Auteursarchief: araick

Samen op Weg – Mei 2018

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Het gebeurt niet elk jaar dat het mei-nummer van Samen op weg verschijnt in de week van Pinksteren. Daarom wil ik het hier hebben over Pinksteren, over de H. Geest.

God is Liefde, God houdt van ons, maar voor ons is het moeilijk Iemand te beminnen die we niet zien, een grote God dan nog van wie de mensen eigenlijk bang waren, en zelfs kinderen offerden om die God gunstig te stemmen. God heeft dan, vanaf Abraham doorheen het oude testament de mensen geleerd dat Hij een Vader is, die zielsveel van Zijn kinderen houdt.

Het bleef moeilijk te geloven, en daarom is God zelf mens geworden in Jezus Christus. Deze Jezus konden we zien, horen, aanraken. Maar toch konden zijn tijdgenoten Hem niet geloven, en ze hebben Hem gekruisigd als een godslasteraar, of omdat Hij de machtigen in de weg liep.

Jezus besteedde heel zijn leven aan het tonen van de Vader, (“Wie Mij ziet, ziet de Vader, Philippus.”) en aan het tonen van de Liefde van God voor de mensen. Maar nog kunnen zijn medemensen, zelfs Zijn leerlingen het niet begrijpen. Daar was een Helper voor nodig.

Blijkbaar hebben niet alleen de apostelen, de leerlingen de H. Geest nodig om God te begrijpen, maar wij allemaal. Zonder Jezus kunnen wij niets, zonder de H. Geest begrijpen wij niets.

Na Zijn lijden, dood en verrijzenis verlangde Jezus vooral om terug naar de Vader te gaan, om de H. Geest te kunnen zenden. Dat is een eerste maal gebeurd met Pinksteren, en met volle kracht, maar, zussen en broers, dit stopt niet, wij hebben die H. Geest elke dag nodig, wat zeg ik, elk uur, elk moment van ons leven.

Door ons Doopsel hebben we de H. Geest ontvangen, zijn we tempels van de H. Geest geworden, Hij woont in ons hart. Door het Vormsel zijn we daar bewuster van geworden, het is onze keuze als persoon geworden, maar we mogen zijn kamertje in ons niet op slot zetten, en onze eigen wil voorrang geven.

In het oude testament werkte de H. Geest ook al, vanaf de schepping zelfs, en doorheen de profeten. Maar dat was eens bij die profeet, dan weer een andere, en een korte tijd. Maar nu schenkt Jezus Zijn Geest aan iedereen, en dat 7/7 24/24! Als God iets schenkt, is het altijd in overvloed. Maar wij kunnen ongelooflijk spaarzaam zijn en het kraantje openen als het ons past, en liefst niet te lang.

Zussen en broers, als er één kraan is die je mag laten open staan, dat is het die bron van Levend Water, die dan ook in jou zal opborrelen als een bron van leven voor de anderen rondom u.

Open je hart, open je oren voor de H. Geest. Hoe doe je dat? Wel door regelmatig, dagelijks een tijd van stilte te nemen, stil te staan letterlijk. Die tijd van persoonlijk gebed, in een kamertje, of waar het stil kan zijn. Die regelmaat zal je afstemmen op God die in je diepste ik aanwezig is, en je zal begrijpen wat Hij je wil zeggen, toefluisteren, vragen. Door dit te oefenen, door standvastig te blijven, zal je Hem soms ook in volle actie horen spreken in je hart. Ingevingen zullen van Hem komen, en je zal het weten!

Zo krijg ik soms vragen van mensen om iets te doen, en spontaan denk of zeg ik dat ik het niet kan, dat ik geen tijd heb, en plots is daar die inwendige stem: “Weet je dat zeker? Zou je het niet doen?” En zussen en broers, als je dan luistert en doet wat Hij verlangt, dan komt er een vreugde in je hart, die blijvend is. En hoe meer je je er voor open stelt, hoe beter je Hem hoort, en hoe dieper je vreugde wordt, los van alle lijden en verdriet dat je door het leven kan ervaren.

Iemand getuigde eens dat hij op zijn schouder voelde kloppen, zachtjes, en hij hoorde de H. Geest hem zeggen: “Ik ben ook een persoon, Ik wil je vriend zijn.” Jezus is mijn vriend, dat hoor je wel vaker. Maar ook tot de H. Geest kan je spreken, en tot de Vader, want het is door de H. Geest in ons hart dat we “Abba, Vader” kunnen zeggen.

Ik eindig door Jezus zelf aan het woord te laten (dit weerlegt dat ik altijd het laatste woord moet hebben 😉 ):

Johannes 14, 15-17: Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de wereld niet ontvankelijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.

Johannes 14, 23: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.

 

Alain

Advertenties

Samen op Weg – februari 2018

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Vertrouwen!

Tussen Kerstdag en nieuwjaar mocht ik een onderricht geven aan een dertigtal jonge mensen, tieners en hun begeleiders op het Op & Top kamp in Ruiselede. Het thema: “Don’t worry”.

Omdat de H. Geest mij altijd helpt bij het schrijven van Samen op Weg, of als ik een onderricht mag geven, heb ik onmiddellijk “ja” gezegd, gemaild eigenlijk… En kijk, dit vertrouwen op de H. Geest had wel een heel onmiddellijk resultaat. Na mijn antwoord op de mail, ging ik mij scheren in de badkamer, en contempleerde de oude man in de spiegel, die het aan die jongeren eens mocht uitleggen! En zie, daar kwam de ingeving, ogenblikkelijk: het verhaal van Abraham en Isaak, het verhaal van een diep gefundeerd vertrouwen, een spannend verhaal ook. Ik heb de tieners meegenomen op die bewuste bergtocht, elk van hen als Isaak, ik als Abraham. Het verhaal werd voorgelezen door een van de medewerkers, en ze stopte, zoals gevraagd, op een aantal gevoelige momenten, waarbij de Isaak-tieners mochten opschrijven hoe ze zich voelden. Het is een boeiend avontuur geworden, maar tevens ontdekte ik ook enkele aspecten, die ik hier verder wil delen.

Abraham is onze leermeester in vertrouwen. In Genesis 12 lezen we het eerste contact tussen Abram en Jahwe: “Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u aan zal wijzen. Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat gij een zegen zult zijn. “ Let wel, Abraham was 65 jaar. Toch krijgt hij de opdracht weg te gaan, en naar waar? “Naar het land dat Ik u wijzen zal!” Wie van ons zou dit doen, zonder reisverzekering, GPS, GSM en dat soort dingen?

Toen hij 99 was kreeg hij een nog duidelijker belofte en verder in Gen. 18 krijgt hij drie mannen op bezoek, die na een gastvrij onthaal beloven dat Sarah binnen het jaar een zoon zal hebben.

Ook hier vertrouwt Abraham op iets dat menselijk gezien niet te geloven is! (En terwijl zijn vrouw het niet kan geloven: zij lacht!)

Maar het gebeurt. Isaak wordt geboren, groeit op, maar dan vraagt Jahweh aan Abraham, zijn zoon, de zoon van de gelofte, de zoon die hij liefheeft, te offeren. Jahweh is heel duidelijk, het gaat hier over Isaak, niet over Ismaël. Er kan geen misverstand zijn.

Abraham vertrouwt op de Heer, op Zijn gelofte van het nageslacht, en gaat op weg. Lees zelf het verhaal nog maar eens, het is best wel spannend, ook voor Isaak. Op het cruciale moment, als Abraham het mes heft, komt Jahweh tussen: “Abraham, Abraham!”

Wat zou er gebeurd zijn als Abraham niet naar God geluisterd, of Hem zelfs niet gehoord had, zoals wel eens bij ons gebeurt, hé! Of erger nog, aan God zegt: “Wacht eens even, ik ben bezig, dit ga ik nu eerst afwerken…” Gelukkig luistert Abraham, en ge ziet, het maakt het verschil tussen leven en dood. Dit mag je gerust als een tip zien voor je gebedstijd.

Jahweh was ook zo goed om niet te roepen: “Stop, Halt, …” maar wel Abraham bij zijn naam te roepen. Dat is ook een tip om in het gezin elk kind bij zijn naam te noemen, zeker ook als je iets wil vragen. Het is zo fijn om mijn naam te horen, het bouwt mijn identiteit op, ik besta! (De tieners beaamden dit helemaal)

De beloofde zegening, dat is in het begrip van Abraham, veel nakomelingen, letterlijk. Maar wij weten intussen, dat ook Jezus afstamt van Abraham, Isaac, Jacob, Juda, …, David, … Jozef. De zegening is vele keren groter dan wat de mens verstaat. Dat is de vrucht van het geloof, het vertrouwen van Abraham.

Meer nog: wat de mens niet moest doen, heeft God zelf gedaan: Hij heeft Zijn Zoon gevraagd mens te worden, aan ons gelijk, tot in de dood, de dood aan het kruis. De nieuwe Isaac, Jezus, is wel geofferd, met een volmondig JA aan de Vader, voor mij, voor jou. Hij heeft het kwade, de dood overwonnen, so, don’t worry, heb vertrouwen!

Dit vertrouwen is zo fundamenteel dat Jezus aan zuster Faustina heeft gevraagd zijn afbeelding te laten maken met de witte en de rode straal, met de tekst onderaan om te bidden: “Jezus, ik vertrouw op U”.

Dit vertrouwen en het luisteren, naar God en naar elkaar, zussen en broers, wensen we jullie allemaal, en zeker doorheen de vasten, naar Pasen toe!

Alain

PS. De Amerikaan Paul Zak, toont in zijn boek “The moral molecule” aan dat het geven van vertrouwen een opstoot van het gelukshormoon oxytocine veroorzaakt in je lichaam. Daardoor voel je je zo goed, dat je ook goed gaat presteren. Geloof en rede gaan wel samen! (De Standaard 24 jan.)

De huwelijksrelatie – Liturgie van de liefde (begin hoofdstuk 8)

BLIJDE EN DROEVE MYSTERIES

 

Zoals in de rozenkrans maken we in het huwelijksleven zowel blijde als droeve mysteries door. Vreugde en kruis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden  doorheen  gebeurtenissen in het leven.: Zoals bijvoorbeeld bij een zwangerschap waar het geluk bij het verwachten van een kind ook gepaard gaat met perioden van vermoeidheid en waarbij het levensritme van de moeder en van het koppel grondig verstoord wordt. Zo is het ook tijdens de eerste weken na de geboorte waar de verwondering over dat kleine nieuwe leven en het gevoel van uitputting door korte nachten elkaar afwisselen…  Doorheen heel  de opvoedingstijd  van de kinderen, zijn ouders  regelmatig in alle staten, of in meer religieuze termen uitgedrukt ,  gaan ze doorheen alle mysteries van de Rozenkrans!

Het leven als christen, in navolging van de Meester, geeft zin aan het lijden en aan de momenten van geluk. Zonder verwijzing naar de beloften van gelukzaligheid in het eeuwig leven, is het aardse leven door Christus beloofd, tezelfdertijd “vreugde” en “kruis”. Het is dezelfde Christus die ons de vreugde belooft:

“Dit zeg Ik U, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden.” (Joh 15, 11)

 

… en het kruis:

 

“Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.” (Mark. 8, 34)

 

We zouden het ene graag zonder het andere hebben, maar hier op aarde is dat niet mogelijk: ”Geen zondag zonder vrijdag”.

Deze contrasterende aspecten worden teruggevonden in de theologische reflectie van de Kerk over de Eucharistie.

Drie woorden komen het vaakst terug om dit sacrament te benoemen: “bruiloftsmaal”, “waarlijke aanwezigheid” en “heilig offer”. Naargelang het tijdperk, de culturen of de theologische stromingen, benadrukt men meer de ene of de andere dimensie.

Kunnen we stellen dat deze drie woorden om het sacrament te benoemen eveneens   bruikbaar zijn wanneer we spreken over de huwelijksrelatie?

1.      Bruiloftsmaal

In de Bijbelse symboliek heeft de maaltijd verschillende functies:

  • Hij brengt eenheid, hij verzamelt. Twee mensen of twee groepen die een akkoord sluiten, bezegelen  hun verbond door een gezamenlijke maaltijd: “Hierop richtte Isaac voor hen een feestmaal aan en zij aten en dronken.” (Gen. 26, 30); en “Toen slachtte Jacob op de berg een offerdier en nodigde zijn verwanten bij de maaltijd uit. Na de maaltijd bleven ze op de berg overnachten.” (Gen. 31, 54)
  • Hij geeft kracht (het voedsel);
  • Hij geeft vreugde (de wijn).

 

Het is tijdens een maaltijd dat Jezus de Eucharistie instelt. De eerste christenen, samen met de H. Paulus, spreken van “de maaltijd van de Heer” (1 Kor. 11, 33)

De symboliek van de liturgie brengt dit aspect tot zijn recht: men spreekt trouwens van “de tafel van het Woord” en van de “tafel van de Eucharistie”. Talrijke liturgische vieringen, sinds het tweede Vaticaans concilie, benadrukken deze feestelijke, broederlijke, samen horige dimensie.

Het feest van de liefdesrelatie in deze symboliek wordt in het Hooglied van de Liefde vaak uitgedrukt: men eet er en men drinkt er!

 

“Ik eet er mijn honingraat,

Ik drink er mijn wijn en mijn melk.

Eet vrienden, en drink,

En word dronken van liefde!” (Hoogl. 5, 1)

 

Deze symboliek is natuurlijk heel passend om belangrijke dimensies binnen de seksuele relatie  weer te geven , die verenigen, verheugen en kracht geven aan de echtelijke liefde.

 

2.      De gave van de reële aanwezigheid

Een ander perspectief brengt de originaliteit van de gave Gods meer tot zijn recht in dat sacrament waar God aanwezig wordt op een unieke wijze.

Jazeker, de Heer openbaart zich aan de mens op velerlei wijzen:

  • Door zijn aanwezigheid in de Schepping (het Boek van de Natuur – Psalm 19a, Rom. 1, 19-20);
  • Door zijn aanwezigheid in het Woord van God (het Boek van de heilige Schriften – Psalm 19b en 2 Tim. 3, 16);
  • Door zijn aanwezigheid bij zijn volk (de Kerk, “sacrament van Christus” – Mt. 28, 20);
  • Door zijn aanwezigheid in de naaste (het “sacrament van de arme” – Mt 25, 40);

Maar de aanwezigheid van Christus in de geconsacreerde hostie is van een andere orde. Hij is daar werkelijk, “met zijn Lichaam, zijn Bloed, zijn ziel, zijn menselijkheid, zijn goddelijkheid…” Sommige recentere devoties in de geschiedenis van de Kerk (processies van Sacramentsdag, eucharistische aanbidding, internationale eucharistische samenkomsten) herwaarderen dit geloofsgegeven: God is daar op een unieke wijze in de geconsacreerde hostie.

Het leergezag van de Kerk, ook al moedigt ze deze spiritualiteitsbewegingen aan, herinnert dat het belangrijk is deze praktijken te koppelen aan de misvieringen om de Goddelijke Aanwezigheid in het Heilig Sacrament niet te gewoon te maken. Volgens de H. Thomas van Aquino, moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de objectieve aanwezigheid van de Heer in het sacrament enerzijds en het individueel besef van de christen anderzijds, die deze aanwezigheid in zichzelf min of meer “voelt”, naargelang zijn psychologische en geestelijke toestand (in staat van genade of niet).

Wanneer het met de juiste ingesteldheid beleefd wordt, dan is de eucharistische maaltijd de plaats van intimiteit tussen God en de mens: het woord van Jezus wordt vervuld: “Blijf in Mij, zoals Ik in U” (Joh. 15, 4). De term communie slaat dan niet meer op het nuttigen van de geconsacreerde hostie, maar op het onthalen van de goddelijke aanwezigheid in zichzelf. God bewoont de ziel en maakt er zijn heiligdom van; de ziel wordt ondergedompeld, geborgen in God.

Met schroom en met de nodige voorzichtigheid die de benadering van zo’n groot mysterie vraagt, mogen we de analogie maken met de huwelijksrelatie.

Op voorgaande bladzijden lazen we op diverse plaatsen, het koppel dat bemint, kan deze liefde op velerlei wijzen openbaren: de blik, het gebaar, het woord, de onderlinge dienst, enz. De liefhebbende aanwezigheid van de partner wordt op vele manieren gegeven. Maar de gave van zichzelf in de seksuele daad is uniek en van een totaal andere orde, niet te vergelijken. Het is juist daarom voorbehouden aan het gehuwde koppel. Ook al wordt deze boodschap deze dagen niet zo goed begrepen, dan nog heeft de Kerk gelijk wanneer  ze de echtelijke liefde verdedigt  door de culturele banalisering  van de seksuele relaties  niet te volgen. Zoals gezien in hoofdstuk I, zegt het verband tussen het afgesloten verbond en het geconsumeerde verbond ons alles  over het unieke karakter van deze gaven van de lichamen. De genade van het huwelijkssacrament wordt vernieuwd in de echtgenoten die zich naar ziel en lichaam verenigen.

Deze perceptie wordt bevestigd door de ervaring zelf van de koppels. De seksuele relatie – die uiteraard niet alleen fysisch is – is de plaats van het terugvinden, het is de “afspraaktent” van het koppel. De geestelijke, psychologische, fysische verwijdering die ervaren wordt vanwege onbegrip of zelfs gewoon door de afstand veroorzaakt door verschillende persoonlijke activiteiten, verdwijnt als het ware door de echtelijke relatie. Man en vrouw stellen dan spontaan vast dat  ze  “elkaar terug vinden” terwijl zoveel centrifugale krachten de communie kunnen uiteenhalen.

Deze opmerking sleept gevolgen met zich mee die men niet vermoedt. Voor de grootsheid van het mysterie van de Eucharistie, spoort de H. Paulus de Corinthiërs  sterk aan ze niet zo maar te beleven (1 Kor. 11, 20-22)!

 

“Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of van de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en het bloed van de Heer.”  (1 Kor. 11, 27)

 

De pastorale gevolgtrekking die zich opdringt is: men moet zichzelf onderzoeken, dit wil zeggen onderscheiden of wat we gaan beleven conform is aan Gods verlangen: “We moeten onszelf onderzoeken.”  (1Kor. 11, 28)

Zonder toe te geven aan gevoelens van angst of veroordeling, mogen we stellen dat, op een analoge wijze , de grootheid en de waardigheid van de menselijke seksualiteit een aantal onvermijdelijke voorwaarden voor het koppel met zich meebrengt.

Een seksuele relatie die “onwaardig” beleefd wordt, kan de zegening omkeren in “vervloeking” en hetgeen een versteviging van het koppel had moeten betekenen omvormen tot een hindernis voor de echtelijke eenheid.

Deze waardigheid van de huwelijksliefde in al zijn dimensies wordt door de H. Paulus benadrukt: “Dit geheim [van het christelijk huwelijk] heeft een diepe zin; ik voor mij betrek het op Christus en de  kerk.” (Ef. 5, 32)

De huwelijksrelatie – Liturgie van de liefde (vervolg hoofdstuk 7)

4.      De Zending

De misviering eindigt met de zending. In de apostolische brief Dies Domini over de heiliging van de zondag, benadrukt Johannes Paulus II de band tussen de mis en de zending (missie):

“Bij het ontvangen van het Levensbrood, bereiden de leerlingen zich voor om, met de kracht van de Verrezene en van Zijn Geest, de taken op te nemen die hen wachten in het dagelijkse leven. Inderdaad, voor de gelovige die de betekenis vat van wat hij volbracht heeft, zal de eucharistische viering niet haar volle zin putten uit wat in het heiligdom gebeurde.  […] In die geest moeten het gebed na de communie en het afsluiten – de zegening en de wegzending van de gelovigen – herontdekt worden en beter tot hun recht komen, opdat de deelnemers aan de Eucharistieviering dieper de verantwoordelijkheid zouden aanvoelen die hun toevertrouwd is. Na de wegzending van het volk, keert de leerling van Jezus in zijn gewoon milieu met de plicht om van heel zijn leven een gave te maken, een geestelijke offergave, aangenaam voor God (Rom. 12, 1)” (Dies Domini, 45, 1998).

 

Zo gaat het ook voor de echtelijke relatie.

Elk van de echtgenoten heeft in de liefdevolle eenheid een kracht ontvangen, verbonden aan het huwelijkssacrament, om zijn plichten van staat te vervullen. De activiteiten worden met hernieuwde kracht hernomen om in dienst te staan van de anderen.

De diensten zijn veelvuldig: dienst aan de partner, aan de kinderen, aan de maatschappij (professionele engagementen, verenigingen, politiek), aan de Kerk (parochie, beweging,…).

 

5.      Dienst aan de anderen

  • Wederzijdse dienst ad intra

Dient elkaar door de liefde.” (Gal 5, 13)

 

De koppels weten het uit ervaring. Na een tijd van echtelijke intimiteit, voelen de echtgenoten zich beter in staat om elkaar spontaan  een dienst te bewijzen. De echtgenoot die al dagen tegensputtert om een piepend luik te herstellen, doet het zonder morren, beter nog: al fluitend. De echtgenote die er een immens probleem van maakte om een plaats te ruimen, gaat in de aanval met de onversaagdheid van de H. Jeanne d’Arc van Orléans. Als de kleine diensten een bijzondere manier zijn om elkaar liefde te betuigen, dan is de seksuele relatie daar de krachtige motor van.

Als het hart vervuld is, loopt het over en kan teruggeven. De zending van het koppel zal concreet worden in deze zelfgave aan de anderen en aan de dienstbaarheid. De partner en de kinderen zijn daar de gelukkige begunstigden van.

 

  • Dienst aan de maatschappij ad extra

“Wanted… christenen gezocht die zich sociaal engageren.” De dienstbaarheid van de echtgenoten is niet alleen “ad intra” gericht, binnen het gezin; Hij is vooral bedoeld om op een veel bredere manier uit te stralen in het leefmilieu: “ad extra”. Het is een belangrijke inzet voor de waarachtigheid van de christelijke getuigenis. Dezer dagen maken we de opgang mee van het individualisme; het “ieder voor zich” wordt voorgesteld als gedragscode. Een cultuur die het egocentrisme zaait, oogst het verlies van aandacht voor het algemeen welzijn. Men begrijpt waarom politieke partijen, vakbonden, verenigingen en jeugdbewegingen moeite hebben om hun militante leden te vervangen. Zoveel mensen gedragen zich als verbruikers van activiteiten, waarbij ze de verschillende organisaties van de maatschappij reduceren tot dienstverleningen. De bekoring is voor velen groot om zich af te keren van de problemen in de maatschappij en zich terug te plooien op het privé leven alleen.

In die context wordt het koppel gezien als een “toevluchtsoord”. Het risico bestaat erin over te investeren in de affectieve, relationele en seksuele domeinen en van de geliefde te eisen op zijn eentje het geluk aan de andere te bezorgen. Als dan zonder mankeren de tijd komt van ontgoochelingen en onvoldaanheden, wordt de frustratie niet verdragen en de fusionele liefdesrelatie mondt uit op een breuk.

Het christelijk koppel is niet geroepen om teruggeplooid in een zacht affectief cocon te leven. Zijn echtelijke liefde nodigt uit om “het gezinsbouwwerk” te bouwen, en breder nog om deel te nemen aan de bouw van “het huis van de maatschappij”.

Volgens de formule van Saint-Exupéry: “Beminnen, dat is in dezelfde richting kijken”.

De gehuwde leken worden door God en de Kerk uitgenodigd hun echtelijke en familiale liefde uit te stralen in hun leefwereld. Aan hen om te onderscheiden, volgens hun gaven en hun beschikbaarheid, welke de plaatsen zijn van hun inzet in dienst van de anderen. Door zo te handelen, beantwoorden ze hun koninklijke roeping van gedoopte in Christus: voor de leerlingen, als voor de Meester, regeren, is dienen (Mark. 10, 42-43)

Johannes Paulus II heeft aan de koppels deze “zendingsbrief” herinnerd op een nogal intense manier:

“Het is ook voor de echtgenoten en de christelijke ouders, in het domein van de wereldse en tijdelijke realiteiten, die hun bestaan kenmerken, dat de woorden van het Concilie van toepassing zijn: “Zo wijden de leken de wereld zelf toe aan God, door Hem in de heiligheid van hun leven, in alles te aanbidden.” (N° 56, Exhortatie voor het gezin)

 

De heel mooie huwelijkszegening in de katholieke huwelijksliturgie, door de priester over de echtgenoten uitgesproken, resumeert gevat de zending van het koppel “ad intra en ad extra”.

God, door wie man en vrouw zijn verenigd,

En die aan deze eenheid,

Ingesteld van bij het begin,

De enige zegening die niet werd weggeveegd,

Noch door de straf na de erfzonde,

Noch door de veroordeling van de zondvloed;

Kijk naar deze bruid

Die voor haarzelf alle goeds vraagt

Van uw zegening:

Dat zij enkel vrede en tederheid weze;

Dat ze zich gedrage

Als de heilige vrouwen uit de Schriften;

Dat haar bruidegom haar al zijn vertrouwen geeft,

Door te erkennen dat zij hem gelijkwaardig is,

En dat ze met hem de genade van het leven erft,

Dat hij haar eerbiedige en altijd liefheeft

Zoals Christus zijn Kerk heeft liefgehad.

Heer, wij bidden u,

Geef aan deze nieuwe echtgenoten

Stevig te zijn in hun geloof

En uw geboden ter harte te nemen;

Dat ze elkaar trouw blijven

En dat hun leven schoon zij in de ogen van allen;

Dat de kracht van het Evangelie hen sterk make

En dat ze onder de mensen

Ware getuigen wezen van Christus.

Moge hun verbond vruchtbaar zijn,

Dat ze zich gedragen als rechtvaardige en goede ouders,

En dat ze beiden de vreugde mogen beleven

De kinderen van hun kinderen te zien.

En dan, na een gelukkig leven,

Dat ze komen tot het geluk van de heiligen in het Rijk der Hemelen.

Door Jezus, de Christus, onze Heer. Amen

 

Huwelijkszegening n° 2,    Ritueel voor de huwelijksviering,

 

 

 

De Huwelijksrelatie – liturgie van de liefde

Hoofdstuk VII

 

DE ZENDING

God is goed!                     We willen het uitroepen!                       Cool!

 

1.      Tijd van feest en gewone tijd

“Er is een tijd voor alles en een tijd voor alle dingen onder de zon.”

(Jezus Sirach 3, 1)

 

De officiële en  openbare gebedsmomenten van de Kerk verlopen niet uniform. Ze worden, met andere woorden, niet steeds op dezelfde wijze ingevuld en beleefd. . Er is “de tijd door het jaar”, wat we kunnen omschrijven als een gewone tijd, en “de grote liturgische tijden” zoals de cyclus van advent en Kerstmis, de vastenperiode  en Pasen.

De kerk maakt ook  een verschil in uitwerking  en invulling van de  vieringen; hetzelfde mysterie wordt gevierd, maar ze onderscheidt de “gewone” missen, de “gedachtemissen”, de “feesten” en uiteindelijk de “Plechtigheden”. De christenen onthalen vreugdevol de bijzondere genaden van wat men vroeger “hoogmissen”, noemde. Deze vieringen zijn uitgebreider en heel plechtig. De liturgie wordt dan zorgvuldig voorbereid en prachtig gevierd. De schoonheid en de waardigheid van deze diensten kunnen heel lang in het geheugen gegrift blijven.

Maar het volk van God leeft meestal van de genaden van de “kleine missen” in de week. Daar geeft de Heer zich doorheen de eenvoud en zelfs de armoede van de middelen: enkele parochianen verzameld in een gebedsruimte voor een “gelezen mis” van ongeveer een dertigtal minuten. Wanneer er enkel pontificale missen gecelebreerd werden zouden we  dat na  verloop van tijd als eentonig gaan ervaren. Als er enkel weekmissen zouden zijn, zouden we op liturgisch vlak een gemis ervaren.

Wat evenwicht  gaat geven aan het liturgisch en sacramenteel leven, is juist de afwisseling en de diversiteit van de vieringen. Het belangrijkste is niet de uiterlijke vorm, maar wel wat gegeven wordt voorbij het uiterlijke.

Ook het echtpaar kent die momenten van “plechtigheid” in de liefdesrelatie. Momenten waar ziel en lichaam zich konden voorbereiden en de tijd nemen om hun liefde te vieren. Een feestelijk weerzien na een periode van scheiding, intens beleefde momenten met zijn tweetjes, wanneer de kinderen op vakantie zijn… Feest van een goed beleefde seksuele relatie na een ontspannende avond op restaurant of in de bioskoop … Feest van een blijde relatie vanwege goed nieuws, van een promotie  op het werk of een eindelijk verhoord gebed…

Er zijn buitengewone liturgische vieringen, zoals groepen die de mis vieren in de woestijn in Israël of in een berglandschap.

Er zijn liefdesrelaties, waar op een “zot moment” het koppel zich verenigt in een sprookjesachtig decor aan zee of in de natuur…

Maar vergeten we vooral niet dat de leidraad van het liturgisch jaar, de tijd door het jaar is! Het koppel is geroepen om elkaar lief te hebben in de gewone tijd en in het eenvoudig gebeuren van elke dag. Het belangrijkste is niet om, volgens de heersende trends die de media  ons zo graag voorspiegelen, “een grote emotie” te beleven, maar eerder zich te herbronnen doorheen eenvoudige gebaren van tederheid die het echtelijke verbond voeden.

Soms is er zowel voor gebed als voor de seksuele relatie niet zoveel  tijd beschikbaar. Op die momenten zou het niet goed zijn om als koppel te blijven aarzelen en te wachten tot de ideale gelegenheid zich aandient…

In extreme gevallen van overactiviteit, moet men niet aarzelen om “de noodprocedure” in te schakelen.

Dat kan intense dialogen geven: “Kom, snel, de kinderen blijven niet lang weg” of “Het is niet erg, wanneer we iets later aankomen bij oma”.

Andere plaatsen dan de slaapkamer kunnen getuige zijn van deze “expresrelaties”… dat kan soms een vleugje humor geven, zelfs wat avontuur, in het leven van het nochtans “deugdzaam” koppel!

Ook op het vlak van de seksualiteit, moet het koppel, zoals op zoveel andere vlakken, zich aanpassen aan het moment en de omstandigheden.

Het moet leven in de genade van de “variabele meetkunde” zoals sommigen het noemen, of nog “de dynamiek van het voorlopige”. De innerlijke vrijheid, de beschikbaarheid, de humor, en  soms zelfs een beetje verbeelding, is de beste houding om in deze huwelijksspiritualiteit van deze tijd te treden.

 

2.      De vreugde van het geven

 

“Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever.”  (2 Kor. 9, 7)

 

Deze aansporing  van de Apostel geldt niet alleen voor de omhaling! Ze zegt onze instelling van het hart om lief te hebben.

Er zijn droevige eucharistievieringen en vreugdevolle eucharistievieringen. De teksten zijn dezelfde, het mysterie is hetzelfde, maar de beleving kan verschillen naargelang de parochies of de groepen die vieren. Als de mis grijs is, vervelen de kinderen zich; ze doen lastig om er naartoe te gaan en stellen de gevreesde vraag: “Zijn we verplicht?”

Als de zondagsviering mooi is, levendig, vreugdevol is, als ze er hun vrienden terugzien, dan zijn ze blij om te gaan…

Eucharistie betekent “dankzegging”. Het is een ontmoeting met de Liefde, die in vreugde wordt beleefd. Er is de uitbundige vreugde van jongerenvieringen en de rustige, zeer innerlijke vreugde van monniken die gregoriaans zingen.

De vreugde heeft vele vormen, verschillend naargelang de culturen of de gevoeligheden, maar ze is altijd aanwezig.

Zo is het ook voor de seksuele relaties. Hetzelfde mysterie wordt gevierd door alle koppels, maar met heel verschillende schakeringen. Sommige echtgenoten kunnen in de seksualiteit lijken op parochianen die naar de mis gaan omdat het moet of uit gewoonte. Ze doen hun plicht; het is niet enthousiasmerend maar het is te doen… Zoals het vervullen van de kiesplicht of het betalen van belastingen. Nochtans is het koppel geroepen om de seksuele relatie te beleven met de intentie om de echtelijke liefde te vieren, om deze liefdesontmoeting te beleven in de vreugde van de liefde die zich geeft, ontvangt en deelt.

De partner merkt de afwezigheid van vreugde in de wijze waarop de ander zich geeft  . Hij kan er door gekwetst worden en dan wordt het koppel op  het vlak van de liefde “gelovig, maar niet of weinig praktiserend …” Ongemerkt vormt er zich een gracht tussen de echtgenoten en als ze er niet over waken, wordt de gracht een afgrond.

Enkele auteurs gebruiken voor het liefdeshart het beeld van een reservoir, dat moet gevuld worden met tekenen van liefde vanwege degene die hem bemint. Als de echtgenoot en de echtgenote vervuld worden door tekenen van liefde vanwege de andere,  op affectief en seksueel vlak dan zullen ze zich ook ontplooien in alle andere domeinen van hun bestaan. Ze zullen vol energie zijn om hun dagelijkse verantwoordelijkheden op te nemen en ze vinden in de echtelijke eenheid de nodige krachten om beproevingen en moeilijkheden onder ogen te zien. Omdat ze veel liefde ontvangen, zullen ze zich ten volle kunnen geven in dienst van  anderen.

Wanneer ze zich daarentegen slecht bemind voelen, wanneer het reservoir van het hart opdroogt, worden ze gefrustreerd, bitter en lichtgeraakt.

 

3.      Taboes vermijden.

Ruzies en onenigheid  binnen  het koppel vinden vaak hun oorsprong in de affectieve en seksuele onvoldaanheid van de echtgenoten. Dikwijls wordt de moeilijkheid niet benoemd omdat we dit delicaat onderwerp niet durven aansnijden:

uit angst  de andere te beschuldigen,

 

of uit  schaamte om te moeten onderkennen dat onze tevredenheid ook “daarvan” afhangt, moeilijkheid om het misverstaan in deze te  benoemen.

Uit eigenliefde of uit schroom, laten we het probleem voor wat het is, zonder samen te zoeken naar een oplossing. We bedriegen onszelf  door te stellen dat “het nog zo erg niet is”, en dat “de rest goed gaat…

Het is vreemd te moeten vaststellen dat heel wat mensen die zonder schroom beroepsproblemen aanpakken, dezelfde coherentie niet meer hebben als het gaat over seksuele misverstanden binnen het koppel. In die niet geregelde situaties woekeren mechanismen  van projectie. Het slecht humeur keert zich tegen de partner, maar vanwege het “taboe” over de ware reden, wordt de ontevredenheid toegeschreven aan andere oorzaken: we vitten over de orde in het huis, de keuze van de vakantiebestemming of de relatie met de schoonfamilie… Het is echt niet op dat niveau dat er een oplossing zal gevonden worden.

 

 

Echtgenoten die de kwestie proberen aan te pakken door een eerlijk en open gesprek te voeren zullen een grote stap zetten in de groei van hun relatie.

Ook hierin geldt het woord van Jezus: “De Waarheid zal u vrijmaken.” (Joh. 8, 32)

Samen op Weg – november 2017

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Vrijheid! Daar wil ik het nu eens over hebben, na het lezen van 2 artikels in de krant.

Eerst is er de stelling van een politica met het woord “vrijheid” in haar partij, die stelt dat het huwelijksquotiënt moet worden afgeschaft, omdat het vrouwen weghoudt van de werkvloer. (Voor wie het niet kent, het huwelijksquotiënt laat gezinnen met één inkomen, of een laag tweede inkomen, toe een deel van het inkomen van de meerverdiener aan te geven aan de belastingen als inkomen van de andere). Ze werd door andere partijen snel teruggefloten, niet in het minst omdat vrouwen (en ook mannen!) die voor het gezin thuis blijven, alles behalve “niets” doen, maar gewoon (en onbetaald) niet buitenhuis werken. Vrijheid is voor mij in deze kunnen kiezen wie gedeeltelijk of helemaal of niet, thuisblijft voor de kinderen. Het huwelijksquotiënt is daar een aanzet voor.

Als er onder mijn lezers aan politiek doen, spreek haar aan a.u.b.!

Het tweede artikel is van de trotse moeder van Leonardo, een kindje met het syndroom van Down. Ik citeer enkele zinnen. “Er is een tweede deel aan het verhaal. Leonardo is gevoelig, intelligent, attent voor hoe wij ons voelen, vrolijk en ongelooflijk lief. Zijn wilskracht is voorbeeldig. In een maatschappij die altijd harder en complexer wordt, is hij een brok zachte eenvoud. […] Wij zien hoe zij de wereld ook mooier maken.” En verder: “Prenatale diagnose moet de mensen in staat stellen om te kiezen. Maar is de échte vrije keuze er nog wel? Als je vandaag een kind op de wereld zet dat het downsyndroom heeft, moet je je verdedigen.” De laatste zin is prachtig: “Als ik een van de laatste kinderen met down op de wereld gezet heb, ben ik blij dat er nog net niet genoeg druk was om het niet meer aan te durven”.

Het hele artikel is echt de moeite waard.

Ook Br. René Stockman wijdde een artikel over kinderen met Down (“Down goes further down.” Ook hij verwijst naar het artikel van de moeder van Leonardo. Beide artikels heb ik intussen op mijn blog geplaatst. (alain2015.wordpress.com)

 

In het boek Deuteronomium staat er ook iets over vrijheid, kiezen, leven en dood:

“Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek. Kies dan het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven”.

God laat ons vrij! Maar de keuze is zo belangrijk: het leven of de dood. Heel merkwaardig is dat een gemaakte keuze ons juist vrijer maakt. Paradoxaal misschien, maar eens de keuze gemaakt is, kunnen we vooruit, door alles in het werk te stellen om die keuze waar te maken. Als we niet kunnen kiezen, blijven we over en weer gaan tussen de twee mogelijkheden, en dat verlamt ons. Dat is zoals de ezel die honger en dorst heeft, maar zijn eten staat links, en het drinken wat verder, rechts. Hij kan niet beslissen waarmee te beginnen, en sterft uiteindelijk van ontbering.

Als we kiezen voor God, voor het leven, dan wordt het heel wat klaarder welke verdere keuzen we te maken hebben, en dat is juist de vrijheid van de kinderen Gods. Dat geeft energie, hoor. We hebben het jaren geleden mogen horen op de gezinsdag met Ria Grommen. Ik kan verwijzen naar het boek: “Moe van het moeten kiezen”? Op zoek naar een spiritualiteit van de zelfbeschikking: Over de mentale kies-pijn van de moderne mens. We leven in een tijd die enorme kansen en keuzes biedt: alles kan, alles mag. En toch zijn nooit eerder zoveel mensen depressief geweest.

Paus Franciscus zegt het volgende over zichzelf: “Ik ben vrij. Dat wil niet zeggen dat ik doe wat ik wil, neen. Maar ik voel mij niet opgesloten, in een kooi. In een kooi, hier in het Vaticaan, ja, maar niet spiritueel. Mij, er is niets dat mij bang maakt.” (vertaald uit: “Paus Franciscus, ontmoetingen met Dominique Wolton.”)

Kiezen is verliezen, maar wie kiest voor het leven, verliest dus de dood!

Paradoxaal genoeg is Jezus juist de andere weg opgegaan. Hij, het Leven zelf, is mens geworden, tot de dood op het kruis. Door Zijn verrijzenis heeft Hij de dood overwonnen, om ons het volle leven te geven. Wij mogen met Hem mee verrijzen. Dat kan ook nu al, door in donkere dagen op te kijken naar het kruis, en Hem te danken voor Zijn Liefde. Het is door het kruis dat Hij ons redt. Lof aan U, Heer Jezus!

Kies voor God, kies voor het leven, dan kunnen we met alle zussen en broers van Maria-Kefas u zeggen: “U hebt goed gekozen!”

Alain

 

Een brok zachte eenvoud

Onze zoon Leonardo is nu twee jaar. Hij heeft het syndroom van Down. Ik schrijf dit stukje met tegenzin, want ik wil onze zoon niet opvoeren om mijn punt te maken. Maar zolang hij niet voor zichzelf kan spreken, voel ik de verantwoordelijkheid het voor hem te doen.

Toen we ontdekten dat onze zoon down zou hebben, stortte onze wereld in. Ik weet niet of het anders kan, er is een rouwperiode waarin je afscheid neemt van alles wat je verwachtte van het leven, van dit ene kind. Tegelijkertijd werden we geconfronteerd met iets fundamenteels: wie zegt dat het volgende kind wél ons perfecte plaatje invult?

Iedereen is vrij een keuze te maken, maar net dat komt onder druk te staan. Want er is een tweede deel aan het verhaal. Leonardo is gevoelig, intelligent, attent voor hoe wij ons voelen, vrolijk en ongelooflijk lief. Hij zal wat later stappen en praten dan andere kinderen, maar zijn wilskracht om ergens te raken of te tonen wat hij wil, is voorbeeldig.

In een maatschappij die altijd harder en complexer wordt, is hij een brok zachte eenvoud. Door de omstandigheden ken ik ondertussen veel andere ouders met kinderen met down. Dat ik nooit iemand van hen hoorde zeggen dat ze hun kind liever niet gehad hadden, wat betekent dat? Dat wij collectief in een naïeve wereld gekatapulteerd werden vanaf de geboorte van onze kinderen? Of dat wij recht van spreken hebben, omdat we met onze kinderen samenleven en zien hoe zij de wereld ook mooier maken?

Vandaag hoor je zoveel mensen die de mond vol hebben van keuzevrijheid. Prenatale diagnose moet de mensen in staat stellen om te kiezen of ze bij slecht nieuws de zwangerschap voortzetten of niet. Maar is de échte vrije keuze er nog wel? Als je vandaag een kind op de wereld zet dat het downsyndroom heeft, moet je je verdedigen. Binnenkort is onze zoon misschien de laatste generatie met down (DS 2 november). En dat is jammer. Ik ben bang van een maatschappij waar er alleen nog een schijn van keuzevrijheid is. Waar de drang naar perfectie mensen die op papier voldeden, alsnog doet kraken. Hoe weerbaar zijn we nog als we alle defecten eruit filteren, voordat onze kinderen de kans krijgen om geboren te worden en zichzelf te bewijzen? Zijn de echte naïevelingen niet eerder de mensen die geloven dat de mens maakbaar is?

We hebben het vaak over sociale media die een ideaalbeeld ophangen van mensen die achter hun schermpjes niet altijd gelukkig zijn. Tegelijk maken we geen plaats voor wie ogenschijnlijk zwakker is. Als ik een van de laatste kinderen met down op de wereld gezet heb, ben ik blij dat er nog net niet genoeg druk was om het niet meer aan te durven.

Bron: De Standaard