Loven en danken in tijden van Corona

BOODSCHAP VAN CHARIS

TER VOORBEREIDING VAN PINKSTEREN 2020

 

  1. Raniero Cantalamessa ofmcap

 

 

De handelingen van de apostelen vertellen dit stuk uit het leven van Paulus:

« Ook het volk liep tegen hen te hoop, waarop de magistraten bevel gaven hun de kleren van het lijf te rukken en hen met roeden te geselen.  Nadat men hun een flink aantal slagen had toegediend, wierp men hen in de gevangenis en gaf opdracht aan de gevangenbewaarder ze streng te bewaken.  Op dit nadrukkelijk bevel zette deze hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.  Rond middernacht waren Paulus en Silas in gebed en zongen Gods lof, terwijl de gevangenen naar hen luisteren.  Plotseling kwam er een zo hevige schok, dat de gevangenis beefde op haar fundamenten. Meteen vlogen alle deuren open en sprongen de boeien van alle gevangenen los.. » (Hand. 16, 22-26).

 

Met gescheurde kleren, bedekt met slagen en verwondingen, de voeten geboeid, vragen Paulus en Silas niet aan God om hen ter hulp te komen, maar ze zingen hymnen tot God. Wat een boodschap voor ons, leden van de Katholieke Charismatische Vernieuwing op dit moment! Het voorbeeld van Paulus en Silas nodigt ons uit om de hele discussie rond het coronavirus, minstens tot op Pinksteren opzij te zetten, of toch minstens niet tot het centrum van alles te maken. Laten we de H. Geest niet bedroeven door Hem minder belangrijk (of minder machtig) te achten dan het virus.

 

Meer nog, het voorbeeld van Paulus en Silas nodigt ons uit om hymnen te zingen voor God. Dit kan absurd overkomen en moeilijk om te aanvaarden, zeker voor wie in het eigen lichaam de verwoestende gevolgen ervaart van deze plaag, maar in geloof kunnen we begrijpen dat het mogelijk is. De heilige Paulus verklaart dat: “God in alles het heil bevordert van hen die Hem liefhebben “ (Rom 8, 28). Alles zonder uitzondering, dus ook in de huidige pandemie! De heilige Augustinus legt hiervan de diepe reden uit: « In Zijn extreme goedheid, zal God nooit toestaan dat gelijk welk kwaad ook in Zijn werken aanwezig is, mocht Hij niet machtig en goed genoeg zijn om het goede te halen uit het kwade zelf.” (Enchir., 11,3).

 

We loven God niet voor het kwaad dat de hele mensheid op de knieën krijgt; we loven Hem omdat we zeker zijn dat Hij uit dat kwaad iets goeds zal laten ontluiken, voor ons en voor de wereld. We loven Hem juist omdat we overtuigd zijn dat alles bijdraagt tot het goede van wie God beminnen, en tot alles van wie door God bemind wordt! Ik zeg dat al bevend, want ik weet niet of ik het zal kunnen, maar Gods genade kan het bewerken… en zelfs meer dan dat. In de prediking op Goede Vrijdag in de Sint-Pietersbasiliek, probeerde ik enkele “goede dingen” te identificeren die God nu al aan het bewerken is uit dat kwaad: het ontwaken uit de illusie dat we in staat  zijn onszelf te redden, het solidariteitsgevoel dat ons zelfs tot heldendaden stuwt. Vandaag zou ik er nog aan toevoegen: het ontwaken van het religieus bewustzijn en de nood aan gebed. De buitengewone aandacht voor de daden en de woorden van paus Franciscus, ook buiten de katholieke wereld is daarvan een teken.

Dezelfde heilige Paulus raadde de Thessalonicenzen aan:” Dank de Heer in alles” (1 Thess 5, 18). Lof en dank, doxologie en eucharistie zijn de eerste plicht van de mens naar God toe. De basiszonde van de mensheid, die volgens de apostel de bron is van elke andere zonde, is de weigering van die twee houdingen: “ Deze (mensen) zijn niet te verontschuldigen, want  ofschoon zij God kennen, hebben zij God niet de hem toekomende eer (doxazein)  en dank (eucharistein ) gebracht. ”  (Rom 1, 20-21).

Bijgevolg: het tegendeel van de zonde is niet de deugd, maar de lofprijzing! God prijzen in de huidige dramatische omstandigheden is geloof van de hoogste graad. Na het stillen van de storm heeft Jezus zijn apostelen niet verweten dat ze Hem wakker gemaakt hadden, maar wel hun gebrek aan geloof.

 

Voor ons in de katholieke charismatische vernieuwing is het de gelegenheid terug te keren naar de zuiverste oorsprong van de genadestromen: vanaf het ontstaan scheen het voor de andere christenen een volk te zijn van lofprijzing, alleluja-mensen.

We waren niet alleen. Onze broeders van de Pinkstergemeente hadden dezelfde ervaring. Een van de meest gelezen boeken in de vernieuwing, na  Het kruis en het zwaard  (“The Cross and the Switchblade” van David Wilkerson) was het boek van Merlin Carothers Van de gevangenis naar de lofprijzing. De schrijver beperkte zich niet tot het benadrukken van het belang van de lofprijzing, maar hij bewees – aan de hand van de schriften en ervaring – haar wonderlijke kracht.

 

De grote wonderen van de H. Geest worden niet bekomen als antwoord op onze smekingen, maar als antwoord op onze lofprijzing. Zo lezen we bij de drie jongelingen in het laaiend vuur, dat ze eenstemmig begonnen te zingen, God eerden en zegenden, en een lied zongen waarmee nu, elke zon- en feestdag, de lauden beginnen,: “Gezegend de Heer, de God van onze vaderen…” (Dan 3, 51 en volgende). Het grootste wonder van de lofprijzing geschiedt aan degene die het in praktijk brengt, in het bijzonder tijdens de beproeving. Dit bewijst dat de genade sterker is dan de natuur.

Het mirakel van Paulus en Silas in de cel – en van de drie jongelingen in de vuurhaard – herhaalt zich in velerlei omstandigheden en op vele wijzen: bevrijding van ziekte, drugsverslaving, een gerechtelijke veroordeling, ons eigen verleden… Probeer het om er in te geloven, dat was de raad van de auteur van dit boek aan zijn lezers.

Laten we het virus doen verdrinken in een zee van lofprijzing, of ten minste, proberen we het te doen: zet de doxologie tegenover de pandemie. Laten we ons verenigen met heel de Kerk die in het Gloria van de mis verklaart: “Wij loven U, wij prijzen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid.” Er is geen smeking in dit gebed, enkel lofprijzing!

 

Laat ons opnieuw beginnen zingen, in de aanloop naar Pinksteren, met hetzelfde enthousiasme als toen de liederen ons tot tranen toe bewogen bij onze eerste ervaring met de genaden van de Charismatische Vernieuwing: “Alabaré, Alabaré”, “Come and Worship, Royal Piesthood” en zovele andere.

 

Ik zou speciaal dit lied willen aanhalen vanwege zijn actualiteit. Het werd gecomponeerd in 1992 door Don Moen. Het refrein in de originele tekst in het Engels klinkt als volgt:

Oh, God will make a way

Where there seems to be no way

He works in ways we cannot see

He will make a way for me.

 

Een vertaling in het Nederlands kan zijn:

God zal een weg maken

Waar er geen weg schijnt te zijn

Wij zien Zijn wegen niet

Hij zal een weg maken voor mij

 

Niet alleen voor mij, maar voor de hele wereld

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s