Beste zussen en broers,
Beste vrienden van Samen op Weg,
Na een gesprek met tieners over het al of niet graag bidden van de rozenkrans, wou ik met hen delen over wie Maria voor mij is als mens, en dat deel ik hoor graag eens hier in Samen op Weg.
Ik las vroeger eens dat Maria een simpele ziel was, en dus maar deed wat er van haar gevraagd werd, zonder er veel van te begrijpen. Maar zo is het helemaal niet. Laten we enkele momenten van haar leven eens doornemen.
In Lucas hoofdstuk 1 eens lezen we:
In de zesde maand werd de engel Gabriel van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazareth, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: ‘Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u!’ Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: ‘Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven…’ Maria echter sprak tot de engel: ‘Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?’ En uiteindelijk besluit Maria met ‘Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.’
Eerst schrikt Maria, hoe zouden we zelf zijn, maar onmiddellijk denkt ze al na over de betekenis, ze wil het begrijpen. Daarna krijgt ze de boodschap dat zij, die nog niet samenwoont, zwanger zal worden. In die tijd betekent dat veroordeling en steniging.
Toch zal ze, ondanks de risico’s, haar roeping aanvaarden. We zien dus onmiddellijk een vrouw die haar verstand gebruikt om te begrijpen, en de moed heeft helemaal haar comfortzone te verlaten, en de weg te gaan die God van haar verlangt.
Als uitverkorene die de langverwachte Messias gaat dragen, zou ze al een ereplaats kunnen opeisen, maar wat doet ze? Ze onderneemt een voor die tijd verre en ongemakkelijke reis naar het bergland, naar haar nicht Elizabeth, om haar te helpen in de laatste drie maanden van haar zwangerschap. We zien hier iemand die weet wat er nodig is, en nederig en dienstbaar haar nicht te hulp snelt.
Maria, die vervuld is van de H. Geest, geeft Hem onmiddellijk door aan Elisabeth, en de ontmoeting wordt een uitbarsting van vreugde en een schitterend lof gebed (het Magnificat) voor de goedheid en de genade van God, die neerziet op zijn eenvoudige dienstmaagd!
In haar laatste dagen voor de bevalling, moet ze weer op reis vanwege de volkstelling. Maria en Jozef onttrekken zich niet aan wat de overheid vraagt, ondanks hun “situatie”, en belanden zo in een stal! Nergens lezen we een woord van angst of kritiek. Maria is een voorbeeld van vertrouwen in God.
Na de geboorte zullen ze ook de Joodse voorschriften respecteren bij het opdragen van hun eerstgeborene in de Tempel. Daar krijgt Maria veel te horen, ook dat een zwaard haar ziel zal doorboren, en al kan ze het nog niet begrijpen, ze bewaart het in haar hart. Ze veegt het niet weg. In diezelfde Tempel is het Maria die het woord neemt tot Jezus als ze Hem daar terugvinden na drie dagen.
In Cana zien we een prachtige vrouw. Zij ziet het probleem van de wijn, een schande voor de gastheer, en ze zegt alleen aan Jezus: “Ze hebben geen wijn meer.”
Jezus antwoordt: “Vrouw, wat is er tussen u en mij, en nog is mijn tijd niet gekomen!”
Niet direct iets dat wij een groen licht noemen, hé. En toch zegt ze aan de dienaars: “Doe wat Hij u zeggen zal!”
Ik vind dit een fenomenaal gebeuren, want door haar tussenkomst, door haar vertrouwen, door de innige band met haar zoon, doet Jezus zijn eerste wonder. En daarom is het dat we ons tot Maria mogen wenden om haar voorspraak bij Jezus.
Er is een vervolg op dit moment, namelijk aan het kruis. Terwijl op een na alle leerlingen van Jezus, mannen hé, ver weg zijn, staat Maria aan het kruis. Stil is ze daar, waar ze moet zijn, bij haar stervende zoon. Een vrouw, een moeder, moedig en standvastig.
Zij hoort dus ook de woorden van Jezus, die vergiffenis vraagt voor de beulen, die de “goede moordenaar” meeneemt naar het paradijs, en die ook net voor zijn lijden gezegd heeft. “Nu is mijn tijd gekomen”.
En kijk, voor de tweede keer gebruikt Jezus het woord Vrouw: “Vrouw, ziedaar uw zoon”, en tot de leerling, “ziedaar uw moeder.”
Voor mij is dit ook een verwijzing naar Cana, en krijgt Maria volmacht om voorspreekster te zijn voor al haar kinderen, wij dus, want de leerling vertegenwoordigt alle kinderen van de Vader.
In het Weesgegroet eindigen we met “in het uur van onze dood”, opdat Maria ook ons nabij mag zijn op dat belangrijk moment in ons leven.
Maria heeft een unieke verhouding tot God: dochter van de Vader, moeder van de Zoon en bruid van de H. Geest.
Daarom is de Rozenkrans een krachtig gebed. We richten ons tot een vrouw en moeder die er stond in haar leven, en nu, als Heilige en Koningin in de hemel, de allerbeste voorspreekster is voor al haar kinderen. Het Rozenkransgebed overdenkt sterke momenten in haar leven, en wordt zo ook meditatief een diepe manier van gebed.
Als je dan ook nog vooral bidt voor anderen, dan zit je helemaal goed.
Laat dit blaadje ook wat rondslingeren, misschien lezen tieners het ook eens?
Alain