Maandelijks archief: februari 2018

Samen op Weg – februari 2018

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Vertrouwen!

Tussen Kerstdag en nieuwjaar mocht ik een onderricht geven aan een dertigtal jonge mensen, tieners en hun begeleiders op het Op & Top kamp in Ruiselede. Het thema: “Don’t worry”.

Omdat de H. Geest mij altijd helpt bij het schrijven van Samen op Weg, of als ik een onderricht mag geven, heb ik onmiddellijk “ja” gezegd, gemaild eigenlijk… En kijk, dit vertrouwen op de H. Geest had wel een heel onmiddellijk resultaat. Na mijn antwoord op de mail, ging ik mij scheren in de badkamer, en contempleerde de oude man in de spiegel, die het aan die jongeren eens mocht uitleggen! En zie, daar kwam de ingeving, ogenblikkelijk: het verhaal van Abraham en Isaak, het verhaal van een diep gefundeerd vertrouwen, een spannend verhaal ook. Ik heb de tieners meegenomen op die bewuste bergtocht, elk van hen als Isaak, ik als Abraham. Het verhaal werd voorgelezen door een van de medewerkers, en ze stopte, zoals gevraagd, op een aantal gevoelige momenten, waarbij de Isaak-tieners mochten opschrijven hoe ze zich voelden. Het is een boeiend avontuur geworden, maar tevens ontdekte ik ook enkele aspecten, die ik hier verder wil delen.

Abraham is onze leermeester in vertrouwen. In Genesis 12 lezen we het eerste contact tussen Abram en Jahwe: “Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u aan zal wijzen. Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat gij een zegen zult zijn. “ Let wel, Abraham was 65 jaar. Toch krijgt hij de opdracht weg te gaan, en naar waar? “Naar het land dat Ik u wijzen zal!” Wie van ons zou dit doen, zonder reisverzekering, GPS, GSM en dat soort dingen?

Toen hij 99 was kreeg hij een nog duidelijker belofte en verder in Gen. 18 krijgt hij drie mannen op bezoek, die na een gastvrij onthaal beloven dat Sarah binnen het jaar een zoon zal hebben.

Ook hier vertrouwt Abraham op iets dat menselijk gezien niet te geloven is! (En terwijl zijn vrouw het niet kan geloven: zij lacht!)

Maar het gebeurt. Isaak wordt geboren, groeit op, maar dan vraagt Jahweh aan Abraham, zijn zoon, de zoon van de gelofte, de zoon die hij liefheeft, te offeren. Jahweh is heel duidelijk, het gaat hier over Isaak, niet over Ismaël. Er kan geen misverstand zijn.

Abraham vertrouwt op de Heer, op Zijn gelofte van het nageslacht, en gaat op weg. Lees zelf het verhaal nog maar eens, het is best wel spannend, ook voor Isaak. Op het cruciale moment, als Abraham het mes heft, komt Jahweh tussen: “Abraham, Abraham!”

Wat zou er gebeurd zijn als Abraham niet naar God geluisterd, of Hem zelfs niet gehoord had, zoals wel eens bij ons gebeurt, hé! Of erger nog, aan God zegt: “Wacht eens even, ik ben bezig, dit ga ik nu eerst afwerken…” Gelukkig luistert Abraham, en ge ziet, het maakt het verschil tussen leven en dood. Dit mag je gerust als een tip zien voor je gebedstijd.

Jahweh was ook zo goed om niet te roepen: “Stop, Halt, …” maar wel Abraham bij zijn naam te roepen. Dat is ook een tip om in het gezin elk kind bij zijn naam te noemen, zeker ook als je iets wil vragen. Het is zo fijn om mijn naam te horen, het bouwt mijn identiteit op, ik besta! (De tieners beaamden dit helemaal)

De beloofde zegening, dat is in het begrip van Abraham, veel nakomelingen, letterlijk. Maar wij weten intussen, dat ook Jezus afstamt van Abraham, Isaac, Jacob, Juda, …, David, … Jozef. De zegening is vele keren groter dan wat de mens verstaat. Dat is de vrucht van het geloof, het vertrouwen van Abraham.

Meer nog: wat de mens niet moest doen, heeft God zelf gedaan: Hij heeft Zijn Zoon gevraagd mens te worden, aan ons gelijk, tot in de dood, de dood aan het kruis. De nieuwe Isaac, Jezus, is wel geofferd, met een volmondig JA aan de Vader, voor mij, voor jou. Hij heeft het kwade, de dood overwonnen, so, don’t worry, heb vertrouwen!

Dit vertrouwen is zo fundamenteel dat Jezus aan zuster Faustina heeft gevraagd zijn afbeelding te laten maken met de witte en de rode straal, met de tekst onderaan om te bidden: “Jezus, ik vertrouw op U”.

Dit vertrouwen en het luisteren, naar God en naar elkaar, zussen en broers, wensen we jullie allemaal, en zeker doorheen de vasten, naar Pasen toe!

Alain

PS. De Amerikaan Paul Zak, toont in zijn boek “The moral molecule” aan dat het geven van vertrouwen een opstoot van het gelukshormoon oxytocine veroorzaakt in je lichaam. Daardoor voel je je zo goed, dat je ook goed gaat presteren. Geloof en rede gaan wel samen! (De Standaard 24 jan.)

Advertenties

De huwelijksrelatie – Liturgie van de liefde (begin hoofdstuk 8)

BLIJDE EN DROEVE MYSTERIES

 

Zoals in de rozenkrans maken we in het huwelijksleven zowel blijde als droeve mysteries door. Vreugde en kruis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden  doorheen  gebeurtenissen in het leven.: Zoals bijvoorbeeld bij een zwangerschap waar het geluk bij het verwachten van een kind ook gepaard gaat met perioden van vermoeidheid en waarbij het levensritme van de moeder en van het koppel grondig verstoord wordt. Zo is het ook tijdens de eerste weken na de geboorte waar de verwondering over dat kleine nieuwe leven en het gevoel van uitputting door korte nachten elkaar afwisselen…  Doorheen heel  de opvoedingstijd  van de kinderen, zijn ouders  regelmatig in alle staten, of in meer religieuze termen uitgedrukt ,  gaan ze doorheen alle mysteries van de Rozenkrans!

Het leven als christen, in navolging van de Meester, geeft zin aan het lijden en aan de momenten van geluk. Zonder verwijzing naar de beloften van gelukzaligheid in het eeuwig leven, is het aardse leven door Christus beloofd, tezelfdertijd “vreugde” en “kruis”. Het is dezelfde Christus die ons de vreugde belooft:

“Dit zeg Ik U, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden.” (Joh 15, 11)

 

… en het kruis:

 

“Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.” (Mark. 8, 34)

 

We zouden het ene graag zonder het andere hebben, maar hier op aarde is dat niet mogelijk: ”Geen zondag zonder vrijdag”.

Deze contrasterende aspecten worden teruggevonden in de theologische reflectie van de Kerk over de Eucharistie.

Drie woorden komen het vaakst terug om dit sacrament te benoemen: “bruiloftsmaal”, “waarlijke aanwezigheid” en “heilig offer”. Naargelang het tijdperk, de culturen of de theologische stromingen, benadrukt men meer de ene of de andere dimensie.

Kunnen we stellen dat deze drie woorden om het sacrament te benoemen eveneens   bruikbaar zijn wanneer we spreken over de huwelijksrelatie?

1.      Bruiloftsmaal

In de Bijbelse symboliek heeft de maaltijd verschillende functies:

  • Hij brengt eenheid, hij verzamelt. Twee mensen of twee groepen die een akkoord sluiten, bezegelen  hun verbond door een gezamenlijke maaltijd: “Hierop richtte Isaac voor hen een feestmaal aan en zij aten en dronken.” (Gen. 26, 30); en “Toen slachtte Jacob op de berg een offerdier en nodigde zijn verwanten bij de maaltijd uit. Na de maaltijd bleven ze op de berg overnachten.” (Gen. 31, 54)
  • Hij geeft kracht (het voedsel);
  • Hij geeft vreugde (de wijn).

 

Het is tijdens een maaltijd dat Jezus de Eucharistie instelt. De eerste christenen, samen met de H. Paulus, spreken van “de maaltijd van de Heer” (1 Kor. 11, 33)

De symboliek van de liturgie brengt dit aspect tot zijn recht: men spreekt trouwens van “de tafel van het Woord” en van de “tafel van de Eucharistie”. Talrijke liturgische vieringen, sinds het tweede Vaticaans concilie, benadrukken deze feestelijke, broederlijke, samen horige dimensie.

Het feest van de liefdesrelatie in deze symboliek wordt in het Hooglied van de Liefde vaak uitgedrukt: men eet er en men drinkt er!

 

“Ik eet er mijn honingraat,

Ik drink er mijn wijn en mijn melk.

Eet vrienden, en drink,

En word dronken van liefde!” (Hoogl. 5, 1)

 

Deze symboliek is natuurlijk heel passend om belangrijke dimensies binnen de seksuele relatie  weer te geven , die verenigen, verheugen en kracht geven aan de echtelijke liefde.

 

2.      De gave van de reële aanwezigheid

Een ander perspectief brengt de originaliteit van de gave Gods meer tot zijn recht in dat sacrament waar God aanwezig wordt op een unieke wijze.

Jazeker, de Heer openbaart zich aan de mens op velerlei wijzen:

  • Door zijn aanwezigheid in de Schepping (het Boek van de Natuur – Psalm 19a, Rom. 1, 19-20);
  • Door zijn aanwezigheid in het Woord van God (het Boek van de heilige Schriften – Psalm 19b en 2 Tim. 3, 16);
  • Door zijn aanwezigheid bij zijn volk (de Kerk, “sacrament van Christus” – Mt. 28, 20);
  • Door zijn aanwezigheid in de naaste (het “sacrament van de arme” – Mt 25, 40);

Maar de aanwezigheid van Christus in de geconsacreerde hostie is van een andere orde. Hij is daar werkelijk, “met zijn Lichaam, zijn Bloed, zijn ziel, zijn menselijkheid, zijn goddelijkheid…” Sommige recentere devoties in de geschiedenis van de Kerk (processies van Sacramentsdag, eucharistische aanbidding, internationale eucharistische samenkomsten) herwaarderen dit geloofsgegeven: God is daar op een unieke wijze in de geconsacreerde hostie.

Het leergezag van de Kerk, ook al moedigt ze deze spiritualiteitsbewegingen aan, herinnert dat het belangrijk is deze praktijken te koppelen aan de misvieringen om de Goddelijke Aanwezigheid in het Heilig Sacrament niet te gewoon te maken. Volgens de H. Thomas van Aquino, moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de objectieve aanwezigheid van de Heer in het sacrament enerzijds en het individueel besef van de christen anderzijds, die deze aanwezigheid in zichzelf min of meer “voelt”, naargelang zijn psychologische en geestelijke toestand (in staat van genade of niet).

Wanneer het met de juiste ingesteldheid beleefd wordt, dan is de eucharistische maaltijd de plaats van intimiteit tussen God en de mens: het woord van Jezus wordt vervuld: “Blijf in Mij, zoals Ik in U” (Joh. 15, 4). De term communie slaat dan niet meer op het nuttigen van de geconsacreerde hostie, maar op het onthalen van de goddelijke aanwezigheid in zichzelf. God bewoont de ziel en maakt er zijn heiligdom van; de ziel wordt ondergedompeld, geborgen in God.

Met schroom en met de nodige voorzichtigheid die de benadering van zo’n groot mysterie vraagt, mogen we de analogie maken met de huwelijksrelatie.

Op voorgaande bladzijden lazen we op diverse plaatsen, het koppel dat bemint, kan deze liefde op velerlei wijzen openbaren: de blik, het gebaar, het woord, de onderlinge dienst, enz. De liefhebbende aanwezigheid van de partner wordt op vele manieren gegeven. Maar de gave van zichzelf in de seksuele daad is uniek en van een totaal andere orde, niet te vergelijken. Het is juist daarom voorbehouden aan het gehuwde koppel. Ook al wordt deze boodschap deze dagen niet zo goed begrepen, dan nog heeft de Kerk gelijk wanneer  ze de echtelijke liefde verdedigt  door de culturele banalisering  van de seksuele relaties  niet te volgen. Zoals gezien in hoofdstuk I, zegt het verband tussen het afgesloten verbond en het geconsumeerde verbond ons alles  over het unieke karakter van deze gaven van de lichamen. De genade van het huwelijkssacrament wordt vernieuwd in de echtgenoten die zich naar ziel en lichaam verenigen.

Deze perceptie wordt bevestigd door de ervaring zelf van de koppels. De seksuele relatie – die uiteraard niet alleen fysisch is – is de plaats van het terugvinden, het is de “afspraaktent” van het koppel. De geestelijke, psychologische, fysische verwijdering die ervaren wordt vanwege onbegrip of zelfs gewoon door de afstand veroorzaakt door verschillende persoonlijke activiteiten, verdwijnt als het ware door de echtelijke relatie. Man en vrouw stellen dan spontaan vast dat  ze  “elkaar terug vinden” terwijl zoveel centrifugale krachten de communie kunnen uiteenhalen.

Deze opmerking sleept gevolgen met zich mee die men niet vermoedt. Voor de grootsheid van het mysterie van de Eucharistie, spoort de H. Paulus de Corinthiërs  sterk aan ze niet zo maar te beleven (1 Kor. 11, 20-22)!

 

“Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of van de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en het bloed van de Heer.”  (1 Kor. 11, 27)

 

De pastorale gevolgtrekking die zich opdringt is: men moet zichzelf onderzoeken, dit wil zeggen onderscheiden of wat we gaan beleven conform is aan Gods verlangen: “We moeten onszelf onderzoeken.”  (1Kor. 11, 28)

Zonder toe te geven aan gevoelens van angst of veroordeling, mogen we stellen dat, op een analoge wijze , de grootheid en de waardigheid van de menselijke seksualiteit een aantal onvermijdelijke voorwaarden voor het koppel met zich meebrengt.

Een seksuele relatie die “onwaardig” beleefd wordt, kan de zegening omkeren in “vervloeking” en hetgeen een versteviging van het koppel had moeten betekenen omvormen tot een hindernis voor de echtelijke eenheid.

Deze waardigheid van de huwelijksliefde in al zijn dimensies wordt door de H. Paulus benadrukt: “Dit geheim [van het christelijk huwelijk] heeft een diepe zin; ik voor mij betrek het op Christus en de  kerk.” (Ef. 5, 32)