is te investeren in andere competenties en loopt zij op die wijze sterk het risico om uitsluitend het moederschap centraal te plaatsen. De echtgenoot die vreest niet op de hoogte te zijn van de veronderstelde prestaties van de andere mannetjes, zal

zich liever buitenhuis engageren en het beste van zichzelf geven in verbouwingswerken of in de politiek…

In een christelijke houding mogen we de amoureuze relatie, zoals ze voorgesteld wordt in de in de mode zijnde fantasieën, niet als waar (en waardevol)  beschouwen.

“Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt.” (Rom. 12, 2)

De echtgenoten worden uitgenodigd om hun relaties te beleven in liefde en tederheid, en, durven we het zeggen, op een gewone en eenvoudige manier. Zij moeten zelf hun taal van de liefde ontwikkelen, vanuit wat ze zijn en niet in functie van een opgelegd “ideaal”. God vervult zijn kinderen die elkaar liefhebben; Hij geeft zijn zegening aan het koppel dat Hij gevormd heeft en die hun huwelijksverbond hernieuwen door één vlees te worden. “En Hij zag dat het heel goed was.” (Gen. 1, 31)

Deze nieuwe vrijheid ten opzichte van de hedendaagse “normen” van de seksualiteit geven vreugde en vrede.

KADER

“NAAR GODS BEELD MAN EN VROUW” JOHANNES PAULUS II

“De eenheid, waarover Genesis 2, 24 spreekt (“beiden worden één vlees ” is zonder enige twijfel die eenheid die wordt uitgedrukt en verwezenlijkt in de huwelijksdaad. […] Maar de gehele context van de lapidaire formulering veroorlooft ons niet, te blijven stilstaan bij de oppervlakte van de menselijke seksualiteit of over het lichaam en over het geslacht te handelen buiten de volle dimensie van de mens en van de “gemeenschap van personen”; hij verplicht ons daarentegen, van het “begin af” de volheid en de diepte te ontdekken die eigen zijn aan die eenheid die man en vrouw in het licht van de openbaring van het lichaam moeten vormen. […]

Man en vrouw die zich (in de huwelijksdaad) zo nauw verenigen dat zij “één vlees” worden, ontdekken bij wijze van spreken het scheppingsmysterie elke keer op heel speciale wijze opnieuw en keren zo terug naar die eenheid in het mens-zijn (“vlees van mijn vlees en been van mijn gebeente”) die het hun mogelijk maakt elkaar over en weer te herkennen en elkaar zoals de eerste keer bij hun naam te noemen. In zekere zin betekent dit een opnieuw beleven van de oorspronkelijke maagdelijkheidswaarde van de mens die tevoorschijn komt uit het mysterie van zijn eenzaamheid tegenover God en midden in de wereld. Het feit dat zij “één vlees” worden, is een sterke, door de Schepper gelegde band, waardoor zij hun eigen mens-zijn ontdekken, hetzij in de oorspronkelijke eenheid daarvan, hetzij in de dualiteit van een geheimzinnige wederzijdse aantrekkingskracht.”

Naar Gods beeld Man en vrouw

Een lezing van Genesis 1-3, Uitgave Nieuwe Stad

EINDE KADER

 

De huwelijksrelatie – Liturgie van de liefde (slot van hoofdstuk 4)

DE GAVE VAN DE ECHTGENOTEN DOOR ALINE LIZOTTE

“Het is met het oog op deze wederzijdse gave dat de Schepper de lichamen van man en vrouw geschapen heeft, zo echt menselijk en zo diep verschillend. Want het lichaam van elk van de echtgenoten drukt op zijn manier deze mogelijkheid tot de gave uit.

Door de uitwendigheid van zijn seksuele organen toont het lichaam van de man klaar en duidelijk dat zijn fysisch wezen gemaakt is om het lichaam van de vrouw te bewonen en zich daar goed te voelen tijdens hun wederzijdse extase.

Het lichaam van de vrouw, veel meer gemerkt door het inwendige, toont in zijn soepel en aanpasbaar zijn, juist die andere dimensie van de liefde: het onthaal.

Want de liefde heeft niet één realiteit, maar drie. Liefde is initiatief, onthaal en vruchtbaarheid. Dat drukt het lichaam uit in het licht van zijn echtelijke betekenis. In het profiel zelf van zijn fysische structuur is de man door God ontworpen om aan de vrouw vreugde en vruchtbaarheid te brengen. In haar lichamelijke structuur, is de vrouw gemaakt om deze vreugde en de vruchtbaarheid te onthalen en ze uit te stralen. […]

Het lichaam drukt de persoon uit.

Het is eerst dankzij het lichaam dat je aangetrokken werd, het is door het lichaam dat de andere bij u gekomen is. Uw lichaam was voor de andere de eerste getuige van uw persoon. […]

Uw lichaam is het zichtbaar teken geweest van een onzichtbaar mysterie, die van uw geleidelijke groei naar de communie van uw personen. […]

Dat heb je ervaren. Door in het lichaam van de andere, de gezellin of de gezel te herkennen, en later de verloofde en dan de echtgenote of de echtgenoot, werden uw blik, uw gevoeligheid en uw verstand geleidelijk gevormd om het onzichtbare te zien, de echte en diepe persoon van de andere. Naar die persoon gaat uw gave. Maar deze persoon onthult haar onzegbaar wezen door alles wat in haar is, haar eigen lichaam. Het is dat lichaam dat haar toelaat zich uit te drukken, te beminnen, zich te geven.

Hoezeer toch zijn uw twee lichamen waardig om respect en tederheid te ervaren, meer nog hoe heilig moeten uw lichamen zijn, toegewijd om teken te zijn van Gods mysterie! Ge kunt reeds vreugde of verdriet lezen in de blik van de andere. Ge hebt al geleerd om van het gelaat van de andere zijn geluk of angst te vatten! […]Een hoofd op uw schouder, handen die zich verstrengelen, lippen die zich verenigen, ge verstaat dit reeds als tekenen van een groeiende intimiteit van de liefde die streeft naar een volledige gave. […] Al die tekenen die ge leest in het lichaam van de andere zijn openbaringen van zijn persoon. Haar persoon is gelijk aan geen ander, want haar lichaam is gelijk aan geen ander. Het lichaam van de andere onthult het hele mysterie van haar persoon en leert de weg naar de eenheid met haar zijn. Daarom mag het eigen lichaam en dat van de andere nooit een voorwerp worden.

Teken van de persoon, het moet ontvangen en bemind worden voor het welzijn van de hele persoon.”

De gave van de echtgenoten – Edition du Serviteur 60138 Chiry-Ourscamp

De huwelijksrelatie – Liturgie van de liefde (vervolg hoofdstuk 4)

Sommige echtgenoten ervaren een ongemak ten opzichte van hun lichaam. De lichamen die rondom ons als mooi voorgesteld worden, zijn meestal die van atleten of topmodellen. De dictatuur van de media doet ons geloven dat enkel die lichamen seksueel aantrekkelijk zijn. Men kan beschaamd zijn over een lichaam dat niet meer van de jongste is, of  dat gemerkt is door enkele zwangerschappen, of door ziekten en mogelijks zijn er delen die minder mooi zijn, maar het is essentieel  om onze partner de bevestiging te geven dat hij naar onze smaak “in orde” is. Misplaatste opmerkingen op dit vlak, zelfs met humor gezegd, kunnen zeer negatieve gevolgen hebben. Wie beschaamd is over zijn lichaam, zal eveneens schaamte voelen om het te geven en de neiging hebben om zich  minderwaardig te voelen. Men zal gelegenheden om zich te tonen trachten te vermijden, wat een hindernis kan worden voor het seksueel verlangen.

Belangrijkst is de gever, en de manier om zich te geven.

Moederdag is daar een sprekend bewijs van. Onze lieve kinderen hebben dan steeds iets voorbereid, en omdat ze de verrassing zo groot mogelijk willen houden, doen ze  voorbereidingen voor de ‘D-dag’ liefst zo onopvallend mogelijk. D-dag verloopt volgens een vast stramien: dat begint met het voordragen van een tekstje. Gewoonlijk is het geen literair meesterwerk, maar een vriendelijk gedichtje dat eindigt met “Mama, ik hou van jou.” Het kind brengt deze tekst eerder stuntelig, zich in alle bochten wringend, beduusd door de grotere broers die met hem spotten. Het opzeggen is weifelend, doorspekt met “’k weet niet meer”, om dan naar het einde te versnellen, zodat men er maar de helft van verstaat. Wat is er nu toch, dat de mama elke keer weer “kraakt” en met moeite haar tranen kan bedwingen? Zelfs al is ze professor literatuurwetenschappen , ze vindt het knittelversje heel mooi, mooier dan al de liefdesverklaringen uit ons rijk literair verleden bij elkaar. Het geschenk is mooi, want het wordt gegeven, al is het onhandig, door degene die ze liefheeft…

Dat geldt ook voor de seksualiteit binnen  het echtpaar. De persoon van de geliefde – naar ziel en lichaam – is een gave die we niet op de eerste plaats beschouwen volgens esthetische criteria of culturele normen, maar volgens ethische criteria: de andere is degene die we liefhebben en die we willen liefhebben; daarom raakt de gave van zijn lichaam- als geschenk ons en verheugt het  ons.

Om een herstelde seksualiteit te beleven zijn er drie criteria die we in acht moeten nemen. Ze hebben te maken met het geestesvermogen, “ de hoge bekwaamheid van de ziel”; want de geest heeft ook iets te zeggen op vlak van de gave van het lichaam. Heel wat genezingen van geremde personen komen voort uit een verandering van ingesteldheid die een andere blik op de liefde geeft.

  1. Ieders opinie van de seksualiteit.

Sommige personen zien, soms onbewust, de seksualiteit een beetje als “dierlijk”. Schuine moppen hierover bedekken vaak een soort schaamtegevoel. Dit ongemak kan een reële hindernis zijn voor de gave van zichzelf. Een nieuwe blik, verlicht door de H. Geest en het Woord van God, is nodig om zich te bevrijden van die bedrieglijke gedachten. Ook in dat domein, “zal de waarheid u vrijmaken” (Joh. 8, 32).

  1. De mening van de man en de vrouw over zichzelf.

Het niet aanvaarden van zichzelf en zijn lichaam als man, als vrouw, kan complexen creëren.

Nochtans, iedereen kent personen, die niet bepaald als mooi beschouwd worden, althans niet  volgens de esthetische criteria van het moment, en die toch vele harten sneller doen kloppen, simpelweg omdat ze zich goed voelen zoals ze zijn. Dat geeft, al vanaf de schoolbanken zogenaamde “knuffelberen”, niet echt mooi, maar vervaarlijke Don Juans… en kleine mollige meisjes vol charme die het hoofd op hol brengen van alle jongens in de klas…

  1. De mening die ieder heeft van zijn partner.

De affectieve en seksuele relatie is het resultaat van een globale houding ten opzichte van de andere: eerbied, bewondering, vertrouwen, verstandhouding… een grondvest waarop een harmonieuze relatie zal open bloeien. De kwaliteiten van de andere beschouwen, zonder zich te focussen op de gebreken zal verandering brengen, niet alleen in het hoofd, maar ook in de gave van de lichamen.

De bekering van de blik op die drie punten, en de persoonlijke verzoeningen die ermee gepaard gaan, zullen het koppel toelaten binnen te treden in de vreugde van de zelfgave.