Brief aan jonge koppels nr. 4

Beste vrienden,
Wat is de mens toch, Heer, dat Gij zo naar hem omziet? Om dat te weten te komen, lezen we best de scheppingsverhalen. Het grootste deel van het scheppingsverhaal gebeurt schijnbaar heel simpel. Telkens spreekt God (God sprak), en telkens ontstaat precies wat God zegt.
Maar dan zal er iets heel belangrijks gebeuren, want voor de eerste keer staat er: “Nu gaan wij de mens maken, naar ons beeld, op ons gelijkend. … En God schiep de mens als Zijn beeld, als het beeld van God schiep Hij hem, man en vrouw schiep Hij hen”. Na het verrassend woordje “Nu”, alsof in verband met de mens het begrip tijd begint, staat er plots “wij”. Na het routine werk van de schepping van hemel en aarde, licht en donker, bomen en planten, dieren, gedierte en vissen, is er plots overleg tussen de Goddelijke personen, want een mens maken, dat betreft de Schepper, het Woord en de Geest. Vader, Zoon en H. Geest betrekken elkaar helemaal in dit gebeuren. Gelukkig maar, achteraf gezien!
Als beeld van Ons, op Ons gelijkend, dat is ongehoord, nog niet gezien, wat een bestemming voor de mens! Hier moeten we even bij verwijlen.
De mens is een hoger wezen, het hoogste zichtbare wezen, want we lezen: “Hij zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
In Genesis 2, het oudste scheppingsverhaal, boetseert God alle dieren en brengt ze voor de mens om te zien hoe hij ze noemen zou. Het benoemen van de dieren toont aan dat de mens hoger staat dan de dieren, en dat hij ze allemaal kent, anders kan hij ze geen naam geven. “De mens gaf dus namen aan al de tamme dieren, en aan al de vogels van de lucht en aan al de wilde beesten, maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet.”
Die hulp, dat is geen hulp in het huishouden, en de mens weet dat zeer goed. De mens is beeld van God, die totale gave is, en de mens heeft geen wezen naast zich aan wie hij zich totaal kan geven, om zo beeld van God te zijn. Dit moment is door God gewild, het is de eenzaamheid van de oorsprong, het is om de mens te laten ontdekken dat hij een persoon is (een hoger wezen dus), die als roeping, bestemming heeft gave te zijn voor de andere.
Tot nog toe leren we uit deze tekst dat de mens een persoon is, een hoger wezen, geroepen om beeld van God te zijn. Dit realiseert de mens door gave te zijn. In een volgend schrijven ga ik dit hernemen in het specifieke geval van de gehuwden.
Alain

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s