Tagarchief: gezin

Samen op Weg mei 2020

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

 

Sedert vorig nummer is er heel wat gebeurd, of eigenlijk, niet meer gebeurd. Zelfs samen op weg mag niet zomaar, je moet afstand houden, en je gaat niet met gelijk wie op weg.

Tijdens de vasten was het relatief gemakkelijk: een aantal dingen niet mogen doen, je bezinnen, je onthouden, zoals de bewoners van Nineve in zak en as zitten. Maar Pasen, dat werd wat onwezenlijk: Alleluja, maar alleen, of met zijn tweetjes, of met het hele gezin, maar niet meer met de hele gemeenschap vreugdevol samen.

Er is licht aan het eind van de tunnel, wordt gezegd, maar deze tunnel blijkt wel heel wat langer dan eerst gedacht. En kijk, de woensdag na Pasen, lazen we het verhaal van de leerlingen van Emmaüs, en ik vond die situatie zo herkenbaar.

Wij zijn nu die leerlingen onderweg. We zijn alleen (of met twee…), we zien onze dierbaren niet (tenzij virtueel, maar dat is toch anders), misschien zijn er zieken of zelfs overledenen in onze dichte kring, het is een donkere tijd. Wel weten we dat Pasen gevierd is, dat de Heer is verrezen, maar het voelt zo niet? De leerlingen van Emmaüs hadden ook wel iets gehoord van de vrouwen, maar ja…

Toch is er goed nieuws. Het licht is niet aan het eind van de tunnel. Het licht van de wereld komt zelfs met ons meestappen, in de tunnel, maar we hebben tijd nodig om het te zien. “Zijt ge dan de enige  vreemdeling, dat ge niet weet wat er hier aan het gebeuren is?” “Wat dan?” “Hum, wel het virus, het staat in alle bladen, het komt uitgebreid in elke nieuwsuitzending…”

Wat Jezus nu zal antwoorden, dat zal voor elke leerling, volgeling, gelovige, christen, anders zijn, omdat Hij elk van ons heel goed kent. Ik kan het dus niet zeggen. Maar ik weet wel, dat Hij meegaat met ons, zoals met de leerlingen van Emmaüs, met onze twijfels, ons lijden, onze vragen. Hij kan ons troosten, ons heel geduldig onderrichten, en bij ons blijven als we het Hem vragen.

Jezus is het Woord van God, Hij is midden onder ons. Het Woord van God is te vinden in de bijbel, het is geen dode letter, het is God zelf die tot elk van ons spreekt in dit levend boek.

Het is nu zeker een uitgelezen (sorry, niet bedoeld als woordspeling!) tijd om na een kort gebed, een passage uit de Bijbel te lezen, en jezelf te plaatsen in de persoon die met Jezus in contact komt. Zeker in de lezingen na Pasen, is het Hij het die geduldig uitlegt hoe we tijdens het leven hier onze blik kunnen richten op het eeuwige leven, zonder het dagelijkse te ontvluchten. Zo gaf Hij het volk eerst brood en vis te eten, vooraleer Hij zei zelf het Brood uit te hemel te zijn.

“Wat moeten we doen?” vroegen de mensen. De wil van God doen, dat begint met te geloven dat Jezus Gods Zoon is.

Als we tijd nemen om te bidden, te spreken met Hem en te luisteren, dan weet ik dat Hij ons zal inspireren.

Blijven we even bij het beeld van het brood. Toen Jezus het volk zag, moe en hongerig, betrok hij zijn leerlingen om een oplossing te vinden, en dan het brood uit te delen. Philippus heeft niet gedacht: “Ik zal maar zwijgen over die jongen met zijn vijf broden en twee vissen, het heeft toch geen zin.” Neen, hij spreekt erover, zegt het aan de Heer, en Jezus doet hiermee het wonder, opnieuw met zijn leerlingen die het, in geloof, gaan uitdelen. Ook zo wil Jezus ons nu gebruiken om Zijn werk voort te zetten. Na het breken van het brood werd Hij door de leerlingen van Emmaüs herkend, en verdween Hij uit hun zicht. Vanaf dan gaan ze vol vreugde terug naar Jeruzalem, en ze geloven, en de anderen intussen ook. De Thomassen zoals ik hebben soms een duwtje meer nodig. Maar met het geloof zo groot als een mosterdzaadje kunnen we bergen verzetten.

Jezus is het Licht van de wereld, en wij zijn het zout der aarde, en kleine lichtjes, en we kunnen met Hem verbonden (de Wijnstok), het verschil maken.

Ik ben zo dankbaar te mogen zien hoe creatief de gewone mensen kunnen zijn in deze tijd. Ik denk aan het handgeklap om 20u, aan de balkonzangers, aan andere tekenen van dank voor degene die zich kunnen en mogen inzetten, niet zonder risico.

Bedrijven vinden procedures om duizenden mondmaskers in een container te ontsmetten, jongeren helpen mee met de voedselbank om pakketten aan huis te bezorgen, vrijwilligers van het Rode Kruis gaan helpen om zorgbehoevende personen bij te staan, …

Om nog eens bij het beeld van het brood te blijven, de vraag voor ons is: “Wat zijn mijn vijf broden, en mijn twee vissen?”

Ik ben er nog niet uit, maar ik vraag het de Heer elke dag. Hij gaat mee op deze weg, luister naar Hem!

Wij zijn deze maand mei op weg naar Pinksteren, en je mag dit letterlijk nemen, want Pinksteren valt op 31 mei! We kunnen ons deze maand voorbereiden op een nieuwe doorbraak van de H. Geest, over ons en over de wereld.

In onze moderne tijd willen we alles plannen, op voorhand weten, en waar we onzeker over zijn, dat proberen we te verzekeren. Ze verkopen ons levensverzekeringen, maar ook begrafenisverzekeringen, en annulatieverzekeringen… Ik las onlangs iets over de wet van Heisenberg, en het komt erop neer dat er maar één ding zeker is, dat is dat alles onzeker is!

Over de H. Geest zegt Jezus: “De H. Geest gaat waarheen Hij wil, maar niemand weet vanwaar Hij komt, en waarheen Hij gaat.” De zekerheid is dat de H. Geest ons wil brengen waar ons geluk ligt, naar het eeuwig leven, de onzekerheid is waar en hoe.

Voor de huidige crisis leefden we gemakkelijk in een bepaalde comfortzone, nu echter is veel onzeker, op persoonlijk vlak en voor de hele wereld. We zijn uit onze comfortzone getuimeld en misschien is het een gelegenheid om ons meer te laten leiden door de H. Geest. Hoe gebeurt dit? Wel, weeral, door de trouw aan je dagelijkse gebedstijd, dan kan Hij zaadjes van leven in je hart leggen, dan hoor je soms zijn stem in de stilte van het gebed. En je mag ook hulp vragen aan Maria, ze kent Hem heel goed, ze is Zijn bruid! Het is de meimaand, Mariamaand bij uitstek, dat komt zeker  goed!

Onder Zijn leiding zal er iets veranderen in ons leven, ten goede, dat durf ik beloven. En de H. Geest schenkt rust, troost, vrede, vreugde.

We leggen deze weg samen af, onder de hoede van Maria, als zussen en broers van elkaar, kinderen van de Vader, vrienden van Jezus, tempels van de H. Geest.

Alain

 

Samen op Weg februari 2020

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

 

Woorden.

Een woord. Het Woord.

Een goed woordje. Woorden gehad.

Valt het u op hoe hetzelfde woord verschillende ladingen dekt, door de schrijfwijze of door een tweede woord?

Wie gebruikt woorden? Wij mensen gebruiken woorden, vinden nieuwe woorden uit, spreken verschillende talen. Het onderscheidt ons van de dieren. Wij zijn geschapen naar het beeld van God, op God gelijkend. Dat uit zich ook in het spreken. Het duurt maar tot vers 3 in Genesis 1: “Toen sprak God.”

De mens mocht alle dieren een naam geven, maar een hulp die bij hem paste vond hij niet. Adam kon wel met God spreken, maar dat is een relatie tussen Schepper en schepsel. Beeld en gelijkenis van God wordt verduidelijkt door de woorden: “man en vrouw schiep Hij hen”. Het is pas in Gen. 2, 23, na de schepping van de vrouw, dat de mens, de man nu, voor het eerst spreekt! “Eindelijk, vlees van mijn vlees, been van mijn gebeente.” Dat is de Hebreeuwse manier om te zeggen: mijn gelijke, naar ziel en lichaam. Wat een boodschap!

De schepping kwam tot stand door het spreken van God, de relaties tussen mensen begonnen met het spreken van de mens: gejubel vanwege het vinden en ontmoeten van de andere.

Zoals in alles kan de mens woorden gebruiken zowel voor het goede als voor het slechte. We zien dat in het taalgebruik. Wil je een goed woordje voor me doen? Dat is een man van zijn woord. Zij hebben woorden gehad (goede?).

Met woorden kunnen we bemoedigen, opbouwen, veroordelen, breken. Erger nog, de waarheid kan geweld aangedaan worden, en dit is zo erg, dat het één van de tien (ver)(ge)boden is: Vlucht… de achterklap en ’t liegen.

Er is ook het begrip: lippendienst. Of zoals God zegt: “Velen eren mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij.”

Wat een verschil met God. In Genesis lezen we al hoe bij elk spreken van God, de Schepping verder groeit, en als God zegt de mens te willen maken, dan gebeurt dat ook. Zo hoorde ik een priester zeggen: “Gods woord doet wat het zegt.” We lezen ook in de bijbel: “Gods woord is sterk en krachtig, het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest.” Gods woord is zo actief, dat het de tweede persoon is van de Drievuldigheid.

Johannes die Jezus liefhad, begint zijn evangelie met: ”In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Omdat wij ons afkeren van God, is Gods Woord tot bij ons gekomen, in Jezus Christus, als mens. Zo groot is de liefde van God, dat Hij tot ons is gekomen, in alles aan ons gelijk (behalve in de zonde). “En het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond. Niet eens vrijblijvend, Hij heeft al onze zonden op zich genomen.

Paus Franciscus riep de derde zondag door het jaar uit als “Zondag van het Woord.”

Voor ons is het een oproep om minstens elke week aandachtig te luisteren naar het Woord van God in de liturgie, het zelfs mogen eten en daarna nog figuurlijk herkauwen! Een eerste vastenpunt om dit trouw te doen, en als het kan, niet alleen op zondag maar ook even op een weekdag.

Een tweede vastenpuntje kan zijn om ons te bekeren in ons woordgebruik! Meer spreken als er goede dingen te zeggen zijn, mensen danken, bemoedigen, en als er een moeilijke boodschap of een vermaning moet gebracht worden, dit na gebed en met veel liefde doen. Roddelen doen jullie niet, dus ik zeg er verder niets over.

Lieve zussen en broers, Maria-Kefas viert dit jaar dankbaar haar 40-ste verjaardag met verschillende activiteiten, waarop we jullie graag uitnodigen. Wij hopen jullie daar te mogen ontmoeten, waarbij we misschien enkele goede woorden kunnen wisselen!

Voor de mannen verwijs ik tevens naar de website: www.sint-jozefstocht.be voor een deugddoende staptocht van Poperinge naar West-Vleteren op 19 maart, feest van de H. Jozef.

Alain

 

Samen op Weg mei 2019

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Theorie of ideologie, that’s the question!

Ik heb het hier, zussen en broers over de genderproblematiek. Misschien is het ver van uw bed, en misschien o zo nabij.

Voor mij is deze genderproblematiek een ideologie, dat wil zeggen, een idee, dat men tot een leer wil verheffen, en daarom steevast van een theorie spreekt, al zijn er geen wetenschappelijke bewijzen. Maar hoe ga je dan in zelfs tegen universiteiten?

En kijk, in de Standaard van 11-12 mei lees ik de opinie & analyse van Maarten Boudry, filosoof aan de UGent en ook auteur.

U kan dit artikel doornemen op mijn blog: https://alain2015.wordpress.com/

Het komt erop neer dat hij “bio-ontkenners” (men ontkent dat er van bij de conceptie man-vrouw verschillen zijn) op dezelfde plaats zet als “klimaatontkenners”, en verder stelt dat de gewone burger aan alles ervaart dat man en vrouw verschillen, en ook dat er daar voldoende wetenschappelijke bewijzen van zijn.

Ik citeer: “Bio-ontkenning is geen zaak van gewone burgers, maar van wereldvreemde academici.”

Dank u, Maarten Boudry, en zo kan ik zelf weer gewoon verder met Genesis 1, 27: “En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.” Als man en vrouw, evenwaardig en verschillend, zijn we geroepen om beeld te zijn van het onzichtbare mysterie van de drie-ene God. De H.  Johannes Paulus II heeft dit uitgebreid behandeld in de theologie van het lichaam.

Aangemoedigd door het artikel wil ik nog enkele tips geven in mogelijke confrontaties met de genderideologie. Ik heb de inspiratie gevonden in het boek van Hubert Lelièvre: “La famille face au défi du gender.” (Het gezin en de uitdaging van de gender)

Wat kunnen we doen?

Op de eerste plaats de moed niet verliezen, maar vertrouwen op Christus, de Rots, en leven vanuit Hem, vanuit de H. Geest. Daarom ook geeft Maria-Kefas een vijfweekse over het Leven in de Geest! Zo schreef H. Johannes Paulus II in “Duc in Altum”: “Ga vol hoop. Een nieuw millennium gaat open voor de Kerk als een wijde oceaan, waar je je in waagt, steunend op de Heer.”

Ten tweede ons geweten vormen. Wie u zegt dat alles spontaan, gemakkelijk moet zijn, bedriegt u. Jezus volgen wil zeggen zijn kruis dragen, en de weg is bergop, het vraagt inspanningen, ook om je geweten te vormen, door lectuur, studie,…

Verzorg uw gezinsleven. Jullie, de gezinnen, zijn “Gaudium et Spes” vreugde en hoop; jullie zijn de poorten naar het leven en de liefde. De Kerk is heel dankbaar voor de gezinnen, voor hun “ja” aan het leven. Maak van uw gezin een haard  van licht, van liefde, vergeving, luisterbereidheid en vreugde! Vier elkaar, zoals onlangs moeder werd gevierd. Draag zorg voor uw gebedshoekje en de tafelmomenten. Oh ja! Ook hier is het niet altijd simpel, maar moeilijk gaat ook, hé!

In het gezin is ieder belangrijk, ieder bestaat, en wordt bij zijn (voor)naam genoemd. Vaders, wees niet bang vader te zijn, moeders, wees niet bang moeder te zijn. Neem tijd voor elk kind, een voor een als je de nood voelt, of als ze een signaal geven. De bakens en de sporen voor het verdere leven hebben ze van u nodig.

Lees de “theologie van het Lichaam” van de H. Johannes Paulus II, profetisch antwoord op de ideologie en andere uitdagingen van onze tijd. Het is in het Nederlands vertaald. Benedictus XVI zegt: “Combineer de theologie van het lichaam met die van de Liefde, om de schoonheid, de goedheid en de waarheid van de echtelijke seksualiteit te herontdekken.

Zoek de gelegenheden om op een andere manier te spreken over de liefde en de seksualiteit in de opvoeding van de kinderen. Laat dit niet over aan de officiële instanties alleen. Ik durf hier zeker verwijzen naar de initiatieven van “Jij en Ik, een wonder”, en MFM, de cyclusshow (www.mfm-programma.be).

Laten we in deze materie eensgezind voor elkaar en voor de wereld bidden, om de wijsheid en het vuur van de H. Geest, en hoopvol uitzien op Zijn kracht, nu we op weg zijn naar Pinksteren.

 

Alain

 

Samen op weg februari 2019

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Goud, wierook  en mirre, dat waren de geschenken van de drie wijzen aan het pasgeboren kind Jezus. Een zus van de gemeenschap had gehoord dat deze gaven symbool zijn voor drie gaven die ook wij aan onze Heer kunnen aanbieden, namelijk ons hart, onze lofprijzing en tijd.

Geschenken, hoe vaak horen we niet met Kerstmis en nieuwjaar hoe lastig het is om de gepaste geschenken te vinden voor onze geliefde huisgenoten en dichte familie, en wat een opluchting bij velen als die dagen voorbij zijn. En hier krijgen we dan concrete tips om aan onze God gaven te schenken; dank u lieve zus voor deze fantastische tip!

Goud. Dat is ons hart. Ons hart geven aan God, dat is eerst en vooral ons hart openen voor Hem. We mogen Hem alles toevertrouwen: onze zorgen, onze vreugden, onze kleinheid. Meer nog, zelfs onze zonden mogen we aan Hem, het Lam van God, afgeven, Hij neemt ze weg! Nu en dan eens met een lente grote kuis in het sacrament van de verzoening.

Raar toch, hé, dat we Hem zelfs onze zonden mogen geven. Je moet niet speciaal over produceren, maar als ze er zijn wil Jezus ze wegnemen, zodat je weer voluit kunt ademen. De H. Geest woont in ons hart. Gun het Hem toch de ramen regelmatig open te zetten, en je zal ervaren hoe Hij meer en meer in je leven zal kunnen werken.

Je hart geven aan Jezus, dat is Hem liefhebben. Als we iemand liefhebben, dan doen we voor hem wat hij graag heeft. En dat is: “Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.” (Joh. 15, 12) Onze liefde voor Hem wordt concreet in wat we voor onze naaste doen, en voor de armste, de kleinen, de zieken, enz. Denk maar aan de werken van barmhartigheid…

Jezus ís die andere in nood. Bij de bekering van Paulus, vraagt Jezus: “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?” Hij is die arme, die gekwetste, die eenzame, en in die mensen kunnen we Jezus liefhebben door concrete, kleine daden van liefde.

Wierook. Dat staat voor de lofprijzing. Dat is het gebed waar we persoonlijk of in groep, God prijzen om Hemzelf, om Zijn grootheid, Zijn goedheid, Zijn macht, Zijn schepping, Zijn weldaden voor ons en voor anderen. Zo zingen we bv. “Wat bent U groot, God, heilig is Uw naam, wat bent U sterk God, nu wij voor U staan, heffen wij samen, vol van vreugde onze lofzang aan!” Wij danken dan de Vader, voor de schepping, de Zoon voor de verlossing en de H. Geest, die woont in ons hart! Dit lof gebed richt onze ogen en ons hart naar God, en plaatsen Hem in het centrum.

Er zijn nevenwerkingen! De vreugde groeit in ons hart, ook het vertrouwen, dat Hij ons tegemoet komt in onze moeilijkheden. Wie looft heeft al vaak ervaren, hoeveel zuurstof er binnenkomt, tijdens dat gebed. De H. Geest helpt ons ook onze vragen bij God te brengen. Ik kan jullie zeker verwijzen naar Worship Alive, waar onze jongeren, of ze nu spijbelen (bosbrossen) of niet, de Heer vurig loven en prijzen.

Mirre. Mirre staat vaak symbool voor lijden. We zien dat in de gemeente Smyrna, dat was een lijdende kerk. “Smyrna” is dan ook Grieks voor “mirre”. De gelovigen van de gemeente te Smyrna moesten lijden om Jezus’ wil. Allen die lijden voor de Heer, zijn kostbaar in Zijn ogen.

Ik hoorde eerst dat mirre symbool staat voor onze gebedstijd. Er is geen tegenspraak. Bij het begin van Zijn lijden, in een van de moeilijkste momenten, in het hof van Olijven bad Jezus in doodsangst, en vroeg de apostelen mee te bidden. Onze aanbidding zal heel vaak een overwegen zijn van het lijden van de Heer.

Trouw te zijn aan onze gebedstijd vraagt standvastigheid, en trouw, maar het is een geschenk dat de Heer welgevallig is. Als we ook ons lijden aan Hem kunnen opdragen, dan kan het ook vruchtbaar worden.

Kortom, als we voor de Heer ons hart openen, zodat Hij Zijn woord in ons hart kan zaaien, en Hem laten werken, dan zal dit rijke vruchten voortbrengen, dat heeft Hij beloofd. Als we Hem loven en danken en wat van onze tijd geven, dan worden we mensen met een hart van goud, en dan kunnen we dit hart laten overlopen naar onze huisgenoten! Aan hen mogen we ook bemoedigingen geven (wierook) en van onze kostbare tijd, maar dat weten jullie al, hé.

God zegene u en uw op weg gaan naar Pasen, doorheen de woestijn van de vasten!

 

Alain

 

Samen op Weg – november 2018

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

“Wees heilig!”

Waarschijnlijk verwacht je deze oproep niet in dit blaadje en misschien vraag je je af of dit nog van deze tijd is. Misschien heb je de lezing al gestopt? Nee dus; wel, dan is dat al een eerste stap naar heiligheid 😉

Wie zegt dat nu, en waarom? God zelf om te beginnen, in Leviticus en Hij zegt ook waarom: “Wees heilig, omdat Ik heilig ben.”

Met zo’n argumentatie word ik wel even stil.

Het is van alle tijden want Petrus herneemt het in zijn eerste brief (1 Pe 1, 16) en paus Franciscus in zijn exhortatie “Gaudete en exsultate” of  “Wees blij en juich”.

Deze exhortatie van de paus gaat over de roeping tot heiligheid in de hedendaagse wereld, en ik kan alleen maar oproepen om die te lezen, dan kan je, wat dit blaadje betreft, direct naar de laatste bladzijde gaan.

Bepaalde uitspraken van de paus in zijn aansporing treffen mij enorm, en daarom wil ik ze hier ook delen, in de hoop dat jullie deze parel van paus Franciscus zelf ook gaan lezen en in uw leven laten doorwerken.

“Je zal die mens worden die de Vader in gedachte had toen Hij jou schiep.”

Deze zin kan je meenemen in je dagelijkse gebedstijd, en tot je laten komen, want het zegt zoveel. Al van in de moederschoot had de Vader je al in gedachte, en waarschijnlijk nog veel vroeger. Hij heeft een droom voor je, namelijk die bepaalde mens. En God laat Zijn dromen niet rap los, ook al maken wij er een potje van. Desnoods stuurt Hij Zijn Zoon naar ons, tot op het kruis.

OK, maar welke mens zal ik dan worden? In Genesis 17, 1 lezen we: “Leef in verbondenheid met Mij, leid een onberispelijk leven.” Dat zijn toch al twee tips.

De verbondenheid kunnen we beleven door onze trouw aan het persoonlijk gebed, elke dag, 2% van onze tijd. Velen getuigen dat ze door die tijd aan God te geven, veel tijd en zorgen uitsparen voor de rest van de dag. Een win-win situatie dus, in “hedendaagse” termen. Jezus zal in de tijd die je Hem geeft niet nalaten je in stapjes te tonen waar Hij je wil hebben, welke mens je mag worden. In het “Samen op Weg WE”, zeer modern, nemen we Jezus als GPS, we volgen Hem. De gebedstijd is daar het middel voor, de connectie, WIFI.

Wat dat onberispelijk leven betreft, gaat paus Franciscus verder: “We komen vaak in de verleiding om te denken dat heiligheid alleen bestemd is voor wie zich aan de dagdagelijkse beslommeringen kan onttrekken om veel tijd aan gebed te besteden. Dat is niet zo. Wij zijn allemaal geroepen om heiligen te worden door liefdevol te leven en een persoonlijke getuigenis te geven in alles wat we doen, op de plaats waar we zijn… Ben je getrouwd? Wees heilig door te beminnen en te zorgen voor je partner, zoals Christus dit deed voor de Kerk. … Ben je vader, moeder, grootvader, grootmoeder? Wees heilig door je kinderen met geduld te leren Jezus te volgen. … Heb je je leven aan God gewijd? Wees heilig en beleef vreugdevol je engagement.”

Je ziet, het is concreet. Je moet niet een of andere heilige willen nadoen en zo eventueel ontmoedigd geraken.

Het gaat over jou, die ene mens die de Vader in gedachten had.

“Het belangrijkste is dat elke gelovige zijn of haar eigen weg onderscheidt en het beste van zichzelf, dat wat de Heer heel persoonlijk in zijn of haar hart heeft neergelegd, laat zien.”

Naast de gebedstijd kan de partner een grote hulp zijn voor jou, door je met zijn/haar positieve blik aan te moedigen je weg te gaan, en door je te helpen je talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Dit is natuurlijk wederzijds, en het is een onderdeel van je eigen weg je partner op dezelfde manier bij te staan, want we kregen van God “de hulp die bij ons past!” (Genesis, 2 18)

Behalve in het huwelijk, kan je ook anderen helpen hun talenten te ontdekken, in je vriendenkring, je gemeenschap, je werk.

Kijk, ik hou je niet verder op, ga nu met spoed naar een boekhandel, die deze prachtige en zeer leesbare aansporing voor u in de aanbieding heeft. (misschien ook een cadeautip?)

Ik verwijs ook graag naar verdere aankondigingen in dit blaadje: de adventskransen op 2 december, het tienerkamp tussen Kerstmis en Nieuwjaar. De Vijfweekse voor een vernieuwde doorbraak van de H. Geest komt er ook aan, na Pasen dan, en het WE in Spa in augustus en last but not least, de aanbidding, elke week op donderdag tussen 19 en 20u!

God zegene u en uw op weg gaan naar Kerstmis!

 

Alain

Samen op Weg – Mei 2018

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Het gebeurt niet elk jaar dat het mei-nummer van Samen op weg verschijnt in de week van Pinksteren. Daarom wil ik het hier hebben over Pinksteren, over de H. Geest.

God is Liefde, God houdt van ons, maar voor ons is het moeilijk Iemand te beminnen die we niet zien, een grote God dan nog van wie de mensen eigenlijk bang waren, en zelfs kinderen offerden om die God gunstig te stemmen. God heeft dan, vanaf Abraham doorheen het oude testament de mensen geleerd dat Hij een Vader is, die zielsveel van Zijn kinderen houdt.

Het bleef moeilijk te geloven, en daarom is God zelf mens geworden in Jezus Christus. Deze Jezus konden we zien, horen, aanraken. Maar toch konden zijn tijdgenoten Hem niet geloven, en ze hebben Hem gekruisigd als een godslasteraar, of omdat Hij de machtigen in de weg liep.

Jezus besteedde heel zijn leven aan het tonen van de Vader, (“Wie Mij ziet, ziet de Vader, Philippus.”) en aan het tonen van de Liefde van God voor de mensen. Maar nog kunnen zijn medemensen, zelfs Zijn leerlingen het niet begrijpen. Daar was een Helper voor nodig.

Blijkbaar hebben niet alleen de apostelen, de leerlingen de H. Geest nodig om God te begrijpen, maar wij allemaal. Zonder Jezus kunnen wij niets, zonder de H. Geest begrijpen wij niets.

Na Zijn lijden, dood en verrijzenis verlangde Jezus vooral om terug naar de Vader te gaan, om de H. Geest te kunnen zenden. Dat is een eerste maal gebeurd met Pinksteren, en met volle kracht, maar, zussen en broers, dit stopt niet, wij hebben die H. Geest elke dag nodig, wat zeg ik, elk uur, elk moment van ons leven.

Door ons Doopsel hebben we de H. Geest ontvangen, zijn we tempels van de H. Geest geworden, Hij woont in ons hart. Door het Vormsel zijn we daar bewuster van geworden, het is onze keuze als persoon geworden, maar we mogen zijn kamertje in ons niet op slot zetten, en onze eigen wil voorrang geven.

In het oude testament werkte de H. Geest ook al, vanaf de schepping zelfs, en doorheen de profeten. Maar dat was eens bij die profeet, dan weer een andere, en een korte tijd. Maar nu schenkt Jezus Zijn Geest aan iedereen, en dat 7/7 24/24! Als God iets schenkt, is het altijd in overvloed. Maar wij kunnen ongelooflijk spaarzaam zijn en het kraantje openen als het ons past, en liefst niet te lang.

Zussen en broers, als er één kraan is die je mag laten open staan, dat is het die bron van Levend Water, die dan ook in jou zal opborrelen als een bron van leven voor de anderen rondom u.

Open je hart, open je oren voor de H. Geest. Hoe doe je dat? Wel door regelmatig, dagelijks een tijd van stilte te nemen, stil te staan letterlijk. Die tijd van persoonlijk gebed, in een kamertje, of waar het stil kan zijn. Die regelmaat zal je afstemmen op God die in je diepste ik aanwezig is, en je zal begrijpen wat Hij je wil zeggen, toefluisteren, vragen. Door dit te oefenen, door standvastig te blijven, zal je Hem soms ook in volle actie horen spreken in je hart. Ingevingen zullen van Hem komen, en je zal het weten!

Zo krijg ik soms vragen van mensen om iets te doen, en spontaan denk of zeg ik dat ik het niet kan, dat ik geen tijd heb, en plots is daar die inwendige stem: “Weet je dat zeker? Zou je het niet doen?” En zussen en broers, als je dan luistert en doet wat Hij verlangt, dan komt er een vreugde in je hart, die blijvend is. En hoe meer je je er voor open stelt, hoe beter je Hem hoort, en hoe dieper je vreugde wordt, los van alle lijden en verdriet dat je door het leven kan ervaren.

Iemand getuigde eens dat hij op zijn schouder voelde kloppen, zachtjes, en hij hoorde de H. Geest hem zeggen: “Ik ben ook een persoon, Ik wil je vriend zijn.” Jezus is mijn vriend, dat hoor je wel vaker. Maar ook tot de H. Geest kan je spreken, en tot de Vader, want het is door de H. Geest in ons hart dat we “Abba, Vader” kunnen zeggen.

Ik eindig door Jezus zelf aan het woord te laten (dit weerlegt dat ik altijd het laatste woord moet hebben 😉 ):

Johannes 14, 15-17: Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de wereld niet ontvankelijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.

Johannes 14, 23: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.

 

Alain

Samen op Weg – februari 2018

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Vertrouwen!

Tussen Kerstdag en nieuwjaar mocht ik een onderricht geven aan een dertigtal jonge mensen, tieners en hun begeleiders op het Op & Top kamp in Ruiselede. Het thema: “Don’t worry”.

Omdat de H. Geest mij altijd helpt bij het schrijven van Samen op Weg, of als ik een onderricht mag geven, heb ik onmiddellijk “ja” gezegd, gemaild eigenlijk… En kijk, dit vertrouwen op de H. Geest had wel een heel onmiddellijk resultaat. Na mijn antwoord op de mail, ging ik mij scheren in de badkamer, en contempleerde de oude man in de spiegel, die het aan die jongeren eens mocht uitleggen! En zie, daar kwam de ingeving, ogenblikkelijk: het verhaal van Abraham en Isaak, het verhaal van een diep gefundeerd vertrouwen, een spannend verhaal ook. Ik heb de tieners meegenomen op die bewuste bergtocht, elk van hen als Isaak, ik als Abraham. Het verhaal werd voorgelezen door een van de medewerkers, en ze stopte, zoals gevraagd, op een aantal gevoelige momenten, waarbij de Isaak-tieners mochten opschrijven hoe ze zich voelden. Het is een boeiend avontuur geworden, maar tevens ontdekte ik ook enkele aspecten, die ik hier verder wil delen.

Abraham is onze leermeester in vertrouwen. In Genesis 12 lezen we het eerste contact tussen Abram en Jahwe: “Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u aan zal wijzen. Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat gij een zegen zult zijn. “ Let wel, Abraham was 65 jaar. Toch krijgt hij de opdracht weg te gaan, en naar waar? “Naar het land dat Ik u wijzen zal!” Wie van ons zou dit doen, zonder reisverzekering, GPS, GSM en dat soort dingen?

Toen hij 99 was kreeg hij een nog duidelijker belofte en verder in Gen. 18 krijgt hij drie mannen op bezoek, die na een gastvrij onthaal beloven dat Sarah binnen het jaar een zoon zal hebben.

Ook hier vertrouwt Abraham op iets dat menselijk gezien niet te geloven is! (En terwijl zijn vrouw het niet kan geloven: zij lacht!)

Maar het gebeurt. Isaak wordt geboren, groeit op, maar dan vraagt Jahweh aan Abraham, zijn zoon, de zoon van de gelofte, de zoon die hij liefheeft, te offeren. Jahweh is heel duidelijk, het gaat hier over Isaak, niet over Ismaël. Er kan geen misverstand zijn.

Abraham vertrouwt op de Heer, op Zijn gelofte van het nageslacht, en gaat op weg. Lees zelf het verhaal nog maar eens, het is best wel spannend, ook voor Isaak. Op het cruciale moment, als Abraham het mes heft, komt Jahweh tussen: “Abraham, Abraham!”

Wat zou er gebeurd zijn als Abraham niet naar God geluisterd, of Hem zelfs niet gehoord had, zoals wel eens bij ons gebeurt, hé! Of erger nog, aan God zegt: “Wacht eens even, ik ben bezig, dit ga ik nu eerst afwerken…” Gelukkig luistert Abraham, en ge ziet, het maakt het verschil tussen leven en dood. Dit mag je gerust als een tip zien voor je gebedstijd.

Jahweh was ook zo goed om niet te roepen: “Stop, Halt, …” maar wel Abraham bij zijn naam te roepen. Dat is ook een tip om in het gezin elk kind bij zijn naam te noemen, zeker ook als je iets wil vragen. Het is zo fijn om mijn naam te horen, het bouwt mijn identiteit op, ik besta! (De tieners beaamden dit helemaal)

De beloofde zegening, dat is in het begrip van Abraham, veel nakomelingen, letterlijk. Maar wij weten intussen, dat ook Jezus afstamt van Abraham, Isaac, Jacob, Juda, …, David, … Jozef. De zegening is vele keren groter dan wat de mens verstaat. Dat is de vrucht van het geloof, het vertrouwen van Abraham.

Meer nog: wat de mens niet moest doen, heeft God zelf gedaan: Hij heeft Zijn Zoon gevraagd mens te worden, aan ons gelijk, tot in de dood, de dood aan het kruis. De nieuwe Isaac, Jezus, is wel geofferd, met een volmondig JA aan de Vader, voor mij, voor jou. Hij heeft het kwade, de dood overwonnen, so, don’t worry, heb vertrouwen!

Dit vertrouwen is zo fundamenteel dat Jezus aan zuster Faustina heeft gevraagd zijn afbeelding te laten maken met de witte en de rode straal, met de tekst onderaan om te bidden: “Jezus, ik vertrouw op U”.

Dit vertrouwen en het luisteren, naar God en naar elkaar, zussen en broers, wensen we jullie allemaal, en zeker doorheen de vasten, naar Pasen toe!

Alain

PS. De Amerikaan Paul Zak, toont in zijn boek “The moral molecule” aan dat het geven van vertrouwen een opstoot van het gelukshormoon oxytocine veroorzaakt in je lichaam. Daardoor voel je je zo goed, dat je ook goed gaat presteren. Geloof en rede gaan wel samen! (De Standaard 24 jan.)

De huwelijksrelatie – Liturgie van de liefde (begin hoofdstuk 8)

BLIJDE EN DROEVE MYSTERIES

 

Zoals in de rozenkrans maken we in het huwelijksleven zowel blijde als droeve mysteries door. Vreugde en kruis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden  doorheen  gebeurtenissen in het leven.: Zoals bijvoorbeeld bij een zwangerschap waar het geluk bij het verwachten van een kind ook gepaard gaat met perioden van vermoeidheid en waarbij het levensritme van de moeder en van het koppel grondig verstoord wordt. Zo is het ook tijdens de eerste weken na de geboorte waar de verwondering over dat kleine nieuwe leven en het gevoel van uitputting door korte nachten elkaar afwisselen…  Doorheen heel  de opvoedingstijd  van de kinderen, zijn ouders  regelmatig in alle staten, of in meer religieuze termen uitgedrukt ,  gaan ze doorheen alle mysteries van de Rozenkrans!

Het leven als christen, in navolging van de Meester, geeft zin aan het lijden en aan de momenten van geluk. Zonder verwijzing naar de beloften van gelukzaligheid in het eeuwig leven, is het aardse leven door Christus beloofd, tezelfdertijd “vreugde” en “kruis”. Het is dezelfde Christus die ons de vreugde belooft:

“Dit zeg Ik U, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden.” (Joh 15, 11)

 

… en het kruis:

 

“Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.” (Mark. 8, 34)

 

We zouden het ene graag zonder het andere hebben, maar hier op aarde is dat niet mogelijk: ”Geen zondag zonder vrijdag”.

Deze contrasterende aspecten worden teruggevonden in de theologische reflectie van de Kerk over de Eucharistie.

Drie woorden komen het vaakst terug om dit sacrament te benoemen: “bruiloftsmaal”, “waarlijke aanwezigheid” en “heilig offer”. Naargelang het tijdperk, de culturen of de theologische stromingen, benadrukt men meer de ene of de andere dimensie.

Kunnen we stellen dat deze drie woorden om het sacrament te benoemen eveneens   bruikbaar zijn wanneer we spreken over de huwelijksrelatie?

1.      Bruiloftsmaal

In de Bijbelse symboliek heeft de maaltijd verschillende functies:

  • Hij brengt eenheid, hij verzamelt. Twee mensen of twee groepen die een akkoord sluiten, bezegelen  hun verbond door een gezamenlijke maaltijd: “Hierop richtte Isaac voor hen een feestmaal aan en zij aten en dronken.” (Gen. 26, 30); en “Toen slachtte Jacob op de berg een offerdier en nodigde zijn verwanten bij de maaltijd uit. Na de maaltijd bleven ze op de berg overnachten.” (Gen. 31, 54)
  • Hij geeft kracht (het voedsel);
  • Hij geeft vreugde (de wijn).

 

Het is tijdens een maaltijd dat Jezus de Eucharistie instelt. De eerste christenen, samen met de H. Paulus, spreken van “de maaltijd van de Heer” (1 Kor. 11, 33)

De symboliek van de liturgie brengt dit aspect tot zijn recht: men spreekt trouwens van “de tafel van het Woord” en van de “tafel van de Eucharistie”. Talrijke liturgische vieringen, sinds het tweede Vaticaans concilie, benadrukken deze feestelijke, broederlijke, samen horige dimensie.

Het feest van de liefdesrelatie in deze symboliek wordt in het Hooglied van de Liefde vaak uitgedrukt: men eet er en men drinkt er!

 

“Ik eet er mijn honingraat,

Ik drink er mijn wijn en mijn melk.

Eet vrienden, en drink,

En word dronken van liefde!” (Hoogl. 5, 1)

 

Deze symboliek is natuurlijk heel passend om belangrijke dimensies binnen de seksuele relatie  weer te geven , die verenigen, verheugen en kracht geven aan de echtelijke liefde.

 

2.      De gave van de reële aanwezigheid

Een ander perspectief brengt de originaliteit van de gave Gods meer tot zijn recht in dat sacrament waar God aanwezig wordt op een unieke wijze.

Jazeker, de Heer openbaart zich aan de mens op velerlei wijzen:

  • Door zijn aanwezigheid in de Schepping (het Boek van de Natuur – Psalm 19a, Rom. 1, 19-20);
  • Door zijn aanwezigheid in het Woord van God (het Boek van de heilige Schriften – Psalm 19b en 2 Tim. 3, 16);
  • Door zijn aanwezigheid bij zijn volk (de Kerk, “sacrament van Christus” – Mt. 28, 20);
  • Door zijn aanwezigheid in de naaste (het “sacrament van de arme” – Mt 25, 40);

Maar de aanwezigheid van Christus in de geconsacreerde hostie is van een andere orde. Hij is daar werkelijk, “met zijn Lichaam, zijn Bloed, zijn ziel, zijn menselijkheid, zijn goddelijkheid…” Sommige recentere devoties in de geschiedenis van de Kerk (processies van Sacramentsdag, eucharistische aanbidding, internationale eucharistische samenkomsten) herwaarderen dit geloofsgegeven: God is daar op een unieke wijze in de geconsacreerde hostie.

Het leergezag van de Kerk, ook al moedigt ze deze spiritualiteitsbewegingen aan, herinnert dat het belangrijk is deze praktijken te koppelen aan de misvieringen om de Goddelijke Aanwezigheid in het Heilig Sacrament niet te gewoon te maken. Volgens de H. Thomas van Aquino, moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de objectieve aanwezigheid van de Heer in het sacrament enerzijds en het individueel besef van de christen anderzijds, die deze aanwezigheid in zichzelf min of meer “voelt”, naargelang zijn psychologische en geestelijke toestand (in staat van genade of niet).

Wanneer het met de juiste ingesteldheid beleefd wordt, dan is de eucharistische maaltijd de plaats van intimiteit tussen God en de mens: het woord van Jezus wordt vervuld: “Blijf in Mij, zoals Ik in U” (Joh. 15, 4). De term communie slaat dan niet meer op het nuttigen van de geconsacreerde hostie, maar op het onthalen van de goddelijke aanwezigheid in zichzelf. God bewoont de ziel en maakt er zijn heiligdom van; de ziel wordt ondergedompeld, geborgen in God.

Met schroom en met de nodige voorzichtigheid die de benadering van zo’n groot mysterie vraagt, mogen we de analogie maken met de huwelijksrelatie.

Op voorgaande bladzijden lazen we op diverse plaatsen, het koppel dat bemint, kan deze liefde op velerlei wijzen openbaren: de blik, het gebaar, het woord, de onderlinge dienst, enz. De liefhebbende aanwezigheid van de partner wordt op vele manieren gegeven. Maar de gave van zichzelf in de seksuele daad is uniek en van een totaal andere orde, niet te vergelijken. Het is juist daarom voorbehouden aan het gehuwde koppel. Ook al wordt deze boodschap deze dagen niet zo goed begrepen, dan nog heeft de Kerk gelijk wanneer  ze de echtelijke liefde verdedigt  door de culturele banalisering  van de seksuele relaties  niet te volgen. Zoals gezien in hoofdstuk I, zegt het verband tussen het afgesloten verbond en het geconsumeerde verbond ons alles  over het unieke karakter van deze gaven van de lichamen. De genade van het huwelijkssacrament wordt vernieuwd in de echtgenoten die zich naar ziel en lichaam verenigen.

Deze perceptie wordt bevestigd door de ervaring zelf van de koppels. De seksuele relatie – die uiteraard niet alleen fysisch is – is de plaats van het terugvinden, het is de “afspraaktent” van het koppel. De geestelijke, psychologische, fysische verwijdering die ervaren wordt vanwege onbegrip of zelfs gewoon door de afstand veroorzaakt door verschillende persoonlijke activiteiten, verdwijnt als het ware door de echtelijke relatie. Man en vrouw stellen dan spontaan vast dat  ze  “elkaar terug vinden” terwijl zoveel centrifugale krachten de communie kunnen uiteenhalen.

Deze opmerking sleept gevolgen met zich mee die men niet vermoedt. Voor de grootsheid van het mysterie van de Eucharistie, spoort de H. Paulus de Corinthiërs  sterk aan ze niet zo maar te beleven (1 Kor. 11, 20-22)!

 

“Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of van de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en het bloed van de Heer.”  (1 Kor. 11, 27)

 

De pastorale gevolgtrekking die zich opdringt is: men moet zichzelf onderzoeken, dit wil zeggen onderscheiden of wat we gaan beleven conform is aan Gods verlangen: “We moeten onszelf onderzoeken.”  (1Kor. 11, 28)

Zonder toe te geven aan gevoelens van angst of veroordeling, mogen we stellen dat, op een analoge wijze , de grootheid en de waardigheid van de menselijke seksualiteit een aantal onvermijdelijke voorwaarden voor het koppel met zich meebrengt.

Een seksuele relatie die “onwaardig” beleefd wordt, kan de zegening omkeren in “vervloeking” en hetgeen een versteviging van het koppel had moeten betekenen omvormen tot een hindernis voor de echtelijke eenheid.

Deze waardigheid van de huwelijksliefde in al zijn dimensies wordt door de H. Paulus benadrukt: “Dit geheim [van het christelijk huwelijk] heeft een diepe zin; ik voor mij betrek het op Christus en de  kerk.” (Ef. 5, 32)

De Huwelijksrelatie – liturgie van de liefde

Hoofdstuk VII

 

DE ZENDING

God is goed!                     We willen het uitroepen!                       Cool!

 

1.      Tijd van feest en gewone tijd

“Er is een tijd voor alles en een tijd voor alle dingen onder de zon.”

(Jezus Sirach 3, 1)

 

De officiële en  openbare gebedsmomenten van de Kerk verlopen niet uniform. Ze worden, met andere woorden, niet steeds op dezelfde wijze ingevuld en beleefd. . Er is “de tijd door het jaar”, wat we kunnen omschrijven als een gewone tijd, en “de grote liturgische tijden” zoals de cyclus van advent en Kerstmis, de vastenperiode  en Pasen.

De kerk maakt ook  een verschil in uitwerking  en invulling van de  vieringen; hetzelfde mysterie wordt gevierd, maar ze onderscheidt de “gewone” missen, de “gedachtemissen”, de “feesten” en uiteindelijk de “Plechtigheden”. De christenen onthalen vreugdevol de bijzondere genaden van wat men vroeger “hoogmissen”, noemde. Deze vieringen zijn uitgebreider en heel plechtig. De liturgie wordt dan zorgvuldig voorbereid en prachtig gevierd. De schoonheid en de waardigheid van deze diensten kunnen heel lang in het geheugen gegrift blijven.

Maar het volk van God leeft meestal van de genaden van de “kleine missen” in de week. Daar geeft de Heer zich doorheen de eenvoud en zelfs de armoede van de middelen: enkele parochianen verzameld in een gebedsruimte voor een “gelezen mis” van ongeveer een dertigtal minuten. Wanneer er enkel pontificale missen gecelebreerd werden zouden we  dat na  verloop van tijd als eentonig gaan ervaren. Als er enkel weekmissen zouden zijn, zouden we op liturgisch vlak een gemis ervaren.

Wat evenwicht  gaat geven aan het liturgisch en sacramenteel leven, is juist de afwisseling en de diversiteit van de vieringen. Het belangrijkste is niet de uiterlijke vorm, maar wel wat gegeven wordt voorbij het uiterlijke.

Ook het echtpaar kent die momenten van “plechtigheid” in de liefdesrelatie. Momenten waar ziel en lichaam zich konden voorbereiden en de tijd nemen om hun liefde te vieren. Een feestelijk weerzien na een periode van scheiding, intens beleefde momenten met zijn tweetjes, wanneer de kinderen op vakantie zijn… Feest van een goed beleefde seksuele relatie na een ontspannende avond op restaurant of in de bioskoop … Feest van een blijde relatie vanwege goed nieuws, van een promotie  op het werk of een eindelijk verhoord gebed…

Er zijn buitengewone liturgische vieringen, zoals groepen die de mis vieren in de woestijn in Israël of in een berglandschap.

Er zijn liefdesrelaties, waar op een “zot moment” het koppel zich verenigt in een sprookjesachtig decor aan zee of in de natuur…

Maar vergeten we vooral niet dat de leidraad van het liturgisch jaar, de tijd door het jaar is! Het koppel is geroepen om elkaar lief te hebben in de gewone tijd en in het eenvoudig gebeuren van elke dag. Het belangrijkste is niet om, volgens de heersende trends die de media  ons zo graag voorspiegelen, “een grote emotie” te beleven, maar eerder zich te herbronnen doorheen eenvoudige gebaren van tederheid die het echtelijke verbond voeden.

Soms is er zowel voor gebed als voor de seksuele relatie niet zoveel  tijd beschikbaar. Op die momenten zou het niet goed zijn om als koppel te blijven aarzelen en te wachten tot de ideale gelegenheid zich aandient…

In extreme gevallen van overactiviteit, moet men niet aarzelen om “de noodprocedure” in te schakelen.

Dat kan intense dialogen geven: “Kom, snel, de kinderen blijven niet lang weg” of “Het is niet erg, wanneer we iets later aankomen bij oma”.

Andere plaatsen dan de slaapkamer kunnen getuige zijn van deze “expresrelaties”… dat kan soms een vleugje humor geven, zelfs wat avontuur, in het leven van het nochtans “deugdzaam” koppel!

Ook op het vlak van de seksualiteit, moet het koppel, zoals op zoveel andere vlakken, zich aanpassen aan het moment en de omstandigheden.

Het moet leven in de genade van de “variabele meetkunde” zoals sommigen het noemen, of nog “de dynamiek van het voorlopige”. De innerlijke vrijheid, de beschikbaarheid, de humor, en  soms zelfs een beetje verbeelding, is de beste houding om in deze huwelijksspiritualiteit van deze tijd te treden.

 

2.      De vreugde van het geven

 

“Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever.”  (2 Kor. 9, 7)

 

Deze aansporing  van de Apostel geldt niet alleen voor de omhaling! Ze zegt onze instelling van het hart om lief te hebben.

Er zijn droevige eucharistievieringen en vreugdevolle eucharistievieringen. De teksten zijn dezelfde, het mysterie is hetzelfde, maar de beleving kan verschillen naargelang de parochies of de groepen die vieren. Als de mis grijs is, vervelen de kinderen zich; ze doen lastig om er naartoe te gaan en stellen de gevreesde vraag: “Zijn we verplicht?”

Als de zondagsviering mooi is, levendig, vreugdevol is, als ze er hun vrienden terugzien, dan zijn ze blij om te gaan…

Eucharistie betekent “dankzegging”. Het is een ontmoeting met de Liefde, die in vreugde wordt beleefd. Er is de uitbundige vreugde van jongerenvieringen en de rustige, zeer innerlijke vreugde van monniken die gregoriaans zingen.

De vreugde heeft vele vormen, verschillend naargelang de culturen of de gevoeligheden, maar ze is altijd aanwezig.

Zo is het ook voor de seksuele relaties. Hetzelfde mysterie wordt gevierd door alle koppels, maar met heel verschillende schakeringen. Sommige echtgenoten kunnen in de seksualiteit lijken op parochianen die naar de mis gaan omdat het moet of uit gewoonte. Ze doen hun plicht; het is niet enthousiasmerend maar het is te doen… Zoals het vervullen van de kiesplicht of het betalen van belastingen. Nochtans is het koppel geroepen om de seksuele relatie te beleven met de intentie om de echtelijke liefde te vieren, om deze liefdesontmoeting te beleven in de vreugde van de liefde die zich geeft, ontvangt en deelt.

De partner merkt de afwezigheid van vreugde in de wijze waarop de ander zich geeft  . Hij kan er door gekwetst worden en dan wordt het koppel op  het vlak van de liefde “gelovig, maar niet of weinig praktiserend …” Ongemerkt vormt er zich een gracht tussen de echtgenoten en als ze er niet over waken, wordt de gracht een afgrond.

Enkele auteurs gebruiken voor het liefdeshart het beeld van een reservoir, dat moet gevuld worden met tekenen van liefde vanwege degene die hem bemint. Als de echtgenoot en de echtgenote vervuld worden door tekenen van liefde vanwege de andere,  op affectief en seksueel vlak dan zullen ze zich ook ontplooien in alle andere domeinen van hun bestaan. Ze zullen vol energie zijn om hun dagelijkse verantwoordelijkheden op te nemen en ze vinden in de echtelijke eenheid de nodige krachten om beproevingen en moeilijkheden onder ogen te zien. Omdat ze veel liefde ontvangen, zullen ze zich ten volle kunnen geven in dienst van  anderen.

Wanneer ze zich daarentegen slecht bemind voelen, wanneer het reservoir van het hart opdroogt, worden ze gefrustreerd, bitter en lichtgeraakt.

 

3.      Taboes vermijden.

Ruzies en onenigheid  binnen  het koppel vinden vaak hun oorsprong in de affectieve en seksuele onvoldaanheid van de echtgenoten. Dikwijls wordt de moeilijkheid niet benoemd omdat we dit delicaat onderwerp niet durven aansnijden:

uit angst  de andere te beschuldigen,

 

of uit  schaamte om te moeten onderkennen dat onze tevredenheid ook “daarvan” afhangt, moeilijkheid om het misverstaan in deze te  benoemen.

Uit eigenliefde of uit schroom, laten we het probleem voor wat het is, zonder samen te zoeken naar een oplossing. We bedriegen onszelf  door te stellen dat “het nog zo erg niet is”, en dat “de rest goed gaat…

Het is vreemd te moeten vaststellen dat heel wat mensen die zonder schroom beroepsproblemen aanpakken, dezelfde coherentie niet meer hebben als het gaat over seksuele misverstanden binnen het koppel. In die niet geregelde situaties woekeren mechanismen  van projectie. Het slecht humeur keert zich tegen de partner, maar vanwege het “taboe” over de ware reden, wordt de ontevredenheid toegeschreven aan andere oorzaken: we vitten over de orde in het huis, de keuze van de vakantiebestemming of de relatie met de schoonfamilie… Het is echt niet op dat niveau dat er een oplossing zal gevonden worden.

 

 

Echtgenoten die de kwestie proberen aan te pakken door een eerlijk en open gesprek te voeren zullen een grote stap zetten in de groei van hun relatie.

Ook hierin geldt het woord van Jezus: “De Waarheid zal u vrijmaken.” (Joh. 8, 32)

Samen op Weg – november 2017

Beste zussen en broers,

Beste vrienden van Samen op Weg,

Vrijheid! Daar wil ik het nu eens over hebben, na het lezen van 2 artikels in de krant.

Eerst is er de stelling van een politica met het woord “vrijheid” in haar partij, die stelt dat het huwelijksquotiënt moet worden afgeschaft, omdat het vrouwen weghoudt van de werkvloer. (Voor wie het niet kent, het huwelijksquotiënt laat gezinnen met één inkomen, of een laag tweede inkomen, toe een deel van het inkomen van de meerverdiener aan te geven aan de belastingen als inkomen van de andere). Ze werd door andere partijen snel teruggefloten, niet in het minst omdat vrouwen (en ook mannen!) die voor het gezin thuis blijven, alles behalve “niets” doen, maar gewoon (en onbetaald) niet buitenhuis werken. Vrijheid is voor mij in deze kunnen kiezen wie gedeeltelijk of helemaal of niet, thuisblijft voor de kinderen. Het huwelijksquotiënt is daar een aanzet voor.

Als er onder mijn lezers aan politiek doen, spreek haar aan a.u.b.!

Het tweede artikel is van de trotse moeder van Leonardo, een kindje met het syndroom van Down. Ik citeer enkele zinnen. “Er is een tweede deel aan het verhaal. Leonardo is gevoelig, intelligent, attent voor hoe wij ons voelen, vrolijk en ongelooflijk lief. Zijn wilskracht is voorbeeldig. In een maatschappij die altijd harder en complexer wordt, is hij een brok zachte eenvoud. […] Wij zien hoe zij de wereld ook mooier maken.” En verder: “Prenatale diagnose moet de mensen in staat stellen om te kiezen. Maar is de échte vrije keuze er nog wel? Als je vandaag een kind op de wereld zet dat het downsyndroom heeft, moet je je verdedigen.” De laatste zin is prachtig: “Als ik een van de laatste kinderen met down op de wereld gezet heb, ben ik blij dat er nog net niet genoeg druk was om het niet meer aan te durven”.

Het hele artikel is echt de moeite waard.

Ook Br. René Stockman wijdde een artikel over kinderen met Down (“Down goes further down.” Ook hij verwijst naar het artikel van de moeder van Leonardo. Beide artikels heb ik intussen op mijn blog geplaatst. (alain2015.wordpress.com)

 

In het boek Deuteronomium staat er ook iets over vrijheid, kiezen, leven en dood:

“Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek. Kies dan het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven”.

God laat ons vrij! Maar de keuze is zo belangrijk: het leven of de dood. Heel merkwaardig is dat een gemaakte keuze ons juist vrijer maakt. Paradoxaal misschien, maar eens de keuze gemaakt is, kunnen we vooruit, door alles in het werk te stellen om die keuze waar te maken. Als we niet kunnen kiezen, blijven we over en weer gaan tussen de twee mogelijkheden, en dat verlamt ons. Dat is zoals de ezel die honger en dorst heeft, maar zijn eten staat links, en het drinken wat verder, rechts. Hij kan niet beslissen waarmee te beginnen, en sterft uiteindelijk van ontbering.

Als we kiezen voor God, voor het leven, dan wordt het heel wat klaarder welke verdere keuzen we te maken hebben, en dat is juist de vrijheid van de kinderen Gods. Dat geeft energie, hoor. We hebben het jaren geleden mogen horen op de gezinsdag met Ria Grommen. Ik kan verwijzen naar het boek: “Moe van het moeten kiezen”? Op zoek naar een spiritualiteit van de zelfbeschikking: Over de mentale kies-pijn van de moderne mens. We leven in een tijd die enorme kansen en keuzes biedt: alles kan, alles mag. En toch zijn nooit eerder zoveel mensen depressief geweest.

Paus Franciscus zegt het volgende over zichzelf: “Ik ben vrij. Dat wil niet zeggen dat ik doe wat ik wil, neen. Maar ik voel mij niet opgesloten, in een kooi. In een kooi, hier in het Vaticaan, ja, maar niet spiritueel. Mij, er is niets dat mij bang maakt.” (vertaald uit: “Paus Franciscus, ontmoetingen met Dominique Wolton.”)

Kiezen is verliezen, maar wie kiest voor het leven, verliest dus de dood!

Paradoxaal genoeg is Jezus juist de andere weg opgegaan. Hij, het Leven zelf, is mens geworden, tot de dood op het kruis. Door Zijn verrijzenis heeft Hij de dood overwonnen, om ons het volle leven te geven. Wij mogen met Hem mee verrijzen. Dat kan ook nu al, door in donkere dagen op te kijken naar het kruis, en Hem te danken voor Zijn Liefde. Het is door het kruis dat Hij ons redt. Lof aan U, Heer Jezus!

Kies voor God, kies voor het leven, dan kunnen we met alle zussen en broers van Maria-Kefas u zeggen: “U hebt goed gekozen!”

Alain